Meditatie- Exodus 16 – De kracht van rust en regelmaat

Beste luisteraar,

Vroeger hoorde je bij het opvoeden van kinderen dikwijls de regel: rust, reinheid en regelmaat. Rust en regelmaat is niet alleen in de opvoeding een belangrijk element maar ook in je verdere leven. Daarnaast geeft rust en regelmaat in zakelijk en economisch opzicht in je leven en in je werk dikwijls het beste resultaat.
Ook in ons leven met God is het belangrijk dat wij rust en regelmaat kennen. Of ons leven nu is zoals het al lange tijd was of als we met nieuwe dingen geconfronteerd worden.

Het Bijbelgedeelte waaruit we enkele verzen voor de meditatie genomen hebben staat in Exodus 16 waar het volk Israël na hun bevrijding uit Egypte door de Here met iets nieuws geconfronteerd wordt. De Israëlieten hadden na de bevrijding uit Egypte moeite met wennen aan het nieuwe normaal van de woestijn. Waren ze maar in Egypte gebleven, waar ze lekker vlees te eten hadden. Ze klagen daarover tegen Mozes en Aäron. En wat doet God dan?

We lezen in Ex. 16: 4 en 5: ‘De HERE zei tegen Mozes: ‘Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten regenen. De mensen moeten er dan elke dag op uitgaan om net zo veel te verzamelen als ze voor die dag nodig hebben. Daarmee stel Ik hen op de proef: Ik wil zien of ze zich aan mijn voorschriften houden.’
En vers 12: ‘Dan zullen jullie inzien dat ik de HERE, jullie God ben.’

We zien hier dat God het volk niet straft als ze bij Mozes en Aäron komen klagen, maar God verlangde wel dat ze Hem vertrouwden. Daarom gaf Hij hen manna als een geschenk uit de hemel. Alsof Hij wilde zeggen: ‘Ik voorzie. Ik zorg voor je. Zelfs als je beeld van Mij is vertroebeld of je mij niet meer wilt zien, laat ik door een wonder zien dat Ik er ben en te vertrouwen ben. Ik ben de Here, jullie God.’ Je zou denken dat het volk dat toch wel wist uit het verleden dat God er is en te vertrouwen is na al die plagen in Egypte. Zij hadden toch geen nieuw wonder nodig ?

Kennen wij dat probleem in onze tijd ook niet? Ook ons beeld van God is vertroebeld áls we Hem nog zien. En als mensen van de 21e eeuw hebben we moeten constateren, nadat we in een wereldwijde Corona pandemie zijn terecht gekomen, dat we niet alles zelf in eigen hand hebben. En dat vooruit kijken al helemaal niet te doen was. Want steeds kwam het weer anders uit dan we verwacht hadden. Veel mensen hebben die Corona-tijd als woestijnperiode ervaren. De rek was eruit en doordat het zo lang duurde werd je er soms moedeloos van, zeker als het einde maar steeds niet in zicht kwam. En ondanks dat dank zij overheidssteun er voor de meesten toch dagelijks ‘brood op de plank’ was.

Gezien in het licht van ons Bijbelverhaal over het manna hadden we eigenlijk dankbaar en tevreden moeten zijn omdat we dagelijks gevoed werden. Juist in deze tijd werden we eens te meer geconfronteerd met Jezus’ woorden dat we bij de dag moeten leven. Hij leerde ons in het gebed niet voor niets: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Laat dat ons levensritme bepalen: leven bij de dag, omdat we erop mogen vertrouwen dat Hij elke dag voor ons zorgt. Hij gaf zijn volk in de woestijn dagelijks het manna, zodat zij zagen dat Hij elke dag voorziet.

