Meditatie Joh. 3 Nicodemus- Luther

Beste luisteraar,

In Johannes 3 staat vanaf vers 1 Zo was er een Farizeeër, één van de Joodse leiders, met de naam ​Nicodemus. Hij kwam in de nacht naar ​Jezus​ toe. ‘Rabbi,’ zei hij, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’ Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien. Nicodemus zei tegen Hem: Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer in de buik van zijn moeder ingaan en geboren worden?

In ons Bijbelgedeelte hebben we met een Bijbelgeleerde te maken, Nicodemus, een leraar van Israël. Dus iemand die je behoorlijk wat over God en de Bijbel kan vertellen. En hij zat ook nog in ’t sanhedrin, de Joodse regering en was dus één van de joodse leiders’. Die Nicodemus was dus niet de eerste de beste. Ook wordt hij farizeeër genoemd, dus een ‘pietje precies’ als ’t om de dingen van God gaat. Nicodemus zit met vragen over de Here Jezus en zoekt contact met Hem, gaat naar Hem toe. Hoog bezoek dus en dat in de late uurtjes. Want, Nicodemus komt ‘in de nacht.’ Bang gezien te worden door z’n collega’s? Of omdat een goed gesprek soms pas ’s avonds laat komt?
Nicodemus blijft dus niet met vragen rondlopen, maar gaat er mee naar het beste adres, de Here Jezus. Want die Jezus is niet zó maar iemand. Dat blijkt uit de woorden van Nicodemus als hij bij Jezus aankomt: ‘Rabbi, wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is.’ ‘We weten’- ja, met z’n grote kennis van de Bijbel begreep Nicodemus, als leraar van Israël, dat Jezus iets met God te maken had. Misschien had hij wel gehoord dat Johannes de Doper Jezus gedoopt had en dat Johannes gezegd had: ‘kijk, het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegdraagt.’ En ook dat Jezus zieke mensen beter maakte. En toch bleef Jezus een raadsel voor hem. Hij bleef er maar over piekeren. ‘Weet je wat? Ik ga naar Hem toe; ik wil wel eens met die man praten!’

Herkent u dat misschien bij uzelf? Je weet zóveel over de Here Jezus, met de paplepel ingegoten. Over Hem horen vertellen, van Hem gezongen. Maar hoe meer je ermee bezig bent en hoe ouder je wordt, hoe meer je je afvraagt: Wie is Jezus nou werkelijk? En vooral: wie is Hij voor mij? ’t Gaat erom dat je een band met Hem hebt. Dat je Hem echt ként. Daarom wil je méér over de Here Jezus weten. Maar ondertussen: ’t blijft allemaal zo koud en theoretisch. Je hoort ’t wel, je weet het wel, maar het bezielt je niet, het stempelt je leven niet. Eigenlijk leef je in twee werelden. Bidden, Bijbellezen, misschien wel eens naar de kerk gaan.. Maar dat staat los van de rest van je leven. Misschien wil je daarom net als Nicodemus méér over de Here Jezus weten.

Maar wat zegt Jezus dan? Gaat Hij Nicodemus haarfijn uitleggen wie Hij is en wat Hij doet? Het éérste wat Jezus zegt is: ‘alleen wie opnieuw geboren wordt, kan het koninkrijk van God zien.’ Dus, hoe leer je Jezus Christus écht kennen? Alleen als je opnieuw geboren wordt. Wedergeboren.

Snap ik dat? Wat moet je daar nou bij voorstellen? Opnieuw geboren worden? Zelfs Nicodemus, de Schriftgeleerde, had het er moeilijk mee. Hoe kan dat nou? Als je volwassen bent, kun je toch niet in de buik van je moeder terug? Waar heeft Jezus het over?

De Here Jezus maakt Nicodemus dan duidelijk hoe dat gaat, opnieuw geboren worden en Hij wijst naar die Bijbelse geschiedenis over Mozes en het volk Israël met de koperen slang in de woestijn (Numeri 21). God was boos op z’n volk. Voor de zoveelste keer waren ze aan ’t mopperen en zeuren. ‘Er is hier geen brood, geen water. En dat manna komt je de strot uit!’ God stuurde toen als straf giftige slangen, waaraan de mensen dood gingen. Toen mocht Mozes een koperen slang maken van God. Die moest hij omhoog houden. En als je naar die slang keek, dan bleef je in leven.

