3/7 Ananias en Saffira #leesrooster

woensdag 11 juli 2018

HANDELINGEN 5 : 3-4

3 Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de Heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden? 4 Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield om je zo te gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf.’

Aan het slot van Handelingen 4 lezen we van de liefdesdaad van Barnabas. Hij verkocht een akker, verkocht die en bracht het geld naar de apostelen. Satan gaat dit bijzondere werk van de Geest nu brutaal nabootsen in het bedrog van Ananias en Saffira. Ook zij verkopen een stuk grond. Maar ze houden een deel van de opbrengst achter.

Satan infiltreert in de gemeente en neemt het hart van Ananias en Saffira in bezit om de mensen te misleiden en ze in het verderf te storten. Het lijkt Gods werk, maar het is duivels werk.

Ananias waarom heeft de Satan uw hart vervuld?’ Petrus was, toen hij voor de raad moest verschijnen ‘vervuld’ van de Geest en ook de gemeente werd ‘vervuld’ met de Geest. Satan zet daar nu zijn eigen ‘vervulling’ tegenover. En als het hart vervuld is met de Satan dan is er voor de Geest geen plaats meer. En Petrus wel vol van de Geest ontmaskert Ananias: ‘waarom heb je tegen de Heilige Geest gelogen door een deel van de opbrengst achter te houden? Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield je zo te gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen maar God zelf’.

Begrijpt U wat Ananias deed? Hij deed alsof het allemaal een menselijk zaakje was en er dus wel een loopje mee kon nemen. Een leugentje om bestwil, ach, wat doet dat ertoe? Hij wilde de barmhartige Samaritaan uithangen, de weldoener die om zijn goede daden geprezen zou worden. Maar Petrus doorziet het. Of beter, de Geest doorziet het: “Niet de mensen heb je bedrogen maar God zelf!”