Preken & Meditaties

 
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt Vlaardingen

Details - Een zaaier ging naar zijn land om te zaaien

Predikantds. A. van Houdt
Emaildsavanhoudt # hetnet . nl
Melden gebruikVan deze preek mag gebruik gemaakt worden in leesdiensten.
Wanneer u dat doet, is het prettig te weten waar en wanneer dat gebeurt.
Daarom graag even een bericht naar het emailadres van de predikant.
TekstMattheus 13:18-23
SchriftlezingMattheus 13:1-17.
PDF 
Datumdinsdag 12 juni 2007

Een zaaier ging naar zijn land om te zaaien

Pinksteren 2007 Openbare geloofsbelijdenis.
Bediening kinderdoop en volwassendoop.

Schriftlezing: Mattheus 13:1-17.
Tekst: Mattheus 13:18-23.

Zingen:
NGk 70:1,2,3.
Ps. 84:1,3,5.
NGk 158.(voor de preek)
Ps. 126:3.(na preek)
Ps. 119:63,64 (na belijdenis)
Ps. 105:5. Na kinderdoop
Ps. 87:4 na volwassendoop
NGk 161:1,2,3,4.



Wat een prachtige dag voor de gemeente van Christus hier in Vlaardingen!
Tien jonge mensen die belijden: ik geloof in God!
Een blij moment voor jullie zelf.
Je hebt een periode van onderwijs afgerond.
Bij de één was dat kort, maar hevig.
In andere gevallen werd je na een aantal jaren catechisatie gebracht tot de belijdenis van je geloof in Christus.
Ook voor jullie ouders is dat bijzonder fijn.
Wat zou je als vader en moeder ánders wensen, dan dat je kind de enige Heiland Jezus Christus mag vinden?
De Apostel Johannes zegt het zo aangrijpend in zijn derde briefje:
groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen, 3 Joh 1:4.
Een hoogtepunt dus vanmiddag, waar we intens van mogen genieten.
En laten we God er voor danken en loven!
Want het is de HERE, Die je door Zijn genade en de heilige Geest zover gebracht heeft in je leven.
Dat geldt ook voor hen die van buiten onze gemeente komen.
Met jullie heeft God Zijn eigen wegen bewandeld om naar je toe te komen met Zijn roeping en verkiezing.
Naast hoogtepunten zijn er ook dieptepunten in je geloofsleven.
De één zegt: ik loop er écht hélemaal wárm voor, voor God en voor Christus.
Ik vind de Bijbel helemaal geweldig.
Een ander zegt: Die Bijbel zegt me helemaal niets! Laat me totaal koud!
De één zegt: ik wil graag bij de kerk horen en ik meld me aan.
De ander zegt: de hele boel kan me gestólen worden.
Ik káp er mee, met het geloof en met de kerkgang.
Ja, hoe komt dat nou?
Het antwoord op die vragen geeft de Here Jezus in de indringende gelijkenis van de Zaaier.

Thema: Christus openbaart ons het geheim van het groeiproces van het geloof. Het is:
1. Zaaien.
2. Ploegen.
3. Oogsten.

Mattheus 13 markeert een kantelpunt in het onderwijs van Christus.
In de eerste hoofdstukken werd verteld wat Christus allemaal heeft gezegd en gedaan.
We zijn getuige van de bergrede, een prachtige openluchtpreek van Christus.
Ook een aantal wonderen van genezing door de Heiland worden verteld.
Daar komt een heftige reactie van Schriftgeleerden en Farizeeën op.
Dat lees je in Mattheus 12.
Ze zijn absoluut niet blij met de invloed van Jezus onder het volk.
Ze proberen die weg te nemen.
Daarvoor maken ze gebruik van een fors middel.
Ze demoniseren Hem.
Hij is een bondgenoot van de duivel, zeggen ze.
‘Hij kan die demonen alleen maar uitdrijven dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen.’
Een zwaardere aanklacht is niet denkbaar voor Joodse oren.
Als iemand samenspant met de duivel, moet je Hem uit de weg gaan.
Jezus wordt door de geestelijke leiders van Israel afgewezen.

