4/7 Leesrooster, Matteus 2, de Wijzen uit het Oosten

donderdag 3 januari 2019

MATTEUS 2 : 4-9

4 Herodes riep alle hogepriesters en Schriftgeleerden samen om hen te vragen waar de Messias geboren zou worden. 5 ‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: 6 “En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.” 7 Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, 8 en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind en bericht mij zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’ 9 Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg,

Herodes deed of z’n neus bloedde. Hij riep een vergadering van de Schriftgeleerden bij elkaar. Die moesten antwoord zoeken op de vraag: waar wordt de Messias, die Koning geboren? Geen probleem voor die Schriftgeleerden! Ze konden het met de vinger aanwijzen. Daar staat het, in de boekrol van de profeet Micha 5:1 “In Bethlehem in het land van Juda”.

Dat was wat voor die wijzen?! Een soort koude douche. Niemand liep warm voor hún koning, waarvan zij de ster gezien hadden. Het enige was, dat hij in Bethlehem geboren moest worden. Niet in Jeruzalem, de koningsstad. Maar in Bethlehem op twee uur reizen ten zuiden van Jeruzalem. In dat ‘gat achteraf’, zouden wij vandaag zeggen.

En Herodes? Voorlopig wist hij genoeg. Maar hij wilde zekerheid: was dat kind er echt en waar dan en hoe oud al? Wat had hij van dat kind, die Koning, te duchten? Daar had hij die Magiers voor nodig, in het geheim, want niemand mocht argwaan krijgen. Zij moesten naar Bethlehem gaan, om daar onderzoek naar dat kind te doen. En als ze het wisten, wilde hij dat graag van hen horen. Hij deed, alsof hij die jonggeborene ook wilde gaan aanbidden. Maar hij had natuurlijk al lang wat anders in z’n hoofd….

Zouden die wijzen begrepen hebben, waarom Herodes alles wilde weten over die Koning van de Joden? Mattheus schrijft heel fijntjes: Ze hoorden de koning aan.