7/7 De eerste christengemeente in conflict met de joodse leiders. #leesrooster

zondag 8 juli 2018

HANDELINGEN 4 : 34, 36-37

34 Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen 36 Eén van hen was Josef, een Leviet uit Cyprus, die de bijnaam Barnabas had gekregen, wat in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent. 37 Hij bezat een akker, die hij verkocht, waarna hij het geld naar de apostelen bracht.

Echt een kerk, een gemeenschap vol van liefde en trouw zoals God bedoeld heeft. Maar als je dat mag constateren, dan moet je ook oog hebben voor gevaar dat dreigt. Dat is geen negativisme of zwartkijkerij, maar Schriftuurlijke werkelijkheid. De leerlingen herkenden dat gevaar, die tegenaanval al nadat Petrus en Johannes gevangen waren geweest. Want geleid door de Geest citeren ze David (4:24-26) vanuit Psalm 2 en herkennen de strijd die ook hier gaande is. Het verzet tegen de Gezalfde, tegen de Here Jezus om wie in Gods plan alles draait. Want de gemeente lag vanaf het begin onder vuur! De inleidende aanval van de Satan was ook hier begonnen met als doel de gemeente zo snel mogelijk te verzwakken en kapot te maken.

Het eerste gevaar dat dreigde was dat ze populair waren bij het volk (2:47, 4:21). Hun omgang met elkaar dwong respect af. Ze hadden een hele goede uitstraling. Dat bevorderde de groei van de gemeente. Maar er zat ook een gevaar in. Als je geprezen wordt ga je al gauw buiten je schoenen lopen. Om ‘popi Jopie’ te kunnen blijven, heb je al snel de neiging de scherpe kantjes af te vijlen van de scherpe boodschap van het Evangelie.

Het tweede gevaar waren de autoriteiten: priesters, Sanhedrin, Sadduceeën. Ze dachten met Jezus van Nazareth afgerekend te hebben. Maar niets bleek minder waar. De apostelen bleven met kracht van de opstanding van Jezus getuigen onderstreept met de wonderbaarlijke genezing van een man die al meer dan 40 jaar verlamd geweest was. Ze probeerden de apostelen de mond te snoeren door hen te verbieden in de naam van Jezus tot het volk te spreken. Het liefst zouden ze de apostelen meteen al omgebracht hebben. Maar wat konden ze uitrichten? Die genezen verlamde liep daar als een levend getuigenis rond.