Preken & Meditaties

 
Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt Vlaardingen

Details - Opening Vergaderseizoen

Predikantds. A. van Houdt
Emaildsavanhoudt # hetnet . nl
Melden gebruikVan deze preek mag gebruik gemaakt worden in leesdiensten.
Wanneer u dat doet, is het prettig te weten waar en wanneer dat gebeurt.
Daarom graag even een bericht naar het emailadres van de predikant.
TekstHosea 4: 6a
SchriftlezingHosea 4:1-19
PDFDownload
Datumzondag 21 augustus 2005

Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis.

Nog even, en alles gaat weer draaien.
Catechisaties, Bijbelstudiekring, vereniging, en huisbezoek. Alles gaat weer van start.
Het belang van bijbelstudie en kerkelijk onderwijs wordt vaak onderstreept met een verwijzing naar onze tekst. “Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis.”
Als je niet thuis bent in de Bijbel, als je niet geïnteresseerd bent in wat zich afspeelt op het kerkelijke erf, als je geen besef hebt van het verschil tussen de waarheid en de dwaalleer –
nou ja, dan kom je jezelf een keer tegen.
Dan loop je stuk op een gebrek een kennis.

Anderen reageren daar nogal eens op met een tegenwerping:
“Ja, maar, het gaat in de kerk toch niet om verstandelijke kennis.
Wat heb je er aan, als het wèl in je hoofd zit, maar níet in je hart?
Het gaat er maar om dat je gelóóft, en dat je de Here Jezus lief hebt.”
Misschien zitten de catechisanten ook wel eens met die vraag:
waar is dat nou goed voor, dat we zoveel moeten leren?
Vooral als je hoort van een andere gemeente, en daar hoeven ze helemaal niets te leren…!
En dat lijkt dan gewéldig natuurlijk.
Daar hoeven ze helemaal niets te leren…!
Waarom houden veel kerkenraden zo’n uitgebreid onderzoek naar de kennis van de geloofsleer voordat je openbare geloofsbelijdenis mag doen?

Waar ligt nu het gelijk?
Bij hen die wijzen op het waardevolle van de kennis, want anders gaat het volk te gronde?
Of hebben zij gelijk, die zeggen: wat heb je aan al die verstandelijke kennis?
Het komt aan op geloof en dat is een zaak van je hart!

Thema: Door geloofskennis raak je vertrouwd met de HERE.
1. Het gaat om kennen in liefde en met het hart.
2. Het is de verantwoordelijkheid van oudsten en opvoeders.
3. Door deze kennis wordt het volk van God behouden


In Hosea 4 worden we meegenomen naar een rechtszaal.
Daar voert de HERE een rechtszaak tegen Israel.
De aanklacht bevat twee punten:
vs 1 zegt wat de HERE in Israel mist, terwijl Hij het er zou mogen verwachten;
In vs. 2 zegt Hij, wat Hij in Israel vindt, terwijl het er niet behoort te zijn.
De HERE mist bij Zijn volk de eerlijkheid en de liefde en de kennis van God.
Op dat laatste valt de nadruk: de kennis van God.
En waar die ontbreekt, gaat het radicaal mis.
Waar heeft Hosea het over, als hij het kennen van de HERE ter sprake brengt?
Heeft hij het over iemand, die een wetenschappelijk onderzoek doet, zonder dat het hem interesseert?
Zijn onderzoek heeft wel tot belangrijke resultaten geleid.
Maar zijn hart bleef er koud onder.
Nou, zo kun je ook aan bijbelstudie doen – en die zijn er!
Ik denk aan een bekende Nederlander; die weet álles van de Bijbel en de kerkgeschiedenis af;
Hij is exact op de hoogte van de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken –
Maar toch is hij een volslagen ongelovige.
Maar dat wordt niet bedoeld met kennis in de Bijbel.
Dan gaat het altijd om een relatie, er is sprake van liefde en vertrouwen.
Zoals een jongen en meisje zeggen: wij kennen elkaar nu drie jaar.
Dat betekent meer dan dat ze van elkaars bestaan afweten.
Ze hébben wat met elkaar, ze hóuden van elkaar.
Het Hebreeuwse woord voor kennis wordt ook gebruikt om de meest intieme gemeenschap tussen een man en een vrouw aan te duiden, nou, dan weet je het wel.

