2/7 Leesrooster bij zondag 46 (Christus leert ons Vader te zeggen tegen God )

Dinsdag 5 februari: Jesaja 63:15-64:4

15Zie neer vanuit de hemel, kijk vanuit uw ​heilige, luisterrijke woning. Waar zijn uw strijdlust en uw machtige daden? U bent niet meer met mij begaan, uw ontferming gaat aan mij voorbij. 16U bent toch onze vader? ​Abraham​ heeft ons niet gekend en Israël zou ons niet herkennen, maar u, HEER, bent onze vader, van oudsher heet u Onze beschermer. 17Waarom, HEER, liet u ons afdwalen van uw wegen? Waarom hebt u ons onbuigzaam gemaakt, zodat wij geen ​ontzag​ meer voor u hadden? Keer toch terug, omwille van uw dienaren, van de stammen die u toebehoren. 18Sinds kort hebben onze vijanden uw ​heilig​ volk​ in hun macht gekregen en uw ​heiligdom​ vertrapt. 19Het is alsof u nooit over ons hebt geheerst, alsof uw naam nooit over ons is uitgeroepen. Scheurde u maar de hemel open om af te dalen! De bergen zouden voor u beven. 641Zoals vuur dorre twijgen in vlam zet, zoals vuur water doet koken, zo zou u uw vijanden uw naam laten kennen en alle volken voor u laten beven, 2omdat u de geduchte daden doet waarop wij niet durven hopen. Als u toch zou afdalen! De bergen zouden voor u beven. 3Nog nooit is zoiets gehoord, niet eerder zoiets vernomen. Geen oog zag ooit een god buiten u, die opkomt voor wie op hem wacht. 4U komt ieder tegemoet die van harte ​rechtvaardig​ handelt, die uw weg gaat, met u voor ogen. Maar nu bent u in toorn ontstoken, omdat wij gezondigd hebben. Hadden we maar de oude weg gevolgd, dan zouden we worden gered.

Psalm 103 (gisteren) vergelijkt God met een vader (‘als’). In Jesaja 63 klinkt vrijmoedig de vraag: U bent toch onze vader ? Wat vraagt de profeet van Hem ?