Daarna vertelt Mattheus, hoe de Here Jezus in beelden gaat spreken.
Beeldspraak. Gelijkenissen. Er staan er een paar in Hoofdstuk 13.
De gelijkenis van de zaaier is misschien wel de meest bekende.

Maakt de Here Jezus het Zijn hoorders niet extra moeilijk, door in beelden te gaan spreken?
Die vraag komt boven bij de discipelen.
Jezus antwoord daarop in vs. 12. “Want wie heeft zal nog meer krijgen, en het zal overvloedig zijn;
maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen.”
In feite blijven al de woorden en daden van Jezus voor het volk onbegrepen.
Ze aanvaarden ze niet in het geloof.
Daar komt het oordeel van God over.
De profeet Jesaja had het daar al over gehad.
Het hart van dit volk is vet geworden: ze luisteren slecht en willen niet zien en horen.
Het volk in Jesaja’s dagen wilde één ding niet:
Door de HERE genezen worden in de weg van bekering.
En de mensen in Jezus dagen weigeren Hem te erkennen als de Heer die hun zonden vergeeft.
Om buiten deze lichtkring te blijven knijpen ze hun ogen dicht en houden zich doof.
God staat klaar om te genezen, Jezus is er om te vergeven.
Maar men maakt zich op om Hem hinderlagen te leggen en te doden.
Er gebeurt dus iets merkwaardigs door het spreken in beelden.
Voor de één wordt de Blijde Boodschap steeds duidelijker.
De ander begrijpt er steeds minder van. Hoe komt dat?
Nou, om een gelijkenis te begrijpen, moet je de Koning van het Rijk willen kennen.
Als je de Koning en Zijn regering niet wilt kennen, is de gelijkenis als een huis waarvan je de sleutel niet hebt. Een schitterend huis. Maar je kunt er niet in.
Wil God ons dan geen toegang geven tot de verborgenheden van het Koninkrijk? Juist wèl.
Het gaat om dingen, die voor ons mensen verborgen zijn, terwijl God ze juist aan ons wil bekend maken!
Alleen, dat gaat niet zomaar.
Je hebt als mens niet uit jezelf toegang tot deze verborgenheden.
God openbaart ze ons. Het moet ons van bóven gegéven worden.
Je moet dan ook een hart krijgen om de openbaring van dit mysterie te verstaan.
Eén van die mysteries is de manier waarop het Koninkrijk komt.
Er komen geen blauwhelmen uit de hemel om de wereld voor Jezus Christus te winnen.
Nee, het komt, zoals het zaad wordt gezaaid.
Het zaad van het Woord, het zaad van de prediking, dat doet het m.
als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord, zegt 1 Petrus 1:23.
Langzaam groeit en rijpt het zaad, tot de dag van de oogst.
Dat het Koninkrijk zó komt is een geheimenis, een mysterie.
Christus maakt dat geheim bekend in de gelijkenis van de Zaaier.

Het verhaal speelt zich af, midden in een dorp. Het is uit het leven gegrepen.
Zo ging het er aan toe op de kleine kaveltjes akkerland in het bergland van Juda.
Het kan best zijn, dat op het moment dat Christus dit vertelt, ze verderop een boer aan het zaaien zagen.
Zaaien. Dat moest steeds weer gebeuren. Jaar in jaar uit.
Zónder maar één plekje over te slaan.
Ook op het voetpad, dat de maaier van de oogst vorig jaar had platgetrapt.
Ook de plaatsen waar veel stenen lagen en de rotsbodem aan de oppervlakte kwam.

Op het eerste gezicht zou je zeggen: wat een slordige vent, die boer!
Waarom houdt hij zijn zaadbuidel niet zorgvuldig gesloten tot op het moment dat hij écht op z’n akker is?
Dat zit ’m in de landbouwtechniek die men toepaste.
Bij ons wordt éérst geploegd en daarna gezaaid.
Daar deed men het andersom. Eerst zaaien, dán ploegen.
Het zaad werd dus naderhand ín de aarde geploegd.
En het voetpad, alleen maar verhard doordat mensen er op gelopen hadden, werd gewoon onder geploegd.
Daarom zaaide de zaaier ook op het voetpad. En op de steenachtige plaatsen.
De boer had dat pas in de gaten wanneer hij daar naderhand met z’n ploeg op stuitte.

