Meditatie – De wijzen uit het oosten

Beste luisteraar,

Wie rond de kerstdagen in een land of omgeving komt waar veel Rooms-Katholieken wonen (in het buitenland, maar ook bij ons Brabant en Limburg), ziet in die tijd kerststallen en andere RK gebruiken. Na de kerstdagen zie je dan de beelden in de kerststal verdwijnen en plaatsmaken voor de zgn. Driekoningen.
Ook in protestantse kring in Nederland is het soms gewoonte om op de eerste of tweede zondag van het nieuwe jaar stil te staan bij het verhaal van ‘De Wijzen uit het Oosten’ en de datum van 6 januari is sinds de 8e eeuw (750 na Chr.) zelfs opgetekend als de vierdag van Driekoningen.

Maar wie waren die Wijzen uit het Oosten? In de Bijbel is de evangelist Mat¬theus de enige die over hen schrijft. Mattheus gebruikt het woord Magiërs. Want magie is de kunst om de toekomst te voorspellen, bijv. door astrologen of sterrenkundigen. In die oude, oosterse landen dacht men ook uit de stand van de sterren de toekomst te kunnen voorspellen. En veel mensen geloven dat nóg. Denk maar aan de horoscopen in kranten en damesbladen.
Mattheus schrijft, dat deze Magiërs uit het Oosten kwamen. En in Babylonië, het tegenwoordige Irak, vind je in de woestijn nog ruïnes van sterren-torens, van waaruit deze sterrenkijkers de hemel observeer¬den. Daar probeerden wijzen het raadsel van het leven van mensen en volken te ontknopen.
Wat bewoog juist deze mannen om de wekenlange reis naar Jeruzalem te ondernemen? De ons bekende profeet Daniël leefde vele jaren in Babel. Koning Nebukadnezar van Babel had Jeruzalem veroverd en daarbij het volk Israël in ballingschap gevoerd. Onder hen ook Daniël die in Babel hoofd van de wijzen werd, de magiërs van koning Nebukadnezar. God had hem gesierd met de gave om dromen van de koning uit te leggen. Daniël heeft toen ook gesproken over de Messias, de Koning die men in Israël verwachtte (Daniël 7:11-14). Oosterse volken bewaarden die voorspellingen van zulke profeten graag. Er is in daar later ook een kleitafeltje gevonden waarop te lezen stond dat er eens een grote koning in het Westen geboren zou worden.

Nu, in die tijd van de geboorte van de Here Jezus zagen Magiërs in dat Verre Oosten opeens een ster aan de hemel schitteren, die ze nog nooit eerder hadden gezien. En, zeiden ze tegen elkaar, dat is vast de ster van die kóning. Dat kan niet missen! Toen besloten die Wijzen, die Magiërs om naar die koning te gaan om Hem te aanbidden. Want bij die koning moeten we zijn! En zo ondernamen ze de lange reis naar Jeruzalem.

Daar aangekomen was er wel een paleis maar vonden ze er geen pas-geboren koningszoon. In dat paleis woonde Herodes, als afstammeling van Edom daar op de troon geholpen door de Romeinen. Die waren toen de baas in het Heilige Land. Nu was die koning Herodes doodsbenauwd dat hij van de troon zou worden gestoten. Gedreven door een ziekelijke achterdocht probeerde hij aan de ene kant bij de Joden in het gevlij te komen, want hij liet in die tijd een prachtige tempel bouwen. Maar aan de andere kant zag hij er ook niet tegen op mensen uit de weg te ruimen als hij ze te gevaarlijk vond. En dat allemaal om zijn koningschap veilig te stellen.
Herodes wist van niks. Het enige wat hij bij navraag aan de Schriftgeleerden kon melden, was, dat die koningszoon in Bethlehem geboren moest worden. Dat was een koude douche voor de wijzen! In Jeruzalem liep niemand warm voor de pasgeboren koningszoon, waarvan zij de ster gezien hadden. Hadden ze dáár die lange reis voor gemaakt? Loog die ster? Sterker loog de God van die ster? Hun geloof in de God van die ster moest nu de vuurproef doorstaan.

