2/7 De opengevallen plaatsen vervuld. Handelingen

dinsdag 12 juni 2018

HANDELINGEN 1 : 12-14

12 Daarop keerden de ​apostelen​ van de ​Olijfberg​ terug naar Jeruzalem, een sabbatsreis daar vandaan. 13 In de stad aangekomen, gingen ze naar het ​bovenvertrek​ waar ze verblijf hielden: ​Petrus​ en Johannes, Jakobus en ​Andreas, ​Filippus​ en ​Tomas, ​Bartolomeüs​ en ​Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en ​Simon​ de IJveraar​ en Judas, de zoon van Jakobus. 14 Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het ​gebed, samen met de vrouwen en met ​Maria, de moeder van ​Jezus, en met zijn broers.

Wat doe je in een wachtkamer? Meestal niet veel. Je kijkt een tijdschrift door of maakt soms een praatje. Je zit met je armen over elkaar te wachten op de dingen die gaan gebeuren.

Wachten de leerlingen van de Here Jezus op deze manier na Hemelvaart op de komst van de Heilige Geest? Stil maar, wacht maar….? Nee, ze zijn juist ingespannen bezig. Lucas vertelt dat ze eendrachtig blijven volharden in het gebed. De Here had hen instructies gegeven voor de komende tijd. Biddend bereiden ze zich voor op de komst van de heilige Geest. Ze zitten niet met de armen over elkaar. Ze liggen veel op hun knieën en vouwen dan hun handen. Ze praten met elkaar over wat ze van de Here hebben gehoord en wat ze hebben meegemaakt: de Hemelvaart van hun Here om de troon van de wereld te bestijgen. Voor zo’n geweldige gebeurtenis ga je God aanbidden. Je dankt voor de hoogste eer die Gods Zoon is bewezen.

Maar ook zouden ze “met kracht uit de hemel worden bekleed” (Luc. 24:49). Naar zo’n groot geschenk kijk je uit en daar vraag je om. Zo leven ze naar Pinksteren toe om de Geest te ontvangen. Het geschenk van de Geest wordt niet vanzelf je deel. Alleen wie vraagt, krijgt! Paulus roept daartoe op in Efeziërs 5:18 en onze HC zegt in Zondag 45 dat God zijn Geest alleen wil geven aan hen die Hem van harte en zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.

Die belofte geldt ook voor ons. Dus, ook voor ons werk aan de winkel.