

| Predikant | ds. A. van Houdt |
| dsavanhoudt # hetnet . nl | |
| Melden gebruik | Van deze preek mag gebruik gemaakt worden in leesdiensten. Wanneer u dat doet, is het prettig te weten waar en wanneer dat gebeurt. Daarom graag even een bericht naar het emailadres van de predikant. |
| Tekst | 2 Timoteüs 2:18 en 19 (NBG'51) |
| Schriftlezing | 2 Timoteüs 2:1-22 (NBV) |
| Datum | maandag 21 april 2008 |
Schriftlezing: 2 Timoteüs 2:1-22 (NBV)
Tekst: 2 Timoteüs 2:18 en 19 (NBG'51)
Zingen: Gez. 92:1,3.
Gez. 92:2 (na de wet)
Ps. 103:1,3 (na Schriftlezing)
Gez. 118:1,2,3.
Ps. 103:9.
Je kunt op veel manieren een streep halen door de opstanding.
Ver vóór Pasen deden de Sadduceeën dat al.
Zij konden niet geloven in een opstanding op de jongste dag.
De Joodse Raad, het Sanhedrin, haalde óók een streep door de opstanding.
Hun leugen is berucht geworden: ze gaven de soldaten veel geld en zeiden:
“zeg maar, dat Zijn discipelen ’s nachts zijn gekomen en Hem gestolen hebben terwijl jullie sliepen.”
Het kan op de manier van Thomas: eerst zien, dán geloven.
Spot lijkt ook een effectief middel om een streep te halen door de opstanding.
Paulus krijgt er in Athene mee te maken op de Areopagus.
Daar houdt hij een preek en zijn verhaal loopt uit op de opstanding.
Voor de meeste wijsgeren die daar rondhangen is dat ronduit belachelijk.
De apostel is er fel tegen gekant, tegen dat ontkennen van de opstanding.
In 1 Korintiers 15, het bekende hoofdstuk over de opstanding, wijst hij op de consequenties.
Als Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof totaal zínloos.
Dan bent u nog in uw zonde. Dan zijn ook de mensen die ontslapen zijn, voor eeuwig verloren.
En in zijn Tweede brief aan Timotheus schrijft hij:
‘Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, maar nu is ze bekend geworden doordat onze Redder Christus Jezus is verschenen, die de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie.”
Nu wordt het wel duidelijk hè! Daar zit de duivel achter!
Hij wil een streep halen door de opstanding.
Christus moet worden teruggeduwd in het graf.
Zo wil Hij het resultaat van de verlossing te niet doen.
Vandaag doet men het op een heel slinkse manier.
Men haalt er een streep door, door er een draai aan te geven, een andere invulling.
Jezus leeft voort in de harten van zijn discipelen, zegt men.
Het is net als met een overleden familielid. Je moet maar steeds aan hem denken.
Of: opstanding is opstand. Je moet je inzetten voor recht en strijden tegen onrecht.
Wat een verwarring! In feite gaat het om een oer-oude ketterij.
Wat lijkt dit als twee druppels water op wat Paulus aan de kaak stelt in de brief aan Timotheus.
Het gaat hier om een heel merkwaardige variant op de ontkenning van de opstanding.
Zo kan het blijkbaar ook. Op de manier van Hymeneüs en Filetus.
Je beweert gewoon dat de opstanding al heeft plaatsgevonden.
Dan valt er voor de jongste dag niets meer te verwachten.
Het komt aan op een nieuw leven hier en nu.
Paulus roept op tot verzet tegen de gevolgen van deze dwaalleer.
Voor je gevoel maakt hij daarbij een merkwaardige overstap.
Hij gaat spreken over de geweldige bemoediging van de verkiezing en de indringende aansporing om te leven naar de eis van het verbond.
Blijkbaar heeft dat álles te maken met de opstanding van Christus.
Thema: Je mag geen streep halen door de opstanding van Christus.
1. De geweldige bemoediging van de verkiezing.
2. De indringende aansporing van het verbond.
Het testament van een ter dood veroordeelde.
