4/7 Petrus met Cornelius (Handelingen 10-11) #leesrooster

donderdag 9 augustus 2018

HANDELINGEN 10 : 23-29

23 De volgende dag ging hij samen met hen op ​weg, en enkele broeders uit Joppe gingen met hem mee. 24 Een dag later kwam hij in ​Caesarea​ aan, waar hij werd opgewacht door Cornelius, die zijn familieleden en zijn naaste vrienden bijeen had geroepen. 25 Toen ​Petrus​ het huis wilde binnengaan, kwam Cornelius hem tegemoet, en hij wierp zich eerbiedig voor zijn voeten ter aarde. 26 Maar ​Petrus​ hielp hem overeind en zei: ‘Sta op. Ik ben ook maar een mens.’ 27 Al pratend met Cornelius ging hij naar binnen, waar hij een groot aantal mensen aantrof. 28 Hij zei tegen hen: ‘U weet dat het ​Joden​ verboden is met niet-Joden​ om te gaan en dat ze niet bij hen aan huis mogen komen, maar God heeft me duidelijk gemaakt dat ik geen enkel mens als verwerpelijk of onrein mag beschouwen. 29 Daarom heb ik me niet verzet toen ik naar u toe werd gestuurd.

Als Petrus na een voetreis van ca. 50 km aankomt bij Cornelius merkt hij méér dan welkom te zijn. Z’n huis zit vol. Hij heeft niet alleen zijn huispersoneel, maar zelfs relaties en trouwe vrienden uitgenodigd. Als Petrus binnenstapt gebeurt er iets vreemds. Cornelius werpt zich voor de voeten van Petrus, als was hij een hemelse boodschapper die op bovenmenselijke wijze geëerd moest worden.

In die situatie de wereld op z’n kop: een Romein kniélt voor een Jood! Terwijl Romeinen eisen dat volken die ze overwonnen hadden, voor hen moesten buigen. Daarom hadden Joden altijd veel moeite op de knieën te moeten voor Romeinen. Nu gebeurt het andersom! De Romein Cornelius toont nederigheid en brengt bovenmenselijke eer aan een Jood! Ongebruikelijk! Maar kan alleen verklaard worden doordat Cornelius bijzonder blij is met deze brenger van Gods goede bericht!

Petrus geeft aan dat dit knielen niet kan en mag. Heel nuchter en afwijzend zegt hij: ‘ik ben zelf ook maar een mens… ga maar gewoon staan!’

Dat het ongebruikelijk is dat Petrus het huis van een heiden binnen gegaan is, blijkt uit de verklaring die Petrus meteen na de begroeting geeft. “Het is voor Joden verboden om het huis van een niet-Jood binnen te gaan. Maar omdat God mij getoond heeft dat ik geen énkel mens nog voor onrein of onheilig mag houden, ben ik als gast in dit huis gekomen.” Petrus heeft zijn les geleerd!