3/7 De opengevallen plaatsen vervuld. Handelingen

woensdag 13 juni 2018

HANDELINGEN 1 : 15-20

15 In die dagen stond ​Petrus​ op te midden van de ​leerlingen​ – er was een groep van ongeveer honderdtwintig mensen bijeen – en zei: 16 ‘Broeders, het Schriftwoord waarin de ​heilige​ Geest​ bij monde van ​David​ heeft gesproken over Judas, de gids van hen die ​Jezus​ gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan. 17 Judas was één van ons en had deel aan onze dienende taak. 18 Van de beloning voor zijn schanddaad kocht hij een stuk grond, maar bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen. 19 Alle inwoners van Jeruzalem hebben van deze gebeurtenis gehoord, en daarom noemen ze dat stuk grond in hun eigen taal Akeldama, wat ‘bloedgrond’ betekent. 20 In het ​boek​ van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven”. En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.”

Twee lege plaatsen waren er gekomen in de kring. De eerste was die van Jezus. Zijn plaats wordt met Pinksteren weer gevuld, dan komt de Geest. De tweede lege plaats was die van Judas en die moet vóór Pinksteren zijn ingevuld, want dan moet het fundament van de kerk af zijn.

In de wachtkamer waren de leerlingen met de Schriften bezig. En dat zet ze op het spoor de opengevallen plaats van Judas op te vullen. Petrus, ja, juist hij, brengt die lege plek ter sprake en wat er is gebeurd met Judas, het wordt gezien in het licht van de Schrift, waar ze mee bezig waren, o.a. Ps. 69:26 en Ps. 109:8.

Mooi als je zo trefzeker de Bijbel kunt lezen en toepassen. Had Petrus dat van zichzelf? De periode hiervoor met de Here erbij, zat hij er soms helemaal naast. Maar nu, wijs gemaakt door de Here Jezus en weer in genade aangenomen, heeft hij inzicht gekregen in de dingen die gebeurd zijn en is hij een leider die de gemeente voorgaat.

Dus willen wij ook de Schriften eigentijds kunnen verstaan dan moet de Bijbel open en moeten we goed luisteren naar wat er gezegd wordt en vragen om de Geest en om verlichting van ons verstand.