Leesrooster 7/7 Paulus (Saulus) en Barnabas uitgezonden door de Heilige Geest op eerste zendingsreis.

zondag 21 oktober 2018

HANDELINGEN 15 : 1-6

1 Er kwamen enkele ​leerlingen​ uit Judea, die betoogden dat de broeders zich moesten laten ​besnijden, overeenkomstig het door ​Mozes​ overgeleverde gebruik, omdat ze anders niet konden worden gered. 2 Dit leidde tot grote onenigheid met ​Paulus​ en ​Barnabas​ en mondde uit in een felle woordenstrijd. Besloten werd dat ​Paulus​ en ​Barnabas, samen met enkele andere ​leerlingen, naar Jeruzalem zouden gaan om deze kwestie voor te leggen aan de ​apostelen​ en de oudsten. 3 Nadat de ​gemeente​ hun uitgeleide had gedaan, gingen ze op ​weg​ en trokken ze door Fenicië en Samaria. Daar verhaalden ze uitvoerig over de bekering van de heidenen, iets dat bij alle gelovigen grote vreugde wekte. 4 Bij hun aankomst in Jeruzalem werden ze verwelkomd door de ​apostelen​ en de oudsten en door de rest van de ​gemeente. Ze brachten verslag uit van alles wat God door hen tot stand had gebracht. 5 Enkele gelovigen die tot de partij van de ​farizeeën​ behoorden, gaven echter te verstaan dat ook de niet-Joodse gelovigen dienden te worden ​besneden​ en opdracht moesten krijgen zich aan de wet van ​Mozes​ te houden. 6 De ​apostelen​ en de oudsten kwamen bijeen om nader op deze zaak in te gaan.

Handelingen 15 is een uitgebreid en actueel Bijbelgedeelte voor de kerk van alle tijden, ook voor vandaag. Verschil van mening en spanningen zijn er altijd geweest in de kerk, er is soms geworsteld met verschillen onder haar leden. En waarschijnlijk zal dat ook altijd wel zo blijven. Want ons kennen van Gods wil en onze liefde tot elkaar zijn nu eenmaal beide onvolkomen.

In dit Bijbelgedeelte ging het om de centrale vraag van het geloof, hoe wij als mensen gered kunnen worden van het oordeel van God. Paulus en Barnabas waren op de weg terug van hun eerste zendingsreis. En in Antiochië aangekomen waren er daar ook broeders uit Judea. Dus uit Jeruzalem en omstreken. En deze Joden leerden de gemeente, dat het niet voldoende was als je in Jezus geloofde, maar dat je ook naar het gebod uit Genesis 17 besneden moest worden.

Wie verder leest in dit hoofdstuk ziet dat het er uiteindelijk om gaat dat we als kerk van Christus alleen één kunnen blijven als we leven in de eenheid van het ware geloof in Christus en in ware liefde tot elkaar.