Meditatie Prediker 4:6

Hierbij de meditatie die is gehouden op de radio, klik hier voor meer info

Deze meditatie gaat over Prediker 4:6 over vakantie

Eerst audio gedeelte daarna de uitgetypte tekst:

Beste luisteraar,

we zitten in de zomermaanden, voor velen vakantietijd. Misschien bent u al weg geweest of gaat u nog op vakantie. Wordt vakantie niet overgewaardeerd? Is het voor sommigen geen vlucht uit de werkelijkheid? En heb je recht op vakantie omdat je zo hard gewerkt hebt en er echt aan toe bent? En als u nu niet op vakantie kunt?

In de Bijbel, lees ik in het boek Prediker hoofdstuk 4:6 : Een hand vol rust is beter dan beide vuisten vol zwoegen en najagen van wind. Deze Bijbeltekst volgt op een gedeelte in Prediker 3, dat ons leven aardig weergeeft. Daar staat: Voor alles is er een vastgestelde tijd: er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel. Een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven; een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen; een tijd om te huilen en een tijd om te lachen; een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken; een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten, een tijd van ​oorlog en een tijd van ​vrede.

Als je dat zo leest, dan komen er allerlei gevoelens bij je langs. Wat is er toch veel. Al dat gezwoeg van ons mensen. Bijvoorbeeld in de wereld om ons heen, waar een economie draaiend wordt gehouden. Maar ook in een gezin of je omzien naar familie of vrienden. De vraag van de Prediker is: Wat levert ons zwoegen uiteindelijk op? En daarbij roept hij ons ook op om van het leven te genieten en rust te vinden. En dat te midden van het onrecht in deze wereld en bij alle angst en onrust. Te midden daarvan staat onze tekst. Een hand vol rust is beter dan beide vuisten vol zwoegen en najagen van wind.

Zijn er dingen waar u slecht van slaapt? Dat je de slaap niet kunt vatten? Hoe harder je probeert, hoe verder de slaap weg lijkt. Hoe krampachtig gaan wij met dingen om met de gedachte dat wij het zelf moeten doen, dat wíj de problemen moeten oplossen.

In de Bergrede (Matt. 6) zegt de Here Jezus: Maak je geen zorgen voor de dag van morgen. Die heeft genoeg aan zijn eigen last. Dus: Je voegt door al je zorgen niets toe. Jouw wakker liggen is nergens goed voor. Het lijkt voor ons alsof je bestaan er van af hangt, maar er staat: God geeft het zijn beminden in de slaap. Of, zoals je ook kunt vertalen: God geeft zijn beminden de slaap. Op dat niveau moet je wakker-liggen ook zien. God is het die je rust gunt. Ontspanning. Dat je gerust kunt slapen. En uitgerust wakker worden. En om goed te kunnen slapen moet je in ieder geval beseffen dat God zorgt. Vandaag. In de nacht. En morgen weer. Daarmee is je slapeloosheid misschien niet meteen opgelost. Daar kunnen ook andere zaken oorzaak van zijn. Maar het kan wel helpen om ook als je wakker ligt, ontspannen te blijven. En het jezelf voor te houden: Ook als ik moe opsta zal God zorgen. Dat bevrijdt je van krampachtig op zoek zijn naar rust.

God gunt je rust. Dat is eigenlijk het thema van onze tekst. Gunnen, dat is hetzelfde woord als genade. In het dagelijkse leven gebruiken we het woord ‘genade’ bijv. als twee jongens met elkaar stoeien en de één ligt onder en hij roept ‘genade!’, dan stopt het gevecht. Het is over.

Je ziet datzelfde in dat Bijbelverhaal over de worsteling van Jakob. Als hij met God in gevecht is, een nacht lang en het uiteindelijk voor Jakob duidelijk wordt dat hij niet kan winnen, want God is sterker, dan smeekt hij om genade: ik laat U niet gaan, tenzij U me zegent. Nu, dat is hetzelfde. Genade. Zegen. God die goede dingen over je zegt. Die je leven en liefde belooft. Als jij weerloos bent en je verloren voelt. Juist dan krijgt God de ruimte.