Dat is dus het eerste waarom het gaat in deze gelijkenis.
God bouwt Zijn Koninkrijk in je leven op door het Woord.
Daarmee begint het groeiproces van je geloof.
De Here Jezus noemt dat ‘zaaiwerk’.
Altijd al het beeld voor de overdracht van de boodschap.
God wil Zijn genade uitdelen. Hij gunt ons Zijn heil in overvloed.
Dat doet Hij via een eenvoudig proces.
De gelijkenis zegt: er is een man die spreekt en onderwijst.
Hij komt aandragen met het Woord van God. Dat wordt gezaaid.
Zo bereidt God de akker van de wereld voor op de dag van de grote oogst.
Niks geen engel uit de hemel. Niks geen spectaculaire wonderen en tekenen.
Maar alleen maar een boek, de Bijbel.
Een doodgewone preek, waarin dat Woord wordt uitgelegd en neergelegd aan de deur van je hart.
Het lijkt zo simpel, zo menselijk allemaal.
Dat is het ook waar mensen zich zo aan kunnen ergeren.
Dan kunnen we niet door de verpakking van de eenvoudige vorm heen kijken.
We weten dat er gezaaid wordt, maar hebben er soms van alles op aan te merken.
Je ziet toch het belang van het Zaad wel?
Je ziet toch het belang van de prediking en van de beide kerkdiensten op zondag wel?
Je ziet toch wel wat een zegen het is, dat je ouders hebt gehad die je hebben voorgelezen uit de Bijbel?
Hoe belangrijk is een positieve houding tegenover de catechisaties, niet alleen van de jongeren,
maar ook in de manier waarop er thuis over wordt gesproken,
en hoe het door de ouders wordt ondersteund.
Hoe beleef je de wekelijkse kerkgang?
Als je gemakkelijk wegblijft uit de kerk,
Als je tentamens belangrijker zijn dan de catechisatie,
Als het persoonlijk bijbellezen en de bijbelstudie er bij inschiet,
Ben je in feite bezig de hand van de zaaier weg te duwen en van je af te slaan.
Gebed en bijbellezing, je de Bijbel laten uitleggen, je verdiepen in de gelóófsleer – uit liefde tot Christus -
Het zijn de middelen waardoor de HERE je het heil en het geloof geeft.

2. De Here Jezus wijst op een verbijsterende mogelijkheid.
Het levende Woord van God kan worden uitgezaaid, zonder dat er ook maar íets mee gebeurt in het hart van de mens. Het krijgt niet eens de kans om te ontkiemen.
Het blijft liggen op het platgetreden paadje,
en vóór het ingeploegd kan worden, hebben de vogels het al weggepikt.
Het paadje is te platgetreden .
Er kan geen verbinding plaatsvinden tussen de aarde en het zaad.
Dat is dus ook mogelijk tussen het Woord van God en het hart van een mens.
Het doet er niets. Het blijft er alleen maar bovenop liggen.
En de satan hoeft het alleen maar weg te nemen.
Hij kent de macht en de werking van het Woord. Daar is hij vuurbang voor.
Markus zegt: hij komt metéén.
Het is n.l. één van beide: óf je neemt het Woord gelovig aan, óf de satan neemt het Woord weg.
Dat gebeurt! Christus vertelt het alleen maar. Hij klaagt er zelfs niet over.
Hij zegt zélfs niet ‘pás er voor op!’
Niet dat Hij er onbewogen onder blijft.
Als hij Jeruzalem ziet, dat de profeten dood en de mannen stenigt die tot haar gezonden zijn, barst Hij in tranen uit. Dat ís ook om te huilen.
Als een mens er voor Gods aangezicht zó aan toe is, dat er niets met hem te beginnen is.
Je moet er niet aan dénken.
Dat je de grootste kans van je leven mist!
In het Woord opent God Zijn hart. En het complete heil komt daarin naar de mens toe.
En dat kan totaal tevergeefs zijn!
Je zou zeggen: dat is toch onmogelijk. Dat begrijp ik niet. En tòch is het zo!
Als het zaad gezaaid wordt, als het Woord van God open gaat, is de HERE actief.
Maar de satan is óók actief.
Hij is er als de kippen bij om het Woord van God ongedaan te maken.
Alleen de mens is niet altijd actief.
Hij merkt niet eens dat God en satan aan de gang zijn en een gevecht leveren om zijn hart.
Je beseft niet eens dat God tot je spreekt en dat de satan telkens even aanwipt om weg te nemen wat God net in je leven legde.
Hoe werkt dat dan? Soms met een vrome zicht.
De satan doet zich voor als een engel van het licht.
Hij werkt met vrome zuchten;
Het was weer niet veel vanmorgen. Niet veel nieuws gehoord vanmiddag.
Ik had er niet zoveel aan voor de praktijk van m’n leven.