De kennis waar het Hosea om gaat is dus kennis waar het hart bij betrokken is.
Je mag God leren kennen in een warme, persoonlijke ontmoeting,
Door te luisteren naar Zijn Woord,
Door te ervaren hoe genadig en liefdevol, hoe barmhartig en geduldig Hij is.
En hoe goed Hij voor je zorgt.
De gelovige Israëliet heeft God ontmoet in de geschiedenis.
Hij heeft de HERE leren kennen in Zijn activiteiten voor Zijn volk.
In de Uittocht uit Egypte, in de verovering van Kanaän en Jeruzalem, in de ballingschap.
God is actief in het redden van Zijn volk.
Dat God zo is, dat raakt de gelovige Israëliet met heel zijn persoon.
En ook wat de HERE God heeft bevolen in Zijn wet, daarvan weet deze Israëliet:
Dat ráákt mij, die geboden ga ik doen, die zijn voor mij bedoeld en die zetten mij in beweging.
Kennis. Dat is dus: oog hebben voor wat de HERE doet, en intensief luisteren naar Zijn Woord.
En Hem daarin ontmoeten als je Redder en Bevrijder.

Wil je dat, die persoonlijke ontmoeting? Dan moet je wel op de hoogte zijn!
Wat heeft de HERE allemaal gedaan? En wat Hij heeft gezegd.
Als je iets niet wéét, kan het je óók niet ráken, zo simpel is dat.
Als je zegt: “het gaat er maar om dat ik de HERE liefheb,” –
dan wil je óók álles weten van Hem die je liefhebt.
Als je de HERE wilt ontmoeten, moet je Zijn Woord onderzoeken,
De Bijbel lezen en herlezen en bestuderen,
En proberen de boodschap ervan te begrijpen, anders kan het je niet raken, niet écht ráken.
Kennen is: liefhebben. En ook: érkennen. Vrezen, wandelen is Zijn wegen.
De dwaas zegt in Zijn hart: er is geen God, ik trek me er ook niets van aan.
De kennis waar het Hosea om gaat is dus niet alleen maar een zaak van het hoofd.
Het gaat juist om een kennen in een diepe, warme, persoonlijke relatie, een kennen met het hart.
De HERE kennen houdt in: weten wat je aan de HERE hebt en wat je in Hem mag vinden.
Het is: aan de HERE verbonden zijn met heel je bestaan, zodat je Hem aanhangt met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde.
In de taal van het Nieuwe Testament gezegd met een woord van de Here Jezus: “Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de waarachtige en eeuwige God en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.”

Die persoonlijk relatie met de HERE ontbreekt Israel in de dagen van Hosea.
Ze noemen Zijn Naam wel. Maar Hij staat voor hen op één lijn met de Baal.
Als het er op aan komt weten zij niet Wie Hij is en wat ze aan Hem hebben.
Een aangrijpende klacht, zeker tegen de achtergrond van dit profeten boek.
De man van Israel klaagt: mijn vrouw kent me niet.
Je kunt niet op Israel aan, zoals Hosea ook niet aan kon op zijn vrouw.
Hij moest trouwen met Gomer.
En die Gomer was een hoer, ze was niet trouw, ze hield het met andere mannen.
Dat was een levend beeld om Israël duidelijk te maken: jullie zijn niet trouw aan de HERE.
Daarom is er geen echte relatie, daarom gaat het volk verloren.
En omdat ze de HERE niet kennen gaat het mis op alle fronten.
Het is één en al meineed en bedrog, niets dan moord, diefstal en overspel,
het ene bloedbad volgt op het andere.
Zo ging het inderdaad na een welvarende tijd onder koning Jerobeam II.
De ene koning heeft nog maar net de troon beklommen, of de volgende komt via een bloedige revolutie aan de macht. En die wordt op zijn beurt met zijn hele kliek ook weer vermoord.
Het oordeel van de HERE daarover blijft niet uit.
Daarom is het land in rouw gedompeld en bezwijken al zijn inwoners, mét de dieren van het veld.
En alles wat vliegt. Zelfs vissen in de zee sterven uit.

