Meditatie- Petrus in ere hersteld

Beste lezer en luisteraar,

Boven deze overdenking heb ik staan: Toen Petrus Jezus verloochende bleef de Here hem vasthouden en gaf hem na Pasen ambtsherstel.

Ik lees u een paar verzen uit het evangelie van Johannes hoofdstuk 21 waar Jezus na zijn opstanding verscheen aan de discipelen aan de Zee van Tiberias. Daar lezen we vanaf vers 14:  Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat  Hij uit de dood was opgestaan. Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je  Mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Here, U weet dat ik van U houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’ Nog eens vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je  Me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, Here, U weet dat ik van U houd.’ Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’ en voor de derde maal vroeg Hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van Me?’ Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield. Hij zei: ‘Here, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen.

Beste luisteraar, de vorige keer (kort voor Pasen) dat ik voor u de meditatie mocht verzorgen ging het over de verloochening van Petrus. We stonden toen stil bij iemand uit de Bijbel waarvan je veel verwachte. En dat was de apostel Petrus. Petrus, een emotioneel man, impulsief soms, maar ook met het hart op de goede plek. Iemand die de Here van harte liefheeft. Petrus had al eens tegen de Here gezegd (Matt. 16): U Jezus bent de Christus, de Zoon van de levende God. De Here zegt dan: op deze Petra zal ik mijn gemeente bouwen. En ik noem jou niet meer Simon, maar Petrus. En dat betekent rots of Rotsman. En kort voordat Jezus wordt gevangen genomen zegt Petrus: Here, ik ben bereid om met u de gevangenis in te gaan en te sterven. Dus: als U gaat sterven, dan ik met U.
Maar diezelfde Petrus valt zijn Here en Heiland nog geen dag later af, als hij Hem tot drie keer toe verloochent. Hij  vloekt er zelfs bij. Wat een breuk bij Petrus. Maar onze Heiland heeft zelfs in zijn grote lijden zijn kind Simon Petrus niet losgelaten. Want wie liet die haan kraaien en wie keek er om naar Petrus bij het kraaien van de haan?  

Inmiddels is het Goede Vrijdag geweest en Pasen. Jezus is gestorven voor onze zonden en ook voor die van Simon Petrus. En nu ontmoeten ze elkaar weer, bij een kampvuur aan de Zee van Tiberias. Bij een kampvuur is het vaak erg gezellig met meestal een ontspannen sfeertje rond het knapperende hout. Alleen zal Petrus nu wel wat andere herinneringen aan zoiets hebben overgehouden. Enige tijd geleden zat hij ook bij een vuurtje. Samen met een groep vreemde soldaten. Hij was Jezus op afstand gevolgd en zag en hoorde hoe Jezus verhoord werd. Wat was het spannend toen de soldaten hem vroegen of hij ook niet bij Jezus hoorde.
Nu zit Petrus weer bij een kampvuur. En weer is het spannend. Niemand durft wat te vragen. Uiteindelijk verbreekt Jezus Zelf de stilte. Hij weet als geen ander waar de pijn zit bij Petrus. Jezus weet hoeveel schaamte er zit om die verloochening bij Zijn verhoor dat Petrus op afstand volgde. De Here komt er op terug. Niet om nog eens flink uit te halen en het betaald te zetten. Integendeel Hij trekt de band weer aan. Nog sterker dan vroeger. Hij wil het goed hebben met Petrus. Zodat deze opgelucht verder kan. Als een nog betere leerling als daarvoor.
En dat mogen wij ons ook aanrekenen, dat God zo ook met ons omgaat. Want als je zonden zijn vergeven, dan wordt het nog beter dan daarvoor.

Veel mensen hebben een bijnaam. Misschien hebt u er ook wel één. Een bijnaam om trots op te zijn? Simon had ook een bijnaam, Petrus of Rots(man). Een man op wie je kunt bouwen.
Bij het kampvuur is er weinig van over. Door de verloochening is Petrus weer gewoon Simon geworden en daarbij herinnert de Here hem aan zijn afkomst als hij zegt: zoon van Johannes, uit Kapernaüm. Dus Simon de visser, een doodgewoon mannetje. En als hij weer gewoon Simon is, kan Jezus hem erg goed gebruiken. In al je nederigheid word je herder van de schapen. Jij, gewone Simon, hoeder van de kudde.
En dan die vraag: Heb je de Here lief? Houd je van Hem? Geen ongevaarlijke vraag, omdat wij daarin ook allerlei vormen van intermenselijke liefde in lezen. Maar liefde voor de Here is heel anders. Een uitroep als “hartstocht hebben voor God” kan zomaar de dingen scheef trekken. Want als je dat gevoel niet hebt, schiet je dan tekort? Is het dan wel echt? De liefde tot God is niet in de eerste plaats emotie maar een keus, waaraan je trouw blijft. En die liefde tot God is: In de eerste plaats Zijn Woord bewaren.

Overrompelend, die vragen aan dat meer, die zee van Tiberias. Voor Petrus, maar ook voor de anderen die meeluisterden. Vragen in verschillende vorm en met verschillende opdrachten.
Drie keer vraagt de Here aan Petrus: heb je mij werkelijk lief? Drie keer, dus net zoveel als het aantal verloocheningen. De weg bij de Here Jezus vandaan, moet ook weer terug gelopen worden. Bij de tweede keer had Petrus al gezegd: ‘Dat weet U wel, Here.’ Maar als dan de derde keer komt, breekt hij: ‘Here, dit doet pijn – ik zou het niet meer durven zeggen van mezelf, maar U weet alles.’ Over drie keer ‘nee’, moet weer drie keer ‘ja’ komen. Vertrouwen weer gevoed en opgebouwd.

Hoe anders in onze wereld. Stel je voor: Jij bent bedrijfsleider in een groot bedrijf. Je hebt veel geld verduisterd. Het is gezien, de cijfers kloppen niet. Dan komt het hele verhaal eruit. Maar hoe zullen ze op het hoofdkantoor reageren?  Je hoopt dat ze het stil houden omdat je alles eerlijk hebt opgebiecht. Maar voor jou geen toekomst meer. Je kunt gaan. Maar dan, je weet niet wat je hoort. Ja, je hebt alles eerlijk opgebiecht. Maar de directeur zegt: Ik verklaar je tot chef van de afdeling financiën en je kunt morgen beginnen in je nieuwe functie….
Kijk dat gebeurt hier met Petrus. Hij liet Jezus in de steek. Maar nu krijgt hij een nieuwe opdracht: Houd mijn kudde in de gaten. Wat een geweldig eerherstel!

Een voorbeeld voor ons. Welke weg terug wij ook maar te gaan hebben, de Heilige Geest is ons daarin nabij, als wij daarom vragen. Daarom is die weg terug geen onmogelijke weg.

We zien dat ook bij Simon Petrus. Want na de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag (Hand. 2) voert Petrus namens de andere apostelen het woord en preekt. Lijnen worden uitgezet naar de toekomst en Petrus is de eerste die hiermee begint en ons voorhoudt wat na Pinksteren belangrijk is.
En als Petrus kort daarna (Hand. 4) zich moet verantwoorden voor de Joodse Raad omdat hij volgeling van Jezus was, dan verloochend Petrus zijn Heiland niet meer, maar zegt hij: “Jezus is de hoeksteen die door u vol verachting is weggeworpen. Maar ons behoud is in niemand anders dan in Hem, want  Zijn Naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.”
Zegt u dat ook?

Amen.