Dan de volgende stap in de verklaring die Christus geeft van de gelijkenis.
Het kan lijken dat het Woord in goed aarde valt en vruchten gaat dragen, zonder dat dat gebeurt.
Voor je eigen gevoel leef je in het geloof, en anderen denken dat ook.
Maar op de lange baan blijkt dat een vergissing.
Op die lange baan komt het n.l. aan.
Deze mensen zijn oppervlakkig. Ze houden het maar even vol.
Even staan ze in vuur en vlam. Even zijn ze heel enthousiast.
En ze willen meteen van alles aanpakken en organiseren.
Maar zodra er problemen komen haken ze af.
Bijvoorbeeld vanwege de zorgen om het bestaan, of de verleiding van het grote geld.
Het gaat Christus er om, dat je geloof geen constante lijn is.
Er zijn hoogtepunten en dieptepunten.
Er is soms sprake van warme, vochtige grond, waarin het zaad snel ontkiemt.
Er is ook de zenderende hitte van de zon, die alles verschroeid.
Er zijn momenten dat je lééft in het geloof.
Er zijn ook perioden dat je er klem mee komt te zitten.
Dan komt het er op aan.
In Saudi Arabie, als de vervolging over je heen komt.
In Nederland, als je collega of buurman zegt: Hallo zeg, doe je daar nog aan, gelóóf jij nog?
Dan wordt je ja-woord van vandaag op de proef gesteld.
Dan komt het er op aan, dat we in alles, ook in de ergste twijfel, het geloof bewaren.
De diepste ondergrond van ons bestaan kan rotsachtige bodem zijn.
Vreselijk, die onbegrijpelijke hardheid van het hart van een mens.
Dan dringt het woord niet werkelijk tot hem door.
Zelfs niet van de onbegrijpelijke liefde van God.
Dan líjkt het soms wel of er geloof is.
Er kan groot enthousiasme zijn.
Het evangelie kan met blijdschap aangenomen worden.
Terwijl het toch alléén maar aan de buitenkant is.
En daarom niet duurzaam.
Daarom moeten we onszelf zèlfs beproeven op het punt van de blijdschap, waarmee wij het geloof hebben aangenomen.
Blijvende vreugde kan er alleen zijn als de hardheid van ons hart is verbrijzeld en verslagen door ootmoedig schuldbesef.
Als het evangelie ons aan onszelf ontdekt, verliezen we ons zelf om Christus te winnen.
Wie zijn leven wil behouden, verliest Christus.
Dat is het effect van het horen van het Evangelie:
Je verloochent òf jezelf, of Christus.