Zo wordt deze tweede brief van Paulus aan Timotheus wel genoemd.
Weet u waarom? Dat komt door zijn opmerking in 4:6.
“Mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert.”
Voor de zoveelste keer in zijn leven zit de apostel achter de tralies.
Hoop op vrijlating heeft hij niet meer.
Hij is oud en grijs geworden in de dienst aan God.
Eerlijk gezegd ook een beetje teleurgesteld.
De mensen die in Azië wonen hebben met hem gekapt, o.a. een zekere Fygellus en Hermogenes.
Demas heeft Paulus in de steek gelaten. De aantrekkingskracht van de wereld werd hem te sterk.
Alexander, de kopersmid, heeft hem de voet dwars gezet.
Je kunt er best inkomen, dat Paulus grote zorg heeft over de toekomst.
Hij ziet de jonge generatie geplaatst voor de strijd om het Woord te bewaren.
Is dat Woord van God betrouwbaar, ja of nee?
Het ellendige is alleen, dat die strijd om het betrouwbare Woord parallel loopt met wat Paulus noemt ‘zinloos en leeg gezwets.’
Op het eerste gezicht gaat het nergens over. Het gaat om peanuts.
Maar de zaak kan voortwoekeren als een kankergezwel.
Paulus noemt een voorbeeld: Er wordt beweerd: De opstanding heeft al plaatsgevonden.
Die dwaalleer komt van Hymeneus en Filetus.
Dat lijkt als twee druppels water op het evangelie van de Heilige Geest.
De gelovigen zijn met Christus gestorven en opgewekt, had Paulus aan de Romeinen geschreven.
En in deze brief, hoofdstuk 2:11, heeft hij geschreven:
“Als wij met hem gestorven zijn, zullen we ook met hem leven; “
En had Christus zelf ook niet op die manier gesproken?
“Wie in Mij gelooft, is uit de dood overgegaan in het leven.”
Dat is heel erg waar natuurlijk. Het is héél erg waar.
Alleen mag het niet ten koste gaan van de opstanding van het lichaam, die nog voor de deur staat.
Er was wel een aannemelijk motief voor deze dwaalleer.
Tegenwoordig noemen ze dat het zendingsmotief!
Je wilt je bijbelse boodschap graag acceptabel maken voor de buitenwacht.
Nou, die Grieken hadden best oren naar een opstanding die zich in je gedrágspatroon voltrok.
Je moest bij de Grieken niet aankomen met het Evangelie van de lichamelijke opstanding van Christus in het verléden én je eigen opstanding straks.
Dat gaf maar herrie met de buren.
Daar werd de jeugd van de kerk om uitgefloten.
In díe situatie ging die preek van Hymeneus en Filetus er ín al koek.
Maak je niet dik! Nergens voor nodig, dat geruzie!
Jood en Griek kunnen elkaar vinden op basis van de formule: de opstanding heeft al plaatsgevonden!
Dat was lastig voor de jongeren van die tijd!
Daar raakten ze helemaal de kluts door kwijt.
De boodschap van Paulus bracht je in conflict met je omgeving.
Terwijl je door die compromis-formule fijn uit de problemen bleef.
Maar de apostel Paulus ontmaskert de boodschap van deze predikanten als een slechte leer.
Dat klónk nou wel leuk en aardig, “De opstanding heeft al plaatsgehad’,
En: “We moeten hier en nu opstaan, en dan zíjn we er al. Dan zijn we perfect.”
Maar zo werd een streep gehaald door de opstanding.
Daartegenover wijst Paulus op het fundament.
Er is veel gespeculeerd over de vraag, wat hij daarmee bedoelt.
Sommigen zeiden: het is de kerk.
Beter lijkt het me om te denken aan het fundament, waarop de kerk gebouwd is: het evangelie –
En dan speciaal de inhoud daarvan, Jezus Christus.
“want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf”, zegt Pls in 1 Kor.3:11.
Dat fundament draagt een opschrift, zegt Paulus in onze tekst.
