7/7 Handelingen 16-17 leesrooster Paulus te Filippi, Thessalonica en Berea

zondag 17 maart 2019

HANDELINGEN 17 : 16-21

16 Terwijl ​Paulus​ in Athene op hen wachtte, raakte hij hevig verontwaardigd bij het zien van de vele ​godenbeelden​ in de stad. 17 In de ​synagoge​ sprak hij met de ​Joden​ en met de Grieken die God vereerden, en op het marktplein ging hij dagelijks in debat met de mensen die hij daar aantrof. 18 Onder hen waren ook enkele ​epicurische​ en ​stoïsche​ filosofen, van wie sommigen zeiden: ‘Wat beweert die praatjesmaker toch?’ Anderen merkten op: ‘Hij schijnt een boodschapper van uitheemse ​goden​ te zijn,’ omdat ze dachten dat hij predikte over ​Jezus​ en een godin die Opstanding heette. 19 Ze namen hem mee naar de Areopagus en zeiden: ‘Kunt u ons uitleggen wat die nieuwe leer is die door u wordt uitgedragen? 20 Want wat u zegt, klinkt ons vreemd in de oren; we willen graag weten wat u bedoelt.’ 21 Alle Atheners en de ​vreemdelingen​ die er wonen hebben immers voor haast niets anders tijd dan voor het uitwisselen van de nieuwste ideeën.

Na Tessalonica en Berea komt Paulus in Athene een belangrijke stad in de oudheid. Dus het evangelie gaat naar de top van de beschaving in die tijd. Paulus spreekt daar ook een heel ander publiek toe, dat bestaat uit geletterde Grieken, die niet in contact stonden met het Judaïsme. De inhoud van zijn toespraak verschilt dan ook van wat hij daarvoor tegen de Joden zei. Paulus citeert dan niet uit het Oude Testament, maar hij maakt dan toespelingen op het werk van de Griekse dichters. Hij heeft het niet over het leven of over het optreden van de Here Jezus. Wel noemt hij Hem als een mens die is gestorven en uit de dood is opgestaan en die tot taak heeft om over de wereld te oordelen. En daarbij maakt Paulus gebruik van wat hij daar in Athene gezien heeft, nl. de religieuze cultuur in Athene en zo probeert hij een brug te slaan tussen deze cultuur en het evangelie.

Zijn betoog is er niet minder scherp om: de godsdienstigheid van de Atheners stelt hen niet in staat om God te kennen. Ondanks de grootheid van hun filosofische cultuur leven zij met al hun geleerdheid in onwetendheid.