Er is ook een deel van het zaad, dat wèl opkomt.
Maar het wordt verstikt door woekerplanten en daardoor draagt het geen vrucht.
Christus heeft het over zorgen, meervoud.
Je kunt er tot over je oren inzitten:
Financiële zorgen, zorgen om je huwelijk of gezin, zorgen om de kerk of het milieu.
Vergeet dan nooit: deze moeilijke wereld is van God.
Werp al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.
Aan de andere kant, het materiele leven kan zo maar het één en het al voor je worden.
Het woord van God en je kerklidmaatschap staan zó maar op het tweede plan.
De demonische diepte van het mensenhart zegt: leef je uit jôh. Je leeft maar één keer.
Het evangelie zegt: die demonische macht moet gebroken worden.
Je hart moet onder het beslag komen van de heilzame geboden van God.
Wanneer je jezelf zonder enige reserve stort in het pretpakket van onze tijd, wordt het zaad van het Woord verstikt. Je pakt álles aan, behalve het belangrijkste.
Dan sta je daar straks met lege handen!
En dat is dan je éigen schuld!
Dat wordt aangrijpend verwoord in de Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, art. 9.
"Velen die door de bediening van het evangelie geroepen zijn, komen niet en worden niet bekeerd.
Dit is niet te wijten aan het evangelie of aan Christus, die door het evangelie aangeboden wordt,
evenmin aan God, die door het evangelie roept en zelfs verschillende gaven schenkt aan de mensen die Hij roept.
De schuld ligt bij henzelf: sommigen zijn achteloos en nemen het Woord des levens niet aan;
anderen nemen het wel aan, maar laten het niet toe in hun hart
en daardoor keren zij zich weer af na de vluchtige blijdschap van het tijdelijk geloof;
nog anderen verstikken het zaad van het Woord onder de dorens van de zorgen en genoegens van de wereld en brengen geen vruchten voort.
Dit leert onze Verlosser in de gelijkenis van het zaad."

3. Er komt ook iets van het zaaiwerk terecht. Iets. Niet alles.
Dat is de aangrijpende ernst, waarmee de gelijkenis van de zaaier ons confronteert.
Er is veel zaad dat mislukt door de zonde van de mensen.
Dat loopt uit op de verschrikkelijke verlorenheid van het schepsel
Dat is de keiharde werkelijkheid die valt af te lezen uit de kerkelijke stand.
Hier staan jonge mensen om belijdenis van hun geloof te doen.
Ze weten dat dit niet de eindstreep is, maar het startschot.
Je mag er in groeien, in je geloof, en je zult ook groeien, als je het zaad van het Woord binnen laat.
Er zijn er ook die afhaken. Het laat ze koud.
Er zijn ouders die zich herinneren hoe ze hun kind hier ook eenmaal zagen staan.
Maar die er nu niets meer van willen weten. Ze kunnen wel huílen.
Sommige ouders ervaren pijnlijk, hoe hun kind niet meer naar de catechisatie wil.
En ook niet naar de kerk. Dat stemt tot verootmoediging en gebed.
Aan de ander kant: laten we blij zijn dat er ook veel zaaiwerk níet tevergeefs is.
Daar ligt een overwinningskreet in de manier, waarop de gelijkenis eindigt.
Maar er viel ook wat zaad in vruchtbare aarde.
Hoe? Dat wordt heel eenvoudig beschreven.
Het is: luisteren naar het Woord en in je opnemen wat God zegt.
Het zaad moet omgeploegd worden in de aarde. Er in worden opgenomen.
Het Woord moet je vlees en bloed worden.
Dan wordt het vanzelf vruchtbaar.
Zoals Paulus zegt in Col. 1:
We vragen dat u Gods wil ten volle mag leren kennen door de wijsheid en het inzicht die zijn Geest u schenkt.
Dan zult u leven zoals het past tegenover de Heer, hem volkomen welgevallig.
U zult vrucht dragen door al het goede dat u doet, uw kennis van God zal groeien

Waar is de goede aarde?
Waar mensen eerbiedig luisteren naar het Woord en er gelovig uit leven.
Daar heb je de vruchten meteen.
Luisteren en doen horen bij elkaar.
En heus, dan loopt het uit op de oogst.
Soms vraag je je af: het wordt toch geen misoogst?
Is het zaaien geen ploegen op rotsen?
Afval buiten de kerk. Moeiten binnen de kerk.
Gode zij dank, gemeente, er is een Heer van de oogst.
Hij zal Zijn maaiers uitzenden.
Het wordt een rijke oogst. Daar hoort een feest bij.
En bij een feest hoort wijn.
Christus zal de wijn nieuw met ons drinken in het Koninkrijk van Zijn Vader.