Je kunt denken aan een inscriptie op de eerste steen van een bouwwerk.
Dít staat er op het fundament, de eerste steen van de kerk:
‘De Here weet wie Hem toebehoren’ en
‘Laat ieder die de naam van de Here noemt, ongerechtigheid uit de weg gaan’.
Dat eerste is bedoeld als troost en bemoediging.
De Here weet wie Hem toebehoren. De Here als Kurios, als eigenaar.
Hij kent Zijn eigendom.
Hij zegt: Ik ben de Goede Herder. Ik ken Mijn schapen en Mijn schapen kennen Mij.
Ik heb je bij Mijn Naam geroepen. Je bent van Mij.
Maar dit woord roept nog meer herinneringen op.
De HERE weet wie Hem toebehoren. De HERE kent de zijnen.
Weet u, dat is een heel oude en bekende uitspraak!
Wie in die tijd een beetje thuis was in de Bijbel van het Oude Testament zal meteen gedacht hebben aan het verhaal van de opstand van Korach, Datan en Abiram in Numeri 16.
Natuurlijk was er verschil. Maar hun revolutie was vergelijkbaar met de ideeën van Hymeneus en Filetus.
Ik zal u vertellen waarom.
Die compromis-dominees in de tijd van Paulus en Timotheus zeiden: je moet gróót denken van de H.Geest.
Want door Hem heeft de opstanding in jou al plaatsgevonden.
In de tijd van Korach lag dat op hetzèlfde niveau.
Je moet gróót denken van de Heilige Geest.
God woont in het midden van ons állemaal!
Dus, Mozes en Aaron, doe nou maar niet alsof een paar mannetjes zoals jullie zo’n bijzondere gave ontvangen hebben!
Dat was een lastige voor Israel.
De opstandelingen leken het gelijk aan hun kant te hebben.
De HERE Zelf gaf de oplossing. Met een vuurbak werd de proef op de som genomen.
Op die manier wees de HERE aan wie Hij tot het ambt geroepen had.
Wie gezalfd was met de H.Geest.
Die rebellen kregen een verschrikkelijke straf.
de aarde opende haar mond en slokte hen op, met hun families, alle mensen van Korach en alles wat ze bezaten. 33 Zo daalden zij met allen die bij hen hoorden levend in het dodenrijk af. De aarde sloot zich boven hen, en zij waren uit de gemeenschap verdwenen.
En Israel weet, aan wie ze gehoorzaam moeten zijn, omdat de HERE hen gezonden heeft.
Mozes en Aaron zijn geen pausjes, die het beter weten.
Het zijn de heiligen die God heeft uitgekozen en geroepen.
De HERE laat weten, wie Hem toebehoort, wie heilig is en in Zijn nabijheid mag verkeren, Num 16:5.
Wie Hij zal uitkiezen mag in Zijn nabijheid verkeren.
Dat sloeg toen op de broeders die speciale leiding moesten geven aan het volk.
Maar via de apostel laat de HERE dat woord in het N.T. dienen als het kenmerk van de echte Christen.
Dit is de taal van de verkiezing. En ook de taal van het verbond.
De HERE kent de Zijnen. Hij weet wie Hem toebehoort.
Gemeente, wat wordt u toch weer geweldig bemoedigd vanmorgen!
De HERE kiest de Zijnen uit en kent die allen!
Hij ziet ze mídden in de situatie van hun leven.
Hij ziet ze ook in de moeiten van het moment.
Midden in de geestelijke verwarring, veroorzaakt door ketters met een boodschap die heel aannemelijk lijkt.
En ze krijgen vaste grond onder de voeten.
Een woord van troost en bemoediging bij alle aanvallen van satan en mensen.
De HERE kent de Zijnen.
Dat betekent meer dan dat Hij van je bestaan afweet.
Hij kent ons in Zijn verkiezende liefde.
Hij roept ons door middel van Zijn betrouwbare Woord.
Daarmee geeft Hij uitvoering aan Zijn eigen voornemen, omdat hij daartoe uit genade besloten had.
Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus, maar nu is ze bekend geworden doordat onze Redder Christus Jezus is verschenen, zegt Paulus in Hoofdstuk 1:10.
Daar legt hij ook de link naar die dwaalleer en het verzet daartegen.
Want, dat de HERE de Zijnen kent heeft Hij majesteitelijk aan het licht laten komen.
Doordat Christus de dood heeft vernietigd en onvergankelijk leven heeft doen oplichten door het evangelie.
Daarom is de prediking gericht op het leven van nú, maar óók op dat van de toekomst.
De HERE kent ons in Zijn liefde.
Hij hoort je, wanneer wij tot hem roepen, zult u daar aan denken als u weer op de knieën gaat?
Daar is Hij als Vader super-gevoelig voor.
Hij leeft volop met je mee in moeilijkheden en problemen.
Hij vuurt je aan in de goede strijd van het geloof.
Hij omringt ons met Zijn oneindige liefde en zorg, in alles wat ons overkomt.
Hij geeft ons de Heilige Geest Die ons doet opstaan tot een nieuw leven.
Maar, daarmee is het niet uit!
Wie dat beweert, verschraalt en versmalt de kracht van de opstanding van Christus.
De HERE kent de Zijnen, om met hen Zijn plan af te maken!
Hij wil ons brengen in Zijn eeuwig Koninkrijk.
We geloven in de opstanding van het lichaam en het eeuwige leven.
Daarin ligt de link naar vandaag.
Het evangelie wordt versmalt tot een boodschap die zich richt op deze kant van het graf.
Doordat wij opstaan tot actie komt het Koninkrijk tot stand.
Het beroep op het evangelie klinkt soms erg aannemelijk.
Het kan jongeren in verwarring brengen. Wat is nu waar en wat niet?
Er is een proef op de som, jongelui!
Let op wat Paulus zegt in 2 Tim. 2:8. Houd Jezus Christus in gedachten, die uit de dood is opgewekt.
En vraag dan maar, of dat ook letterlijk geloofd wordt. Dan vallen velen door de mand.
De HERE kent de Zijnen. Hij kent ze door Zijn Woord.
Dat Woord is betrouwbaar.
Het is het onwrikbare fundament, waarop de kerk is gebouwd.
Een kerkgemeenschap, die daarop bouwt, houdt stand in eeuwigheid.
Want het is het werk van God.
Hij is sterker dan alle duivelen.
Hij is sterker dan alle dwaalgeesten.
Als je je houdt aan dat Woord, vaar je veilig.
Dat is ook voor de jongeren van nu het devies voor de toekomst, als ze het van de ouderen overnemen.
Houd vast aan de Bijbel, jongelui en sta voor het gezag van de Heilige Schrift.
Ook vandaag wordt met een beroep op het zendingsmotief de Bijbel aangepast aan de cultuur.
Er wordt gezegd: wat de Bijbel zegt over de positie van de vrouw in de kerk kun je niet meer maken.
En met wat de Bijbel zegt over Homoseksualiteit, daar kun je in onze tijd niet meer aankomen.
En dat verhaal over de Schepping? Daar wordt van beweerd dat het misschien wel beeldspraak is.
Welk gezag heeft de Bijbelse Boodschap nog voor ons?
Het Evangelie van Christus is ons onwrikbaar fundament.
Bouw je leven daarop, jongelui!
Laat het je vormen. Laat het je troosten en bemoedigen.
Laat je er ook door corrigeren, als het nodig is.
De HERE kent ons en wij kennen Hem.
Hij heeft ons uitgekozen in Christus.
Hij roept ons door Zijn Woord.
2. De kerk wordt nooit alleen van buitenaf bedreigt. Oók van binnenuit.
Je kunt hierbij denken aan een verkeerd beroep op je verkiezing door de HERE en op de verbondsbelofte.
Zo van: God heeft mij uitgekozen, ik ben gedoopt, Christus is voor mijn zonden gestorven…-
Alsof dat een vrijbrief is om maar lekker door te gaan met zondigen.