Wie is de schuld van dit alles?
Op die vraag gaat de HERE in in vers 4.
We zien een hele rij in de beklaagdenbank zitten.
Het volk zit er en de koningen zitten er, maar ook de profeten en de priesters.
En allemaal kijken ze elkaar aan, en de één wijst beschuldigend met z’n vinger naar de ander.
Dat hoef je echt niet te doen, zegt de HERE. Niemand van jullie gaat vrijuit.
Toch maakt de HERE als Aanklager wel onderscheid.
De wortel van het kwaad ligt naar Gods rechtvaardig oordeel bij de priesters.
Daarbij denkt Hosea niet aan de priesters van Jeruzalem.
Het zijn de priesters, die door Jerobeam in het zadel zijn geholpen om dienst te doen bij Zijn eigenwillige kalveren dienst.
Het zijn de valse profeten, die het volk en de koningen naar de mond praten.
Ze doen precies het tegenovergestelde wat je van hen zou mogen verwachten.
Hun roeping was om het volk te onderwijzen in de wet van de HERE.
Ze moeten onderwijs geven in de kennis van de HERE, Zijn verbond met belofte en eis voorhouden, en hen oproepen om ootmoedig te wandelen met God.
Ze teren op de zonden van het volk en hongeren naar nog meer.
Ze genieten van de zonden van een ander.
En omdat zonden roepen om het brengen van zondoffers denken ze bij elke zonde die gepleegd wordt:
Ha, mooi, vlees op de plank! Lekker!
Ze hebben niet gevraagd naar Gods wil en niet gezocht naar Zijn eer in het leven van het volk.
Maar als de geestelijke leiders het volk zó voorgaan, wat kun je dan van het volk verwachten?
Zouden de gewone mensen dan wèl rekening houden met God en Zijn gebod?
Zo priester, zo volk.

Wat een actuele boodschap!
Wat moet je verwachten in de kerk, als de wet van de HERE als verleden tijd wordt beschouwd?
Wanneer zonde geen zonde meer genoemd mag worden en de vergeving bij voorbaat geclaimd?
Wanneer een door en door wereldse leefstijl wordt goedgepraat met een beroep op het liefdegebod,
En de vraag klinkt naar een Evangelie dat meer gebaseerd is op het gevoel van de mens dan op het spreken van de HERE?
En dan kan het begin van zo’n weg iemand goed schijnen
En er kan goedbedoelde bewógenheid achterzitten,
maar het einde van die weg voert naar de dood, naar de eeuwige ondergang.
Zou het niet goed zijn onze tijd en ook ons persoonlijke en kerkelijke leven eens door te lichten vanuit Hosea 4? Zo priester, zo volk.
Wat een verantwoordelijke positie in de gemeente van Christus.
Bidt u voor hen, die geestelijk leiding moeten geven aan de gemeente?
De ambtsdragers, de catecheet, de jeugdleiders?
Bidt u voor hen, dat ze trouw mogen zijn in het onderwijzen van jongeren en ouderen,
In het bijbrengen van de kennis van de HERE uit Zijn Woord, en wat Hij gedaan heeft in de geschiedenis, en hoe u mag wandelen met de HERE in uw leven van elke dag?
Houd u hen die roeping voor, als het nodig is, met liefdevolle ernst?
Zijn wij ons als geestelijke leiders bewust van het feit, dat de HERE het bloed van hen die aan onze zorgen zijn toevertrouwd, van onze hand zal eisen?
Zijn wij er op uit de gemeente de volle raad van God te verkondigen,
En waken we voor het promoten van goedkope genade en een eenzijdig en gekortwiekt Godsbeeld?
Men legt alle accent op Gods liefde, barmhartigheid en nabijheid,
maar wat de Schrift zegt over Zijn heiligheid, rechtvaardigheid, toorn en oordeel raakt uit beeld.
De HERE wordt dan tot een lieve Grootvader die van je houdt ‘zoals je bent’,
die Zijn hand op je schouder legt en bij wie je altijd geborgenheid kunt vinden.
Onlangs nog hebben Duitse theologen aangegeven, dat onze tijd vraagt om een zachte God, waar de scherpe kanten van zijn afgeslepen en die is aangepast aan onze spelregels. Dit gereduceerde godsbeeld is bepalend voor de moderne theologie en heeft veel invloed op christenen vandaag. Als men niet meer weet van God heiligheid en rechtvaardigheid, hoe zal men dan nog besef hebben van zonde en schuld?
Reageren wij ook proactief op wat zich in onze turbulente tijd voordoet op het kerkelijke erf,
en staan samen als ouders, opvoeders en ambtsdragers voor de leer, die hier in de christelijke kerk geleerd wordt, en durven we te signaleren, piketpaaltjes uit te zetten, durven we de dwaalleer aan te wijzen en af te wijzen?
Hoe functioneert bij de opzieners de belofte die ze gaven bij hun besvestiging, dat ze zullen toezien dat de gemeente blijft bij de zuivere leer, en daar ook naar leeft?

