2/7 Ananias en Saffira #leesrooster

dinsdag 10 juli 2018

HANDELINGEN 5 : 1-4

1 Een zekere Ananias verkocht samen met zijn vrouw Saffira eveneens een stuk grond, 2 maar hield een deel van de opbrengst achter – ook zijn vrouw wist daarvan – en bracht de rest van het geld naar de apostelen. 3 Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de Heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden? 4 Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield om je zo te gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf

De tactiek van Satan is altijd dezelfde. Toen en nu. Beurtelings zet hij twee wapens in.

Het ene wapen is dreiging, geweld en vervolging. Daar kregen de apostelen meteen al mee te maken en later, na de steniging van Stefanus (hfdst 7), brak een hevige vervolging los tegen de gemeente.

Het andere wapen is verleiding, misleiding, de leugen profetie. Dat wapen maakt veel slachtoffers. Veel meer dan vervolging. Want vervolging drijft de christenen juist naar elkaar. Er ontstaat dan juist eensgezindheid en volharding, al zijn er natuurlijk ook die afhaken. Die eerste pinkergemeente werd dwars door de dreiging heen alleen maar sterker en hechter. Ze vonden troost bij elkaar. Ze deelden letterlijk lief en leed. Een bijzondere gave van de Heilige Geest.

Die situatie van toen kunnen we niet zo maar één op één kopiëren naar vandaag, naar onze situatie. Wij leven in heel andere omstandigheden. Zonder dreiging van de autoriteiten. Maar daarom niet minder verleidelijk. De grootste gave van de Geest aan de gemeente was de liefde. Die gave leidde tot een enorme saamhorigheid en mededeelzaamheid. Arme mensen, weduwen, wezen, die zich bij de gemeente aansloten konden in steeds mindere mate rekenen op steun van de tempeldiaconie.

Je kunt je voorstellen hoe het ging als leden van de gemeente gebrek leden. “Is er nog iemand die kan helpen?” En dan stond er iemand op en die zei: “Ik heb nog een stuk grond en ik verkoop dat”.

Zo konden de armen verzorgd worden en dat door de bijzondere leiding van de Geest.