1/7 Petrus met Cornelius (Handelingen 10-11) #leesrooster

maandag 6 augustus 2018

HANDELINGEN 10 : 9-13

9 De volgende dag, nog voordat de afgezanten van Cornelius in Joppe waren aangekomen, ging​Petrus​ omstreeks het middaguur naar het ​dak​ van het huis om daar te ​bidden. 10 Maar hij kreeg honger en wilde iets eten. Terwijl er eten voor hem werd klaargemaakt, werd hij gegrepen door een visioen. 11 Hij zag hoe vanuit de geopende hemel een voorwerp dat op een groot ​linnen​ kleed leek aan vier punten op de aarde werd neergelaten. 12 Op het kleed bevonden zich alle lopende en kruipende dieren van de aarde en alle vogels van de hemel. 13 Hij hoorde een stem zeggen: ‘Ga je gang, ​Petrus, slacht en eet.’

Terwijl de vrome slaven van Cornelius op weg zijn naar Joppe (ca. 50 km), is de Geest bezig Petrus het laatste zetje te geven zodat hij er helemaal klaar voor is om bij heidenen op bezoek te gaan. De apostelen, te beginnen met Petrus moesten toch op weg gaan om álle volken tot discipelen van Jezus te maken? Maar het blijkt allerminst vanzelfsprekend dat Petrus op de heidenen afstapt om het reddende evangelie te brengen. De Geest moet hem er zelfs toe aanzetten.

Als Petrus omstreeks twaalf uur ‘s middags in Joppe op het dak is om te bidden, wordt hij overvallen door een sterke etenstrek. Hij valt in een geestvervoering en krijgt een bijzonder visioen te zien. Hij kijkt in een open hemel en ziet een voorwerp, dat lijkt op een groot vierkant zeildoek uit de hemel neerdalen. Eerst herkent hij allerlei dieren en nog dichterbij twee soorten dieren. Reine en ónreine dieren. Viervoeters, kruipende dieren en vogels, een gemengde dierentuin van rein en onrein. Dieren die je als een oprecht kind van Abraham volgens Leviticus 11 en Deuteronomium 14 niet mag eten. Dán klinkt Gods eigen stem: ‘Kom, Petrus, slacht en eet!’