Een aangrijpend verhaal, de gelijkenis van de zaaier.
Het vuur van de Geest wordt ons na aan de schenen gelegd.
Wat doen we hier in de kerk?
Wat doen we met de prediking en het onderwijs uit de Bijbel?
Hoe geef ik de belijdenis van mijn geloof voortaan een plek in mijn leven?
Wat me in elk geval duidelijk is geworden: het zaad van het Woord komt niet zó maar op.
Het geloof is een vrucht, die moeizaam rijpt.
Dat werpt een verhelderend licht op de ambtelijke arbeid.
De verhaal mag ouderlingen en dominees tot steun en stimulans zijn.
Het verklaart de moeiten en de tegenspraak, waarmee je soms te kampen krijgt.
Lauwheid en laksheid. Tuchtgevallen. Onttrekkingen.
Wie hier bedrukt met tranen zaait….
We houden er een indringende boodschap aan over.
Jullie jonge belijdende leden van de gemeente,
Maar óók u, die al járen geleden uw ja-woord gaf:
Blijf ontvankelijk voor het Woord van God. Sta er voor open!
En weet hoe het komt als je soms door twijfel en ongeloof geplaagd wordt.
Weet wie daar achter zit. De duivel.
Laten de ambtsdragers maar stug doorgaan met zaaien.
Zaaien, zaaien en nog eens zaaien.
Op de preekstoel en tijdens het huisbezoek en in het catechisatielokaal.
We mogen nooit verslappen. Niet uitglijden op platgetreden paadjes.
Maar er voor gaan. Strijd de goede strijd van het geloof!
Volhouden! De tanden op elkaar. Volharden tot het einde.
En tenslotte, de één heeft geplant, de ander heeft begoten, maar God geeft de groei.
En wie let op de wind zal niet zaaien en wie steeds naar de wolken kijkt zal niet maaien.
Aan God zal het niet liggen.
Want, zo blijft het tot de dag van de oogst,
Een zaaier ging naar zijn land om te zaaien.

Amen.

Belijdenisteksten Pinksteren 2007.

Theodora Esther van der Hoeven, 1 Petrus 1:22-23
Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart, als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord.

Helena Josina van Houdt, 3 Johannes : 4
Niets verheugt mij meer dan te horen dat mijn kinderen de weg van de waarheid volgen.

Marinus Johannis Adriaan van Houte, Romeinen 8:30
en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

Paulien van Houwelingen, Jakobus 1:21
Wees daarom zachtmoedig en leg alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af, en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden.

Gerrit Martinus van Tongeren, 2 Petrus 1:5-7
Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.

Pietertje Theodora van Veen, Jesaja 40:11
Hij zal als een herder Zijn kudde weiden, in zijn arm de lammeren vergaderen en ze in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden..

Alexandra del Rio, Romeinen 10:8-11.
Het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart’ – en dat betekent: de boodschap van het geloof die wij verkondigen, is dicht bij u. Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered. Als uw hart gelooft, zult u rechtvaardig worden verklaard; als uw mond belijdt, zult u worden gered. Want de Schrift zegt: ‘Wie in Hem gelooft, komt niet bedrogen uit.’

Loreen Lena Hollaar-Ley, 1 Thessalonicensen 2:13
Wij danken God dan ook onophoudelijk dat u zijn woord, dat u van ons ontvangen hebt, niet hebt aangenomen als een boodschap van mensen, maar als wat het werkelijk is: als het woord van God dat ook werkzaam is in u, die gelooft.

Pieternella Goverdina van der Linden, Romeinen 8:15
U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om Hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.

Benjamin Zebulon Hananja Hofstee, Efeze 1:4-6.
Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van Zijn wil, tot lof van de heerlijkheid Zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.

Wat te doen?

 

Disclaimer, Privacy en Copyrights

Disclaimer - Privacy Statement - Copyrights - Powered by Doppy.nl - zaterdag 26 juli 2008 23:04