Meditatie- veertigdagentijd en vasten

MEDITATIE   –   VEERTIGDAGENTIJD EN VASTEN

Beste luisteraar, dit laatste weekend van februari wordt op veel plaatsen Carnaval gevierd, een uitbundig volksfeest met soms grote optochten en veel feest tot in de kleinste uurtjes. Dit van oorsprong Rooms-Katholiek feest heeft ook een religieuze betekenis. Kort gezegd is dit feest een startsein voor zes weken vasten als voor-bereiding op het Paasfeest. Carnaval betekent: Het laten staan van vlees als voedsel. Maar dan moet er eerst gefeest worden. Dus: Eérst feesten, dàn vasten.

Of er na drie dagen dolle pret ook echt gevast gaat worden is de vraag, maar dat was wel de bedoeling, om je daarna goed voor te bereiden op Pasen.

De vraag is nu waarom die voorbereidingstijd voorafgaand aan Goede Vrijdag en Pasen een tijd van vasten zou moeten zijn? Geeft de Bijbel, Gods Woord, daar aanleiding toe?

Vanuit de Bijbel kennen we vasten als voorschrift uit de wet van Mozes: éénmaal per jaar, op de Grote Verzoendag werd er gevast. En ook op enkele andere plaatsen in de Bijbel werd er gevast, maar dan meer op eigen initiatief.

Maar wat hadden de Rabbijnen gedaan in de tijd van de Here Jezus? Die hadden er een heel systeem van gemaakt, wanneer je wel en niet moest vasten. En dat hadden ze aan de mensen dwingend opgelegd. Het was bij hen een religieuze show geworden, waarmee ze konden pronken. Daarom waarschuwt de Here Jezus er in die tijd voor om er alsjeblieft niet zo’n vertoning van te maken (Matt. 6). En daarmee sluit de Here aan bij de profeet Jesaja die ook waarschuwt voor het vasten als show. Jesaja zegt daar: “Vasten is: je brood delen met hongerigen, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloop, dust: Je bekommeren om je medemensen.” (Jes. 58)

Is daarmee niet alles gezegd? De Here Jezus wijst zinloze menselijke instellingen van de hand. Maar tegelijk laat Jezus zien wat het wèrkelijke vasten inhoudt.

In de Bijbel, in Lukas 5 lezen we dat de discipelen van Johannes bij Jezus komen met een vraag over het vasten, want van Johannes moeten wij vasten, zeggen ze, maar uw discipelen doen dat juist niet: ‘die van U eten en drinken maar’.

De Here Jezus geeft dan aan dat Hij naar de wereld gekomen is met een boodschap én met een doel. Dat staat kort gezegd in die bekende Bijbeltekst van Johannes 3:16 Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat God zijn eniggeboren zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft. Daarom was Jezus naar de aarde gekomen om voor iedereen die in Hem gelooft te sterven. Om daardoor te betalen voor de zonden.

Nu in dat gesprek met die discipelen van Johannes noemt Jezus zich de Bruidegom die gekomen is om zijn volk, zijn bruid te verlossen van hun zonden en zo te komen tot de grote Bruiloft als Hij later bij zijn Wederkomst zijn volk, zijn bruid tot zich nemen zal. En daarom zegt Jezus er ook bij als antwoord op hun vraag, dat je bruiloftsgasten toch niet laat vasten, terwijl de Bruidegom nog bij hen is?’

Daarom dat antwoord van Jezus dat vasten nu niet nodig is. Hij is als de Bruidegom bij zijn discipelen. Er is nu geen plaats voor vasten. Hij is gekomen om tollenaren en zondaren te redden van de dood. Zó heeft Hij Zich bekommerd om Zijn medemensen.

Voor Christus was vasten dus níet een kwestie van iets laten stáán. Voor Hem was vasten juist een kwestie van géven!  Hij kwam Zichzelf geven. Dat was zijn taak en opdracht. En zolang Hij bij zijn discipelen was, vasten ze niet.

Maar, zo gaat Christus verder, er zullen dagen komen, dat de discipelen wèl zullen vasten. Niet om een voorschrift na te leven. Maar uit verdriet. Want de Bruidegom wordt bij hen weggehaald, letterlijk: weggerukt. Daarbij denkt Christus aan Zijn dood.

Vasten is dus niet iets speciaals van Farizeeën of Roomsen. Het is iets heel bijbels! Alleen, hóe geef je daar invulling aan? Christus legt een link tussen Zijn weggaan als Bruidegom naar de hemel en het op aarde blijven van Zijn bruid, de kerk, de kerkmensen. Vasten kan dan een manier zijn om je persoonlijke en gezamenlijke relatie tot je Here vorm te geven.

Hoe kan dat dan nu, vandaag? In de Bijbel wordt vasten gekoppeld aan bidden (zie bijv. in Handelingen 13, 14). In het gebed gaan we naar de HERE toe, in de verwachting dat Hij ons alles wil geven. Vasten is dan een teken van overgave en toewijding aan God Die zich aan óns geeft. Als je vasten beperkt tot het afzien van voedsel op bepaalde momenten, dan is het een vorm zonder inhoud. Vasten moet een teken zijn van héél je levenshouding. Niet alleen op gezette tijden, maar op álle momenten.

Vasten is, dat wij ons onthouden van alles, waar de Here niet in te vinden is. Of je nu eet of drinkt of wat je ook doet, doet het tot eer van God. Leven en lachen en plezier hebben? Niks mis mee. Maar als daarin niets kan doorklinken, sterker nog, dat juist een tegenstelling vormt met ons christen-zijn, dan is dat zinloos plezier, daar moet het uiteindelijk niet om gaan in ons leven.

De noodzaak om te vasten neemt toe, als we letten op de tijd waarin we leven. Velen breken met de kerk. Hoe is de dagelijkse praktijk, ook van veel christenen? Alsof alles wat deze wereld te bieden heeft op het gebied van sport en spel, muziek, film en dans en theater, uitgaan en vakantie vieren van het grootste belang is. Dáár gaan de gesprekken over. Los van Christus. Los van God.

De wereld los van God moet niet onze leefwereld zijn! Laten we ons meer en meer bewust worden waar het werkelijk om moet gaan. Laat ook deze tijd voor Goede Vrijdag en Pasen ons mogen inspireren om het geloof in die opgestane Heiland steeds meer vorm te geven. Ruimte voor het lezen van de Bijbel en voor het overdenken van de weg die God met je gaat. Je concentreren op Zijn dienst. Dus tijd en ruimte scheppen om zo te vasten en te bidden.

Met Jezus op weg gaan, betekent dat wij steeds meer vanuit Hem gaan leven.

Niet alleen in de kerk, maar ook in het alledaagse leven. Het geloof van zondag heeft immers betekenis voor hoe wij op maandag en de andere dagen van de week leven?!

Jezus noemt zijn volgelingen in de Bergrede zout en licht. Christenen zijn geroepen om in de wereld smaakmakers te zijn. Zij mogen het licht van Christus laten schijnen in deze onzekere en verwarrende wereld.

Vanuit dat geloof mogen we in deze Lijdenstijd leven en werken op weg naar de viering van het Opstandingsfeest van onze Heer en Heiland, uitziend naar Zijn Wederkomst.

Amen