1/7 Leesrooster bij zondag 35 (wat is jouw beeld van God? zelfgemaakt of Christus?)

Maandag 12 november: Jesaja 40:18-26

18Met wie wil je God vergelijken,

hoe is hij uit te beelden?

19Met een ​godenbeeld​ misschien?

Dat is door een ambachtsman gemaakt,

door een edelsmid overtrokken

met goud en zilverbeslag.

20Met een beeld, opgericht op een bergtop?

Dat is maar een stuk hout dat niet vermolmt,

met zorg gekozen door een vakman,

die een ​godenbeeld​ wil maken dat niet omvalt.

21Weet je het niet? Heb je het niet gehoord?

Is het je niet van meet af aan verteld?

Is het niet al helder sinds de grondvesting van de wereld?

22Hij troont boven de schijf van de aarde

– haar bewoners zijn als sprinkhanen –,

hij spreidt de hemel uit als een doek,

spant hem uit als een ​tent​ om in te wonen.

23Hij maakt vorsten nietig,

de ​leiders​ van de aarde onbeduidend:

24nauwelijks zijn ze geplant, nauwelijks ​gezaaid,

nauwelijks hebben ze wortel geschoten,

of hij blaast over hen, en ze verdorren

en de stormwind neemt hen op als kaf.

25Met wie wil je mij vergelijken, zegt de ​Heilige,

aan wie ben ik gelijk te stellen?

26Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen?

Hij laat het ​leger​ sterren voltallig uitrukken,

hij roept ze bij hun naam, een voor een;

door zijn kracht en onmetelijke grootheid

ontbreekt er niet één.

God is veel te groot om Hem uit- of af te beelden. Elke voorstelling doet Hem tekort.