Meditatie “Wie wandelt met God loopt vroeg of laat de hemel binnen” (Gen. 5 : 21 – 24)

Hierbij de meditatie die is gehouden op de radio, klik hier voor meer info

Deze meditatie gaat over Genesis 5: “Wie wandelt met God loopt vroeg of laat de hemel binnen” (Gen. 5 : 21 – 24)

Eerst audio gedeelte daarna de uitgetypte tekst:

 

Wie wandelt met God loopt vroeg of laat de hemel binnen (Gen. 5 : 21 – 24)

Henoch leefde vijfenzestig jaar, en verwekte Methusalach.

En Henoch  wandelde met God, nadat hij Methusalach verwekt had, driehonderd jaar; en hij verwekte zonen en dochters. Al de dagen van Henoch waren driehonderdvijfenzestig jaar.

Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.

Het klinkt een beetje sprookjesachtig: Henoch wandelt met God en ineens is hij er niet meer, want God heeft hem in de hemel opgenomen. Heel bijzonder. Ook in die tijd. Henoch is een uitzondering lezen we in Genesis 5. Want telkens klinkt in dat geslachtsregister dat akelige refrein: en hij stierf. Behalve Henoch. Want hij wandelde met God. Dat klinkt liefelijk, maar ook onbereikbaar. Echter, ook wij kunnen wandelen met God.

Wandelen met God, dat is iets anders dan op een zondagmiddag een eindje wandelen in het bos of door het park o.i.d. Wandelen klinkt rustig en vriendelijk: je keuvelt maar wat onderweg. Alleen dat is geen wandelen met God. En vergeet ook bij Henoch maar dat nostalgische beeld. Zo mooi en gemakkelijk was Henoch ’s leven niet.

In het Bijbelgedeelte van Genesis 5 passeren vele eeuwen en dat gaat met grote sprongen. Dan ineens die paar woorden die er uit springen: “en Henoch wandelde met God”. Hij wordt boven de anderen uitgetild. Dat betekent niet, dat de anderen niet in God geloofden. Maar wel, dat het geloof van Henoch heel bijzonder was, de NBV vertaalt ook met “Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God”. Hij is dus een uitzondering.

Henoch leeft nl. in een tijd waarin velen zich weinig tot niets van God aantrekken. Dat klinkt door in de familie van Kaïn en je leest het aan het begin van Genesis 6. Maar Henoch laat zich in die goddeloze tijd niet van de wijs brengen. Hij doet geen water bij de wijn door een halfslachtige gelovige te worden. Henoch leeft dicht bij de Here. Dat klinkt zeker door in dat woord wandelen. Dat heeft niks te maken met de incidentele wandeling op zondag en ook niks met zondagschristendom, maar dagelijks leven met God, in verbondenheid met God.

In zijn gewone leven van werk en huwelijk, van vrije tijdsbesteding en naar de kerk gaan, in de kracht van zijn leven, wandelde hij met God. Niet pas toen hij oud was en tijd over had, of toen hij de dood in de ogen keek, maar jong! Heel jong. Verhoudingsgewijs krijgt hij al zeer jong een zoon. Er vanuit gaand, dat de mensen toen twaalf keer zo oud werden als nu, zou Henoch dertig jaar zijn geweest toen hij van het wereldtoneel verdween. Toen werd al van hem gezegd: hij wandelde met God.

Een typerende levenshouding. Henoch had de Here lief. Hij liet zijn leven door God beheersen. Henoch kent geen geheimen voor God. Hij kent de Here goed en praat veel met Hem.

In het Bijbelboek Hebreeën hoofdstuk 11 wordt Henochs geloof ons voorgehouden als voorbeeld. Een geloof, dat als ‘wandelen met God’ is te typeren. (Daar lezen we: Door het geloof werd Henoch weggenomen, opdat hij de dood niet zou zien. En hij werd niet gevonden, omdat God hem weggenomen had. Hij stond immers al vóór zijn opneming bekend als iemand in wie God vreugde vond. Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en dat Hij beloont wie Hem zoeken.)

Zó intens en persoonlijk. Ja, vriendschappelijk. Door het geloof kun je wandelen met God. En dat betekent luisteren naar Hem. Je bent dan ook niet uit op waardering van mensen maar op die van God. God maar niet wat laten praten, maar echt luisteren in liefde en met een open hart. En vervolgens God ook volgen in gehoorzaamheid. Heel duidelijk komt dat uit in Henochs leven: tegen de stroom in God volgen. Daar wordt soms om gelachen of mee gespot. Maar God had plezier in Henochs leven. Hij vindt het prachtig als je je leven aan Hem toevertrouwt. Als je de hand van God vastgrijpt. Henoch ging Gods wegen. Daarom kon God zijn leven goedkeuren en er blij mee zijn.

