3/7 Leesrooster Advent

woensdag 5 december 2018

LEVITICUS 19 : 1

Wees heilig, want Ik, de HERE jullie God ben heilig.

In het kerkelijk jaar adventstijd, in veel gezinnen en op veel plaatsen dezer dagen (vandaag) het bekende sinterklaasfeest, genoemd naar de heilige Sint Nicolaas. Sinterklaas, een kindervriend, die er van hield om uit te delen. Zijn weldadigheid is legendarisch geworden en zelfs nu nog bekend en dat van iemand die al zo lang geleden leefde, nl. in de 4e eeuw en ook nog in een heel andere omgeving, in Myra (Klein-Azië). Juist om dat uitzonderlijke van de bisschop van Myra, want dat was hij, deze Nicolaas, spreken wij hem aan als Sint Nicolaas, de heilige Nicolaas.

Minder bekend van hem is zijn strijd tegen de dwaalleer. Bisschop Nicolaas uit Myra was één van de broeders afgevaardigden naar de kerkvergadering (Concilie) van Nicea in 325. Daar ontkende de ketter Arius dat Jezus de zoon van God is. Bisschop Nicolaas uit Myra werd daar zo boos om, dat hij Arius een flinke oplawaai verkocht en dat bracht hem toen een tijd achter de tralies. Ook dat is Sint Nicolaas, een strijder voor de ware leer. Een gereformeerde broeder zouden we vandaag zeggen.

Heiligen zijn voor ons besef uitzonderlijke mensen. Wij voelen ons niet zo’n heilige of zo heilig. In de Bijbel wordt het woord heilige helemaal niet gereserveerd voor mensen die bijzonder zijn. De gemeenteleden in Korinthe worden door Paulus ‘geroepen heiligen’ genoemd (1 Kor. 1:2). En dat terwijl Paulus van alles had aan te merken op die gemeenteleden van Korinthe. Er is sprake van grote dwaling en grove zonde. Toch spreekt hij hen aan als heiligen.

In de Bijbel wordt ook over het heilig zijn van God zelf gesproken. Ik de HERE uw God ben heilig (Lev. 19). Een mens kan ook heilig genoemd worden, wanneer er in zijn leven sprake is van een totale gerichtheid op God. En op de naaste. Dat is niks anders dan gewoon je oorspronkelijke bestemming van mens-zijn. Maar dan moet wel het-gericht-zijn-op-jezelf, op je eigen ik, doorbroken worden. Dat vraagt de HERE van ons. Wij zijn geroepen heiligen. En dan zijn we niet iets bijzonders, maar we zijn heilig en leven heilig, gewoon als een levenshouding. In de gerichtheid op God en op de naaste. Sinds Leviticus 19 klinkt het de eeuwen door als een appèl op het volk van God: Heilig zullen jullie zijn, want ik de HERE uw God ben heilig.