Dan lezen we in Exodus 16:21. ‘Elke morgen verzamelde ieder zo veel als hij nodig had en zodra de zon begon te branden, smolt het weg.’ God had uiteraard ook voor honingkoeken kunnen zorgen of (om in termen van deze tijd te spreken) voor kant-en-klaar maaltijden. Maar in plaats daarvan wilde Hij dat de Israëlieten in de ochtend het huis uit zouden gaan en er – letterlijk – zelf iets van zouden bakken. Zijn zorg sluit menselijke verantwoordelijkheid niet uit. En dat is vandaag niet anders. Het is ónze verantwoordelijkheid elke dag met God te leven. Openen wij onze Bijbel nog? Anders gezegd: Laten wij ons nog voeden met het levende Woord, zoals staat in Johannes 1? Een paar hoofdstukken verder (Joh. 3) zegt Jezus: ‘Ik ben het brood dat leven geeft.’ Gebruikt u dat brood nog? En gaat zijn Woord nog dagelijks open?

Tenslotte zit er nog een derde stukje rust en regelmaat in deze geschiedenis, namelijk de rust en de regelmaat van de rustdag, de sabbat. In Exodus 16:26-30 staat: Zes dagen kunt u voedsel verzamelen, maar de zevende dag is het sabbat, dan is het er niet.’ Toch gingen sommigen ook op de zevende dag op zoek, maar ze vonden niets. Toen zei de HERE tegen Mozes: ‘Hoe lang blijven jullie nog weigeren mijn geboden en voorschriften in acht te nemen? De HERE heeft jullie de sabbat gegeven en daarom geeft Hij jullie op de zesde dag voedsel voor twee dagen. Laat ieder dus op de zevende dag blijven waar Hij is, niemand mag dan het kamp verlaten.’ Toen hield iedereen op de zevende dag rust.

De sabbat was een rustdag ter ere van de Here, een dag om op adem te komen.
Dit was nieuw voor het volk Israël, want de sabbat was nog niet ingesteld, daarover lezen we pas een paar hoofdtukken verder in Exodus (bij de wetgeving op de Horeb, Ex. 20). Maar ze wisten wel dat God bij de Schepping op de zevende dag rustte en op adem kwam.
En die rust van de rustdag bezegelt God hier met een teken. De bijzondere relatie met het volk Israël werd door God wel vaker bezegeld met een teken. Denk aan de regenboog bij het verbond met Noach en de besnijdenis bij het verbond met Abraham. Zo is de sabbat een herinnering aan de schepping en de rustdag er na.
Het is ook een herinnering aan de bevrijding van de Israëlieten. Het woord sabbat is afgeleid van een Hebreeuws woord dat stoppen betekent. Ze moesten stoppen met werken, met verzamelen. Het hoorde bij wat ze gewend waren in Egypte toen ze als slaven zeven dagen in de week maar door moesten werken en dat onder verschrikkelijke omstandigheden. God bevrijdde hen en nu mochten ze ook bevrijd worden van hun gewoonte en het Egyptische denken. Ze mochten een dag rusten en hoefden niet meer op zoek naar meer, meer, meer. Voorraden in voorraadsteden aanleggen hoorde bij Egypte. Nu mochten ze vertrouwen dat God elke dag voorzag. Ook als ze een dag stopten om die te besteden tot eer van de HEER.

Natuurlijk zegt deze geschiedenis allereerst iets over de bijzondere positie die het volk Israël inneemt. Maar tegelijkertijd is het een bemoediging en wake-up call voor ons. Hebben wij voldoende en gezonde rust en regelmaat die ons helpen groeien in vertrouwen op God?

God liet op meerdere manieren in het manna zien, dat Hij God is. Hij is de “Ik ben”, het levende Woord, het levende Brood. Laat dit levende Woord ons ook vandaag weer opnieuw tot steun zijn. En als u deze meditatie op zondag hoort dan wens ik u een gezegende zondag en rustdag. De eerste dag van de week waarop we eraan denken dat Jezus is opgestaan. Het is immers Pasen geweest?! Dankzij Hem zijn we geen slaaf meer, maar bevrijdde mensen. Kom op adem. Elke dag opnieuw. En leef dan in afhankelijkheid van Hem.

Amen.