En van die slang, die Mozes toen omhoog hield, trekt Jezus hier in zijn gesprek met Nicodemus, de lijn door naar Zijn dood, Zijn eigen verhoging aan het kruis, als Hij zegt: ‘De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, opdat ieder die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft.’

Dus hoe dat gaat, opnieuw geboren worden? Dat begínt met kijken naar de Here Jezus die verhoogt aan een kruis, stierf voor onze zonden. Als je zo als zondig mens naar Jezus kijkt en in Hem gelooft dan ontvang je in Hem eeuwig leven. Nee, de Here maakt het echt niet moeilijk. Hij richt al je aandacht op wat Hij aan ’t kruis voor je gedaan heeft en dat moet je gelovig aannemen.

En dan volgt die bekende tekst van Joh. 3:16:  ‘Want God had de wereld zo lief dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Daar ging het toen om en daar gaat het ook vandaag nog om.

In deze tijd van het jaar is in protestants kerkelijke kring de laatste dag van oktober bekend als Hervormingsdag! Dan wordt herdacht dat Maarten Luther stellingen spijkerde op de deur van de slotkapel in Wittenberg.

Was Maarten Luther in zijn tijd een activist, een soort demonstrant, zoals we die ook vandaag geregeld tegenkomen met acties op het Malieveld of op andere plaatsen? Luther was professor in de theologie en maakte speciaal studie over de Bijbel. Maar ondanks zijn Bijbelkennis en Bijbelgeleerdheid had hij een probleem met zijn geloof. Hij kende zijn zondige hart en vroeg zich af: Hoe kan ík als zondig mens ooit God ontmoeten? Die heilige, rechtvaardige God, die de zonde streng straft. Dus ook hier een Bijbelgeleerde, Luther met net zo’n probleem als in ons Bijbelhoofdstuk Bijbelgeleerde Nicodemus.

Nicodemus kon rechtstreeks naar de Here toe met z’n vragen en kreeg van Hem antwoord. Luther ging de Bijbel verder lezen en deed uiteindelijk de ontdekking van z’n leven, toen hij in de Bijbel las (in de Romeinenbrief): “De rechtvaardige zal uit geloof leven”. Luther moest net als Nicodemus leren om als zondig mens naar Jezus te kijken die aan het kruis stierf voor onze zonden. En dat te geloven, dat een zondaar alleen door genade zalig kan worden en niet door boetedoening of door te vasten. En ook niet alleen door gebeden of goede werken. Luther had gelezen dat God rechtvaardig is, maar tegelijk ontdekte hij ook dat alle straf, vanwege Gods toorn over onze zonde, door Jezus is gedragen.

Dus waar gaat het om in ons geloof, waar moet het om gaan? Zien op Jezus, omhoog geheven aan het kruis van Golgotha. Hij heeft daar alles volbracht en dat moet je gelovig aannemen.

Zo kwam Hij 2000 jaar geleden naar Nicodemus toe, zo opende Hij 500 jaar geleden Maarten Luther de ogen en zo komt Hij vandaag ook naar ons toe. Als de gekruisigde Verlosser.

Dat moesten Nicodemus en Luther toen leren en wij vandaag misschien wel weer.

AMEN

Te gebruikte liederen
Ps. 86:4, 5 en Ps. 100: 1 – 4
Gezangen uit oud GKB: Gez. 139 : 4 en 6 (Te Deum) U Christus onze Heer, bekleed met majesteit = oud LvdK 399
Gez. 155:3,4,5 (= oud LvdK 449) Heer waar dan heen?
Gez. 143 : 1 en 4 “Een vaste burcht is onze God”  (bekender dan ‘Vaste Burcht-versie’ uit nieuwe GKB)
Uit oud LvdK  254 : 1, 3 en 4 (God in de hoog alleen zij eer) en Lvdk  215 : 1, 2 en 3 (Christus onze Heer verrees)