In vs 11-14 wordt getekend welke gevolgen het optreden van de priesters heeft voor het volk Israël.
O, er is godsdienst genoeg.
Maar wat voor godsdienst is het?
En wie wordt er in hun samenkomsten gediend?
“Mijn volk raadpleegt een stuk hout, uit stokjes lezen ze de toekomst af.
Ze zijn bezeten van ontucht en keren zich af van hun God.”
En het heeft geen zin de jongeren aan te spreken op hun leefstijl,
Want de ouderen gaan hen er in voor, zo lees je in vers 14.
Zo komt een volk zonder kennis ten val.
Wie ver van u geweken is, komt eenmaal om in duisternis.
Hun zal in ’t oordeel niets meer baten, die trouweloos Uw dienst verlaten.

De wereld is diep door gedrongen in ons denken en doen, en ook in onze geloofsbeleving.
Kerkelijke vergaderingen roepen ons op tot een vernieuwing van het verbond,
En een hernieuwde toewijding van ons leven aan de HERE.
En dat is heel hard nodig.
Er is veel afval van de HERE, veel geesteloosheid in onze tijd.
Het is terecht, wanneer die woorden van Hosea daarmee in verband worden gebracht.
Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis.
Het kennen van de HERE is levensvoorwaarde nummero één.
Daarom is het zo belangrijk tegen elkaar te zeggen, dat het zó noodzakelijk is dat de Bijbel opengaat,
en dat we studeren op het Woord van God,
op de geschiedenis van de kerk en op de belijdenis van de kerk.
Israel had het ook niet in de gaten.
Hoor ze roepen: o God, u bent toch onze God? Wij zijn toch Uw Israel?
Maar in de praktijk bleek daar níets van.
Alles was zó vanzelfsprékend geworden, alles was heel gewóón geworden.
O God, u bent toch onze God? – maar de HERE zei: je gaat door gebrek aan kennis te gronde.

O gemeente, geliefd door Christus, -
zie toch het belang er van in, dat de Bijbel opengaat en dat we studeren op het Woord van God.
In die Bijbelstudie en in ons kerkelijk onderwijs richten we ons nu juist op het persoonlijk kennen van de HERE door Zijn Woord en Geest.
Want heus, in bijbelstudie en catechisatie en ook in de verkondiging gaat het écht alleen maar om verstandelijke kennis - dat is een karikatuur! –
maar het gaat om de relatie, om het verbond, om de HERE te kennen in Liefde!
Ouders, u weet het nog, hè, wat u beloofd hebt bij de doop van uw kind.
U hebt beloofd om uw kind te onderwijzen en te laten onderwijzen in de leer, die hier in de christelijke kerk geleerd wordt.
Dus staat u daar ook achter, en u ondersteunt het, en u toont belangstelling, en u reageert opbouwend.
Diepgaand onderzoek van de Schriften tijdens de bijbelstudie.
Maar moeten we dat dan allemaal leren, dominee? Jazeker!
Natuurlijk is het niet zo, dat als je nou maar flink veel leert, dat je dan ook automatisch goed gelooft.
De Farizeeën wisten héél véél. Maar velen van hen kenden de HERE niet.
We hebben de Heilige Geest nodigt.
Die moet ons overtuigen en onderwijzen om het Woord van God aan te nemen en te geloven en te doen.
Uit je hoofd naar je hart.
Daar mogen en moeten we samen voor bidden.
Want het is juist de bedoeling van de Geest ons hart er door te raken en te vernieuwen.
Je leert voor je leven, voor je eeuwige leven.
Ik denk aan onze Heiland.
Ook Hij heeft als jongen uit zijn hoofd geleerd.
Toen Hij 12 jaar was, wist Hij al erg veel.
En later, in zware tijden, wist Hij waar Hij Zich aan moest vasthouden.
Aan het kruis riep Jezus niet maar zo ongeveer, maar Hij riep létterlijk wat er in de psalmen staat.
Dat had Hij tóen nodig.
Juist van Christus kun je het afkijken: leer voor het leven, ja zelfs voor het sterven.
Daarom is het zaak, dat we samen enthousiast blijven leren en repeteren uit de Bijbel en de belijdenis.