Hebben wij in deze tijd ook niet zo onze vragen en twijfels. Ook wij vinden geloven wel eens moeilijk. Je gelooft in een God, die je niet kunt zien. En voor de geboorte van Zijn Zoon moet je afgaan op getuigenissen van twintig eeuwen geleden.

Maar let dan eens op deze heidense mannen. Die moesten net zo goed afgaan op het oude getuigenis van de profeet Micha (5:1).
Toch doorstond hun geloof de vuurproef glansrijk. Ze aarzelden geen moment! Ze klommen op hun kamelen en gingen op pad. Onvoorstelbaar, wat zij toen te zien kregen! Wat God hen te zien gaf!
In sommige Bijbelvertalingen staat het zo mooi, daar staat: “en zie”, dus bijbellezer: let op!!
Want wat zagen die wijzen? Daar stond ineens die ster weer aan de hemel. Een duidelijk teken, dat ze op de goede weg waren. God wijst de weg als wij Hem volgen. God maakt die oude profetie, dat woord uit de Bijbel waar!

De evangelist Mattheus schreef zijn Evangelie speciaal met het oog op de Joden. Maar hij laat ons direct al in de eerste hoofdstukken zien, dat het God niet alleen om Israël gaat. God heeft de volken van heel de wereld op het oog. God heeft bij het sturen van zijn Zoon ook aan óns gedacht. Gods liefde reikt tot aan de einden van de aarde.
Daarom is het goed dat het verhaal van de Wijzen uit het Oosten in dit verband voor de aandacht komt. Dat God in die Wijzen uit het Oosten ook mensen buiten de kerk ging zoeken, heidenen, die heel lang buiten het Licht van Gods liefde hadden geleefd. Het zoeken van die heidenen en het vinden van Christus is beschamend voor al die dwazen in het Westen, zeg maar de kerk van die dagen. Ja, de Bijbel noemt zulke mensen dwaas, omdat ze Christus als Heiland der wereld afwijzen.

Alleen, je kunt ook weer doorslaan in de verering van mensen, in dit geval in de verering van die wijzen. In de tweede eeuw werden de wijzen al gepromoveerd tot Koningen. En in de vijfde eeuw wist men al precies te vertellen, dat het drie koningen waren geweest: een voor het goud, een voor de wierook en een voor de mirre. En weer drie eeuwen later kregen die wijzen ook nog namen: Caspar (de jongste), Balthasar (een man in de kracht van zijn leven) en Melchior (afgebeeld als een grijsaard). Weer later werd van Caspar een Moor gemaakt (met donkere huid), dus vertegenwoordiger van de zwarte volken op aarde). In de Middeleeuwen dacht men hun gebeente gevonden te hebben. De kerk is dat gaan vereren als relikwie en werd bewaard in Milaan. En later, in 1162 schonk de keizer het aan de aartsbisschop van Keulen. Daar wordt het nu nog steeds bewaard in een prachtige gouden kist in de imposante Dom van Keulen.

Deze legendevorming rond de wijzen, deze Magiërs, wijzen we af. Laat het Evangelie, het Bijbelwoord voor ons voldoende zijn. Dat leert dat wij ons samen met de wijzen uit het Oosten moeten buigen voor Hem, die alle macht heeft in hemel en op aarde. Wij, mensen van de éénentwintigste eeuw, mogen in dit verhaal de hartelijke uitnodiging van God horen om onze knieën te buigen voor het Kind van Bethlehem.

God schenkt in zijn liefde zijn Zoon die Zijn leven zou geven voor ieder, die in Hem gelooft, mensen uit Oost en West en Noord en Zuid. En allen, die zich met belijdenis van schuld tot Hem hebben bekeerd, zullen met Abraham, Izak en Jakob aanzitten in het Koninkrijk der hemelen.
Met Christus, hun HERE. De Redder van een wereld verloren in schuld.
Amen