3/7 Leesrooster bij zondag 46 (Christus leert ons Vader te zeggen tegen God )

Woensdag 6 februari: Maleachi 1:6-10

6Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je ​eerbied​ voor mij; als ik jullie heer ben – zegt de HEER van de hemelse machten –, waar is dan je ​ontzag​ voor mij? Jullie, ​priesters, minachten mijn naam, en zeggen dan: ‘Hoezo minachten wij uw naam?’ 7Jullie brengen verwerpelijk voedsel naar mijn tafel, en zeggen dan: ‘Hoezo hebben wij u verworpen?’ Door te beweren dat mijn ​altaar​ de moeite niet waard is! 8Als jullie met een blind ​offerdier​ aankomen, zeggen jullie: ‘Wat geeft dat nu?’ En ook als jullie met een kreupel of ​ziek​ dier aankomen, zeggen jullie: ‘Dat geeft toch niets?’ Bied de gouverneur zo’n dier maar eens aan en zie of hij er tevreden mee is en jullie goedgezind zal blijven – zegt de HEER van de hemelse machten. 9Zo zullen jullie God wel gunstig stemmen, zo zal hij zijn volk wel gunstig gezind zijn! Dit alles gebeurt door jullie toedoen; zou hij zijn volk dan nu goedgezind zijn? 10Het zou beter zijn als een van jullie de tempeldeuren zou sluiten en jullie het vuur op mijn ​altaar​ niet langer zouden aansteken, want dat is toch zinloos. Ik wijs jullie af – zegt de HEER van de hemelse machten – en de ​offers​ die jullie brengen aanvaard ik niet. 

De HEER laat zich genadig Vader noemen. Wat verwacht Hij dan van zijn kinderen ? Wij hoeven geen dieren meer te offeren. Hoe kunnen wij op dit punt de fout ingaan ?