De maatschappij leert ons om vechtend in het leven te staan. Je best te doen om te overleven. Jezelf redden. Dat is een heel gevecht. En zeker, velen redden zich best. Maar overgave is voor mensen een moeilijk begrip. Soms helpen omstandigheden. Als alles je uit handen geslagen wordt. Dan moet je wel. Dan leer je het door schade en schande. Maar uit de Bijbel leer ik dat je bij God tot rust mag komen. Je hoeft je niet groot te houden. Je geloviger, stoerder, steviger voor te doen dan je bent.

Loslaten is lastig. Daarom is het een prachtig beeld dat Prediker in onze tekst oproept. Een hand vol rust is beter dan beide vuisten die gesloten zijn. Gebald soms, niets willen loslaten. Dus rust heeft blijkbaar te maken met loslaten. Je opent je handen, geen vuist meer, niet meer gebald en het wordt je gegund. Dat geldt bijv. ook bij de opvoeding van kinderen. Loslaten in je opvoeding. Dat kan alleen als je gelooft in Gods zorg.

In de kerk hebben we de kinderdoop. Daarmee belijden we dat ons leven in handen van de Here ligt. Niet alleen het leven van dat kleine kind. Maar ook dat van ons allemaal. Persoonlijk. God wil ons iedere doop weer leren te vertrouwen. Dat Hij zorgt. Dat bij Hem de toekomst zeker is. Neem een voorbeeld aan dat kleine kind dat gedoopt wordt. Het kind wordt gedragen. Kan nog helemaal niets. Maar Jezus kan alles. Hij zal Zijn ruimte nemen in het leven van dat kleine joch. Dat weerloze meisje. Daar mogen we op vertrouwen. Ook voor onszelf. Wij hebben onze toekomst niet in handen. Niet hard in je vuisten knijpen. Maar loslaten en schuilen bij God. Bij Hem ben je veilig. Bij Hem alleen.

Loslaten betekent ook het niet te verwachten van anderen. Wat die van mij vinden. Dan worden we dikwijls teleurgesteld. De Here Jezus stelt in de Bergrede dat we de dingen niet moeten doen om bij mensen in een goed blaadje te komen. Hij weet hoe verleidelijk dat is. Bij God is dat niet nodig. Hij kent je sores en verdriet. Hij weet van je zonden en je gevecht om overeind te blijven. Maar dat is niet bepalend voor zijn beeld van jou. Beeldbepalend is zijn Zoon. Door Hem houdt God meer van je dan wie ook in deze wereld. Dus niet jaloers zijn. Op wat mensen kunnen of hebben. God ziet jou vol liefde. Dan leer je Hem vertrouwen door naar Jezus te kijken. En ben je vervolgens ook tevreden met wat Hij je geeft.

Het doet me denken aan dat beeld van dat zomerse wielerspektakel de Tour de France. Daar is het principe: De Tour wacht nooit. Hoe hard je ook valt. Hoeveel pech je ook hebt. Dat is het beeld van het leven om ons heen. Dus: moet je overeind blijven. Doorgaan. Volhouden. Beide vuisten klem je om je stuur. Beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind. De Tour wacht op niemand. Het leven gaat door. En voor je het weet, sta je buitenspel.

Maar bij God niet. Hij draait de boel om. Hij wil rust in je leven. Hij houdt je overeind of, als je valt, dan helpt Hij je overeind. God gunt je die rust. Vanuit die rust mag je je werk doen. Jouw werk redt je niet. Je positie niet. Je geld niet. God redt.

We weten het wel. Maar wat we belijden, beleven we dat ook? Laten we dat zien? Een hand vol rust. Dat is wat God geeft. Dicht bij Hem mag je elke dag die rust vinden.

En dan kun je ook gerust op vakantie. Niet omdat je het verdiend hebt. Maar omdat God het gunt. Hij wil zijn zegen verbinden aan wie zo rust vindt bij Hem.

Dan re-creëer je echt. En geeft God je nieuwe krachten. Amen