Er staat nóg een opschrift op het fundament van de kerk. – en ik kies hier voor de vertaling ’51.
Een ieder die de Naam van de HERE aanroept, moet breken met de ongerechtigheid.
Onrecht uit de weg gaan kan in wezen nog buiten jezelf omgaan.
Onrecht gebeurt in de wereld, in Tibet en China,
Onrecht was misschien de veroordeling van Lucia de B.
Maar breken met de ongerechtigheid raakt je in je eigen doen en laten!
De ongerechtigheid zit ook bij jou van binnen, in je zondige hart!
Mooier kan het samengaan van de genadige verkiezing door God en de persoonlijke verantwoordelijkheid van een mens niet worden weergegeven.
In alle verbonden zijn twee delen, dat weet u wel.
Dat we onze oude natuur doden en opstaan tot een nieuw leven is kenmerk van de echte christen.
Die dwaalleraars in de tijd van Timotheus zaten er náást.
Zij beperkten de opstanding tot het leven híer en nu.
Op dit punt hebben ze vandaag veel volgelingen.
Daarmee wordt het evangelie versmalt.
Maar je versmalt het evangelie óók, wanneer je de opstanding laat opgaan in het gebeuren op Pasen én de grote morgen. Wat daartussen ligt is óók opstandings-terrein.
Een ieder die de Naam van de HERE aanroept, moet breken met de ongerechtigheid.
Ook die uitspraak gaat terug op het verhaal van Korach, Datan en Abiram.
Dat zij met hun hele hebben en houden in de afgrond verdwijnen, heeft een bedoeling.
Daarmee leert de HERE het volk een les.
Het moet breken met deze ongerechtigheid.
‘Ga bij de tenten van die goddeloze mannen vandaan,’ zei Mozes tegen het volk,
‘en raak niets aan dat van hen is.’
Dat vraagt om een radicale breuk.
Gevolg van het feit, dat God kent wie van Hem zijn.
Hij verkiest, Hij roept, Hij heeft lief. Hij stort Zijn genade over ons uit.
Maar Hij roept ook hartstochtelijk op tot de breuk met wat verkeerd is.
Het moet in het Verbond van twee kanten komen.
De tweeledige inscriptie op het onwrikbaar fundament van de Kerk maakt dat duidelijke.
Aan de hand van dit woord blijf je op koers, ook jullie, jongelui!
Het geldt voor de kerk van alle tijden, ook in de eindtijd.
Laat het in je geheugen en in je hart gegrift zijn.
‘Laat ieder die de naam van de Here noemt, breken met het kwaad’.
Daar moet je verre van blijven en je verre van houden.
De Naam van de HERE noemen.
Dat is méér dan Zijn Naam op de lippen nemen en af en toe een vroom praatje.
Het is Zijn Naam belijden in je dagelijkse situatie, in alles wat je doet.
Als je dat doet – en wat is het héérlijk om dat te doen! –
dan moet je, zoals de Statenvertaling zegt – af-staan van de ongerechtigheid.
Afstand nemen van wat met de HERE niets te maken heeft.
Afstand bewaren tot alles wat niet naar de wil van de HERE is.
Of, zoals de Herziene Statenvertaling zegt:
ieder die de Naam van Christus noemt, moet zich ver houden van de ongerechtigheid.
Weten wij nog wat dat is? En wil je dat wel?
Kun je nog iets buiten de deur houden, omdat je van Jezus Christus bent?
En de keerzijde: haal je wel eens iets in huis omdat je gelooft?
Dat lijkt me een belangrijke opmerking voor onze tijd.
Veel gedoopte kinderen van God beleven weinig vreugde aan het gaan naar de Kerk.
Hoeveel energie steken we in een echt positief-christelijke invulling van ons leven?
Het is echt schokkend als je om je heenkijkt.
Bij velen die de naam van de HERE noemen is tegelijk sprake van een volop meedoen met allerlei kwaad. We laten ons gedrag veel sneller sturen door wat er in de wereld norm is, dan door het Woord.
