Meditatie- Petrus voor Goede Vrijdag en Pasen (Mattheus 26)

Beste luisteraar,

Deze weken voor Goede Vrijdag en Pasen worden wel de Lijdenstijd genoemd. In de christelijke kerk wordt dan aandacht gegeven aan het lijden en sterven van de Here Jezus. Maar in de tijd dat Jezus op aarde was, was er bijna niemand bereid in die voor Hem eenzame lijdensweken op weg naar het kruis, daar bij stil te staan. Ook niet nadat Jezus Zelf een aantal keren zijn discipelen daar op gewezen had. Zo staat er in Matteus 26 (vers 1) – En Jezus zei tegen zijn leerlingen  ‘Jullie weten dat het over twee dagen Pascha is, dan wordt de Mensenzoon uitgeleverd om gekruisigd te worden.’ En even verder: Ondertussen kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk bijeen in het paleis van de hogepriester. Daar beraamden ze het plan om Jezus door middel van een list gevangen te nemen en te doden.

Maar ondanks deze aankondiging wilden de leerlingen er niet van weten. Ze vluchten er uiteindelijk bij weg.

In deze meditatie gaat het over één van de bekendste discipelen, Simon Petrus. Als er iemand in de Bijbel is, waarvan je veel verwachting hebt, dan is dat wel de apostel Petrus. We leren hem in de Bijbel kennen als een emotioneel man, impulsief soms, maar met het hart op de goede plek. Iemand die de Here van harte liefheeft. Petrus had al eens tegen de Here gezegd (Matt. 16): U, Jezus bent de Christus de Zoon van de levende God. De Here zegt dan: op deze Petra zal Ik mijn gemeente bouwen. En Ik noem jou niet meer Simon, maar Petrus, Rotsman. 

En kort voordat de Here Jezus gevangen genomen wordt zegt Petrus nog: Here, ik ben bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven. Dus: als U gaat sterven, dan ik met U. Maar dan antwoordt de Here: Simon, Simon, de satan heeft begeerd u te ziften (te zeven) als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken. En als je eenmaal tot bekering gekomen bent…. En dan schiet Petrus erg verontwaardigd uit z’n slof: hoezo bekering!!! Ik zal met U te sterven als dat nodig is!!

Echt, de veelbelovende Petrus. Hij meent het ook. Hij lijkt ook te doen wat hij zegt. Want als Jezus even later in de hof van Gethsemané gevangen genomen wordt, slaat hij er op los en raakt het oor van een dienaar van de hogepriester. Maar alle discipelen vluchten na die gevangenneming van Jezus. Ook Petrus. Alleen Petrus vlucht niet naar huis. Want er staat: ‘En Petrus volgde van verre’.

Vervolgens lezen we (Matt. 26: 57, 58): Zij die Jezus gevangengenomen hadden, leidden Hem voor aan de hogepriester bij wie de Schriftgeleerden en de oudsten bijeengekomen waren. Petrus volgde Hem op een afstand tot op de binnenplaats van het paleis van de hogepriester; daar ging hij tussen de knechten zitten om te zien hoe het zou aflopen.

Daarna staat er dat Petrus tot 3x toe wordt gevraagd of hij niet bij die Jezus hoort. En tot 3x toe ontkent hij. Bij die derde keer lezen we (v.a. vers 73): Even later kwamen de omstanders naar Petrus toe, ze zeiden: ‘Jij bent wel degelijk één van hen, trouwens, je accent verraadt je.’ Daarop begon Petrus te vloeken en hij bezwoer hun: ‘Ik ken die man niet!’ En meteen kraaide er een haan. En de Here draaide zich om en keek Petrus aan (Lukas 22:61). Toen herinnerde Petrus zich wat Jezus gezegd had: ‘Voordat de haan twee keer gekraaid zal hebben, zul je mij driemaal verloochenen.’ En hij ging naar buiten en huilde bitter.

Beste luisteraar, we zien hier hoe in korte tijd een mens die echt wel van de Here houdt,  zichzelf toch vastdraait in de zonde.  Van stap tot stap steeds verder bij de Here weg. En toch, tussen die stappen heeft telkens ook tijd gezeten. Tijd voor bezinning, om over die stap na te denken. Er klinken ook waarschuwingen. Het eerste gekraai van de haan heeft Petrus niet tot inkeer gebracht en het uur tussen 2e en 3e verloochening ook niet. Steeds verder neemt hij afstand. En bij de derde keer vloekt hij er zelfs bij. Wat een breuk bij Petrus. In zo korte tijd zie je hoe hij van kwaad tot erger komt.

Had u dat nu ooit van hém verwacht? Juist hij die de goede belijdenis had afgelegd, die zo vol vuur voor de Here Jezus was? Dat meende hij, en toch even later is het weg.

Laten wij in de spiegel kijken naar onszelf. Het ene moment denk je te staan als een huis in het geloof en het volgende moment gevallen. Dat maakt ons klein en afhankelijk en bewaart ons voor een oordeel vanuit de hoogte. Dat we vanuit de hoogte neer zouden zien op hen die slechte dingen doen, die zondigen, want we zijn zelf ook zondaars.

Onze Heiland heeft zelfs in Zijn grote lijden zijn kind Simon Petrus niet losgelaten. Want wie liet die haan kraaien? En toen dat gebeurde keerde de Here Jezus zich om en keek Petrus aan: het is de blik van de Middelaar. Het is de blik van Hem die de vloek, die Petrus over zichzelf heeft opgeroepen, voor hem toch wil dragen.

Beste luisteraar, Jezus keerde zich om en keek hem aan. Denken wij daar wel aan, ook in ons eigen leven? Ook als we zelf zondigen? De blik van de Here Jezus: Hij zei niets en tegelijk zo veel zeggend: Pijn, en tegelijk: Kom tot mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven; kom met je zonden naar mij, door een waar geloof.

En Petrus? Toen? Toen hun blikken elkaar kruisten, brak hij. Hij weende bitter. Tranen van berouw. Het begin van Petrus’ bekering. In een kerkelijk belijdenisgeschrift (Heidelbergse Catechismus) staat: Ware bekering is oprechte droefheid dat we God door onze zonden hebben vertoornd…. Dat zie je hier bij Petrus gebeuren. Maar het is de Here zelf, die hier voor zorgt. De blik van de Here Jezus én zijn gang naar het kruis: anders was er toch geen grond voor bekering meer mogelijk geweest. Én ook het gebed van de Here Jezus. Zoals Hij al eerder gezegd had: Simon, Simon, hoe heeft de satan u willen ziften, willen zeven als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken…en als u eenmaal tot bekering gekomen bent, versterk dan uw broeders!

Ziet u hoe de Here al van te voren over zijn bekering spreekt? De Here ziet hem van te voren als het ware al vallen, maar weet ook dat Petrus door het gebed van Hem zijn geloof zal behouden!

Hoe het met Petrus verder ging? Daar hoop ik een volgende keer over te vertellen. U leest daarover bijv. in Handelingen 4 toen Petrus zelf gevangen genomen werd. Daar moet hij zich verantwoorden voor de Joodse Raad. Hij wordt herkend dat hij met Jezus was geweest. Dan verloochent Petrus Hem niet meer. Want hij zegt: “Ons behoud is in niemand anders dan in Hem, want er is onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij kunnen behouden worden”.

Amen.