2/7 Leesrooster bij zondag 27 (God is ook de God van onze kinderen)

Dinsdag 18 september: Hebreeën 8:6-13

 6Maar ​Jezus​ is dus aangesteld voor een eerbiedwaardiger dienst, in die zin dat hij bemiddelaar is van een beter ​verbond, dat zijn wettelijke grondslag heeft gekregen in betere beloften. 7Zou het eerste ​verbond​ zonder gebreken zijn geweest, dan zou er geen tweede voor in de plaats hebben hoeven komen. 8Maar God berispt zijn volk met de woorden: ‘De dag zal komen – ​spreekt de ​Heer​ – dat ik een nieuw ​verbond​ zal sluiten met het volk van Israël en met het volk van Juda. 9Niet een ​verbond​ zoals ik dat sloot met hun voorouders toen ik hen bij de hand nam om hen weg te leiden uit Egypte, want aan dat ​verbond​ zijn ze niet trouw gebleven. Daarom heb ik mijn handen van hen afgetrokken – ​spreekt de ​Heer10Maar dit is het ​verbond​ dat ik in de toekomst met het volk van Israël zal sluiten – ​spreekt de ​Heer: In hun verstand zal ik mijn wetten leggen en in hun ​hart​ zal ik ze neerschrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. 11Volksgenoten zullen elkaar niet meer hoeven te onderwijzen, men zal elkaar niet meer hoeven te zeggen: “Ken de ​Heer!”, want allen zullen mij kennen, van klein tot groot. 12Ik zal hun wandaden ​vergeven​ en aan hun ​zonden​ zal ik niet meer denken.’ 13Op het moment dat hij spreekt over een nieuw ​verbond​ heeft hij het eerste al als verouderd bestempeld. Welnu, wat verouderd is en versleten, is de teloorgang nabij.

Kinderen dopen kan niet, hoor je soms. Dat verbond met Abram is voorbij, toch ? Nee. Het verbond
dat verouderd is, is niet Gods verbond met Abram, maar het verbond op de berg Sinaï (vers 9).