Er is in onze tijd veel oog voor functionele kennis.
Dat wil zeggen: je moet dingen leren, die je werkelijk kunt gebruiken,
En die je ook bewust en gemotiveerd in je leven een plek kunt geven.
Prima! De Bijbel moet ook geen theoretisch boek voor je blijven.
En domweg leren is uiteindelijk niet de bedoeling.
Maar, we gelóven toch, dat álles wat God vroeger in Zijn Woord heeft laten opschrijven voor ons bestemd is om volhardend de christelijke hoop en volmaakte vernieuwing van ons leven vast te houden, Rom. 15:4, 2 Tim 3:16,17.
Wat God ons zegt, dat ís functioneel voor ons, dat staat voor de gelovige voorop.
In Zijn Woord van behoud liggen al antwoorden op vragen die wij misschien pas overmorgen zullen stellen.
Maar als jij in grote nood komt, dan doe je niks met een Bijbel als naslagwerk in een la van een kast. Dan kom je er niet met te zeggen: dat zoeken we even op.
De vraag is dan, of het via je hoofd zich een weg gebaand heeft naar je hart.
De kracht van het geloof zal langzaamaan verdwijnen, als je je niet meer verdiept in wat de Geest je door het Woord en de geschiedenis te zeggen heeft.
Arm kind, dat niet meer hoeft te leren op de catechisatie of de vereniging.
En wat een verantwoordelijkheid laadt zo’n catecheet en jeugdleider op zich.
Je geeft dat kind een koffer mee voor op reis, maar als die koffer eenmaal wordt geopend blijkt hij leeg te zijn. Je stuurde dat kind zonder bagage op reis. Onverantwoord is dat!

Nauwgezet je lessen bestuderen op de catechisatie.
Dat is de weg waarlangs de HERE Zichzelf bekend maakt en ons Zijn weg en wil leert kennen.
Kent u de HERE?
Zoekt u Hem te kennen naar Zijn eigen Woord?
Het is een absolute levensvoorwaarde.
Met je éigen gedachten over de HERE – ìk denk en ìk vind –
met je eigen beeld over God en Zijn Woord ga je verloren.
Dat is de boodschap van Hosea 4, een waarschuwing én stimulans, ook voor onze tijd.
Het is de boodschap van God, Die er behagen in heeft Zichzelf aan ons bekend te maken.
Hij heeft ons Zijn Woord gegeven, Zijn Zoon gezonden en Zijn Geest uitgestort.
En dat voor mensen, die door eigen schuld de echte Godskennis missen.
Wat zou de HERE nog meer moeten doen?

Is er een norm om te weten of het kennen bij ons voldoende of onvoldoende is?
Johannes zal schrijven in zijn eerste brief:
En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: Indien we Zijn geboden bewaren!
Kijk daarom uit voor een van de meest geraffineerde manieren om je wandelen met God op non-actief te zetten. Dat is de bewering, alsof met de komst van Christus een einde is gekomen aan de Wet.
En zodra er normatief vanuit het Woord gesproken wordt, wordt er geroepen: wetticisme!
Gemeente, jongelui, De Tien Woorden van het Verbond staan nog altijd rechtovereind hoor.
Het is de weg en het pad waarlangs de verloste kinderen van God mogen en willen gaan.
Stel nou, dat je die wet graag als verleden tijd beschouwd, vraag je dan eens af, waaróm je dat doet.
En stel nou, dat je het niet zo belangrijk vind om op het Woord te studeren en dingen over de belijdenis en de kerkgeschiedenis te weten, vraag je dan eens af, waaróm niet?
Als het je niet interesseert, en als het je niet boeit, - hoe kómt dat dan?
Van iemand van wie je veel houdt, wil je toch ook álles weten?

Het gaat er maar om dat je gelooft, dat je de Here Jezus lief hebt. Precies!
Als je de HERE Jezus écht lief hebt, dan gá je ervoor, voor Bijbelstudie en catechisatie en huisbezoek.
Actief leven met je geloof, verbaasd staan over Gods liefde.
En hoe kan dat anders dan door bezig te zijn met Zijn geboden en Zijn Woord?
Hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen, indien we Zijn geboden bewaren.
Door deze kennis wordt het volk van de HERE behouden!

Amen


Vlaardingen, 21 Augustus 2005 09.30 uur Bij de start van het vergaderseizoen.
Rotterdam-Oost, 14 Augustus 2005
De Lier, 21 Augustus 2005
Nijmegen, 18 September 2005
Zwijndrecht, 18 September 2005

Wat te doen?

 

Disclaimer, Privacy en Copyrights

Disclaimer - Privacy Statement - Copyrights - Powered by Doppy.nl - zaterdag 26 juli 2008 22:48