Met het grootste gemak worden normen en waarden die de Bijbel ons aanreikt, overboord gezet.
Velen zijn er die breken met het geloof.
Wat een geruzie en gehakketak vaak tussen broeders en zusters van het zelfde huis.
Als daarvan sprake is, wordt er nét zo goed een streep gehaald door de opstanding!
Als we met Christus gestorven zijn, zullen we óók met Hem leven.
Dat is, wat de Catechismus noemt, het belang van de opstanding van Christus.
Vluchten bij de zonde vandaan. Ga daar weg!
Vroom en oprecht leven voor Zijn aangezicht.
Verdriet kennen vanwege je zonden en er berouw over hebben.
Vreugde, dat je het verdriet mag kennen vanwege je zonden...!
Dagelijks je toevlucht nemen tot het bloed en het lijden en sterven van Christus.
Dat hoort er allemaal bij, naast het verlangen dat je hebt – ja, hebt u dat? – naar de dag van de terugkomst van Christus, waarop Zijn werk voltooid zal zijn.
Daar zullen wij Hem als echte mensen mogen dienen, en dan zonder zonde.
Maar als we met Hem gestorven zijn, zullen we ook met hem opstaan.
Wat Paulus bedoelt heeft hij met andere woorden geschreven aan de gemeente van Korinthe, in 2 Kor 6;14: Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen.
Wat is de verwantschap tussen gerechtigheid en wetteloosheid? Wat heeft licht met duisternis te maken? Waarin lijken Christus en Belial op elkaar? Wat hebben een gelovige en een ongelovige gemeen?
Wat heeft de tempel van God met afgoden te maken?
Wijzelf zijn de tempel van de levende God, zoals God heeft gezegd:
‘Ik zal bij hen wonen en in hun midden verkeren, ik zal hun God zijn en zij mijn volk.’
Daarom zegt de HERE: Ga weg bij de ongelovigen, zonder je van hen af en raak niets aan dat onrein is.
Dan zal ik jullie aannemen en jullie Vader zijn en jullie mijn zonen en dochters, zegt de almachtige HERE.’
Wat brengen wij daarvan terecht? Toets uw leven daar nu eens aan!
Gemeente, de inscriptie op het fundament is tweeledig.
De HERE weet wie Hem toebehoren’ en ‘Laat ieder die de naam van de HERE noemt, breken met het kwaad’.
Je kunt je onmogelijk laten troosten door dat eerste, als je de aansporing van dat tweede in de wind slaat.
Door heel de Bijbel heen zijn verkiezing en verantwoordelijkheid, belofte en eis, troost en vermaning, vertrouwen op de HERE en het dienen van de HERE aan elkaar verbonden.
Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet, ook niet op dit punt.
Want dan heb je een streep gehaald door de opstanding.
Als we met Christus gestorven zijn, dan zullen we ook met hem opstaan.
Een nieuw leven beginnen.
Leven als mensen die met de Heiland in de hemel gezet zijn.
Leven als mensen met een dubbele nationaliteit en een dubbel paspoort.
Zoals Calvijn het heel sterk zei: We leven in de wereld, maar zo dat we ook in de hemel leven.
De satan wil Christus terugduwen in het graf.
Hij wil een streep halen door de opstanding.
Zullen we er tegen vechten?
Zullen we vechten tegen futloosheid en verslapping?
Tegen een gebrek aan interesse en het overal maar een vraagteken achter zetten?
Zullen we vechten tegen wereldgelijkvormigheid en het halve christendom?
Zullen we vechten, en zullen we het samen met Christus doen?
Samen met Christus Die het gevecht al lang gewonnen heeft.
Hij heeft Zich overgegeven in de dood.
Hij heeft je liefgehad. Daarom heb je Hem lief.
Opstaan tot de vreugde, gemeente, opstaan uit de zonde en de ingezonkenheid.
Opstaan tot het nieuwe leven!
Amen
Disclaimer - Privacy Statement - Copyrights - Powered by Doppy.nl - dinsdag 13 mei 2008 13:58