En nou niet denken dat Henoch een zonderling was, die zich had teruggetrokken als een soort monnik of kluizenaar. Allereerst lezen we in Genesis, dat hij zonen en dochters kreeg. Hij was een normaal mens, net als u en ik. Maar hij wandelde met God en dan geef je Hem ook een kijkje in al die dingen waar je de dag mee vult. We kijken, om maar wat te noemen, zorgvuldig T.V. en internet, alsof God naast ons zit mee te kijken. En we gaan met elkaar om alsof God naast ons staat en bijv. ons spreken (over elkaar) hoort.. Want wie in geloof wandelt met God, zegt niet tegen Hem: Here, wacht U even op me, ik wandel even een stukje alleen verder, want ik moet eventjes wat anders doen en daar hebt U niets mee te maken. Of Here, dat zegt u nu wel in de Bijbel, maar ik heb daar zo m’n eigen gedachten over. Of ik doe maar waar ik zelf zin in heb, of een goed gevoel bij heb. Wie gelovig wandelt met God, leeft in verbondenheid met z’n hemelse Vader, die doet wat Hij wil, wat Hij van je vraagt, zoals ook geschreven staat in z’n Woord.

En Henoch gaat de confrontatie niet uit de weg. In het Bijbelboek Judas lezen we, hoe Henoch profeteerde over het oordeel van God over alle vrijbuiterij en hoogmoed. Henoch heeft al aangekondigd dat God omgeven door duizenden engelen naar beneden zal komen om recht te spreken over allen die mopperen, klagen en ontevreden zijn.

Henoch wandelde dus heel publiek met God. Iedereen kon het zien en horen! Hij schaamde zich er niet voor. Dat past ook niet bij vertrouwen en liefde, geloof en verwachting.

Dat laatste hoort ook bij wandelen met God: verwachting. Wandelen met God is doelgericht. Wie aan Gods hand zich laat leiden is op weg naar Gods koninkrijk. Ondanks alle tegenwind en verleiding Gods route volgen. Je bent nooit alleen als je die weg met God wandelt. En uit dat leven trekt God de consequentie. Ineens is Henoch er niet meer. Verdwenen van de aardbodem. Plotseling stokt het telkens terugkerende refrein in het requiem van Genesis 5: en hij stierf en hij stierf.

Maar voor wie wandelt met God doemt een nieuwe werkelijkheid en eindbestemming op. Wandelen met God loopt uit op leven bij God. God had zoveel plezier in Henoch, dat Hij hem voortijdig thuishaalde. Nog zeer jong. In geloof wandelen met God wordt beloond. Als je in vertrouwen op Gods beloften leeft, elke dag, kom je niet bedrogen uit.

Voor deze wandeling is niet beloofd dat je altijd wind mee hebt. Soms stormt het en heb je de wind pal tegen. Soms waai je bijna omver. En het gebeurt dat je met je gezin wandelt met God en ineens is die ene er niet meer. Niet zoals Henoch, maar door de dood weggenomen: je man of je vrouw, je bloedeigen kind, een heel goeie vriend of vriendin.

Wandelen met God: soms moet je onderweg ineens huilen. Van binnen in je hart: verdriet om wat mensen je aandoen, om gemis of eenzaamheid. Juist dan dat doel van je wandeling in de gaten houden en niet alleen letten op de tegenslag van het moment. Want God laat je niet in de steek.

Pak maar uw bijbel, uw reisgids. Lees Zijn wandelroute: ‘het Beste Boek voor de weg’ dat Hij heeft uitgegeven. Zoveelste ongewijzigde druk, want God blijft je de weg wijzen naar zijn grote wereldstad. Gratis entree, maar je moet er wel een lange en soms moeizame wandeling voor over hebben. Maar die reisgids is ook een bemoediging, omdat de bijbel vol staat met verhalen van mensen die het hebben geloofd en ervaren: God beloont royaal wie Hem zoeken. Met God loop je immers, jong of oud, eens zijn nieuwe wereld binnen.

En vergeet het niet: wandelen met God is ook wandelen met Jezus Christus. Die heeft in zijn leven al die dingen en moeiten een halt toe geroepen. Dat moeten we onderweg niet vergeten.

U mag zeker zijn van Gods trouw. En dat doet ons danken voor elke nieuwe morgen en dankbaar zijn voor elke nieuwe dag, omdat je weet dat je met al je zorgen bij Vader komen mag. Want alles wordt nieuw: stil maar, wacht maar. Dan is er nog steeds veel te huilen: en hij stierf, en zij stierf. Je man of je vrouw, je broer of je zus, misschien je kind. De lege plaats aan tafel, het lege bed, het blijft pijn doen. Maar daar boven juicht een grote schaar. Reeds aan het begin van de Bijbel laat God zien: nu jaagt de dood geen angst meer aan.

Wie wandelt met God wordt niet alle tranen bespaard. Maar als je soms moet huilen mag je bij je Vader schuilen. Hij loopt naast je.

En wandelen met God is ook dit, dat Hij tegen je zegt: als je niet meer lopen kunt, dan draag ik je!