

| Predikant | ds. A. van Houdt |
| dsavanhoudt # hetnet . nl | |
| Melden gebruik | Van deze preek mag gebruik gemaakt worden in leesdiensten. Wanneer u dat doet, is het prettig te weten waar en wanneer dat gebeurt. Daarom graag even een bericht naar het emailadres van de predikant. |
| Tekst | Johannes 4:14 |
| Schriftlezing | Johannes 4: 5-30 |
| Download | |
| Datum | zondag 25 april 2004 |
Introductie Schriftlezing:
In deze welkomstdienst, die volgt op het open huis dat wij gisteren hebben gehouden voor buurtbewoners en belangstellenden wil ik u graag iets vertellen over de naam van ons kerkgebouw.
Dit kerkgebouw heet de Fontein.
Nou, wat een fontein is weet je wel.
Die kun je vinden in grote vijvers.
Een fontein die vaak in beeld komt is de fontein in de hofvijver bij het gebouw van de Tweede kamer.
Ze laten hem nog al eens zien bij een uitzending van Den Haag Vandaag.
Ongelofelijk, zoals dat ding kan spuiten.
Wij komen elke zondag bij elkaar in de Fonteinkerk.
Tijdens de zojuist voltooide renovatie heeft de architect, Hanno Munting, dat beeld van de Fontein opgepakt en verwerkt in de herinrichting van dit gebouw.
De houten betimmering die u achter mij ziet is bedoeld om zo’n fontein uit te beelden.
Het begint klein onderaan, maar het wordt gaandeweg steeds groter en wijder.
Waarom noemen we hem zo? De Fontein?
Dat beeld is ontleend aan de Bijbel, het boek van God.
In deze dienst wil ik proberen de betekenis daarvan uit te leggen.
We lezen nu eerst samen het Bijbelverhaal waarin de Here Jezus er Zelf iets mee doet, met dat beeld van de fontein en de bron, waar je uit drinken moet.
Schriftlezing: Johannes 4:5-30.
Thema: Als je drinkt uit de bron word je zelf een fontein van levend water.
Mevrouw, hebt u een glaasje water voor me?
Ik heb zo’n enorme dorst!
Nou ja, zoiets kan gebeuren.
De man die dat vraagt heeft een grote reis achter de rug.
Na een lange voettocht door de brandende zon komt hij aan bij een waterput.
In die tijd was het een heel bekende bron.
En als je een reis naar Israël maakt kun je er nog altijd een kijkje gaan nemen.
De Jakobsbron heet hij.
Aartsvader Jakob heeft die put laten slaan in een grijs verleden.
De put bereikt op 40 meter diepte een welbron met heerlijk koel en zuiver water.
Jakob, zijn zonen en zijn kudden hebben uit deze bron gedronken.
De Here Jezus zou dat ook wel willen, maar hij kan niet bij het water.
Hij heeft geen emmer om te putten.
Mevrouw, zou ú misschien even voor mij….?
De vrouw komt met haar reactie fel en onverwacht uit de hoek.
Hoe kunt u als een Jood van mij, een Samaritaanse vrouw, te drinken vragen?
Want Joden en Samaritanen hebben stellingen betrokken, tegenstellingen.
Een man zou liever sterven van dorst dan dat hij aan een vrouw om water zou vragen.
Laat staan dat een Joodse man aan een Samaritaanse vrouw vraagt om een koele dronk.
Om in gesprek te komen met de vrouw uit Sichar moet de Here Jezus drie tegenstellingen overwinnen.
Drie barrières.
De eerste is het feit dat ze een vrouw is.
Wij kunnen ons bijna niet meer voorstellen hoe de positie was van de vrouw in de tijd van Jezus.
Als de discipelen terugkomen uit Sichar zijn ze verbaasd dat Christus met een vrouw staat te praten.
Zoiets deed je niet als man.
Jezus doet het wel. Hij doorbreekt de positie van de vrouw.
Bovendien is de vrouw bij de bron een Samaritaanse.
En Joden gaan niet om met Samaritanen.
Dat is de tweede hindernis die Jezus moet nemen.
De barrière van het nationalisme, van de rassenwaan.
De Here Jezus trekt zich van zulke scheidsmuren niets aan.
De derde hindernis die Jezus moet nemen is het feit dat deze vrouw een uitgestoten vrouw is.
Het is veelzeggend dat zij dat op het zesde uur naar de bron gaat, dat is bij twaalf uur ’s middags.
Normaal gesproken putten vrouwen water bij zonsopgang en zonsondergang.
Zij komt hier op ’t heetst van de dag.
Want dan loopt ze zo min mogelijk risico iemand te ontmoeten.
Behalve vandaag dan.
En ze is stomverbaasd. Een man vraagt haar om water. Een Joodse man! Aan haar!
Dat was het laatste dat ze had verwacht.
Spontaan geeft ze uiting aan haar grote verbazing!
Hoe kunt u mij dat vragen?
Het wordt de ontmoeting van haar leven.
Want, er kom een onverwachte kanteling in het gesprek dat Jezus heeft aangeknoopt met de Samaritaanse vrouw.
Dorstig en vermoeid heeft Jezus gevraagd om water.
En nu opeens biedt Hij zelf water aan!
Op haar verbijsterde vraag “Hoe bestaat het dat u dat aan mij vraagt” antwoord de Here Jezus:
’Als u weet zou hebben van de gave van God en wie het is die u vraagt ‘geef mij te drinken’, u zou Mij om water vragen en ik zou het u geven: levend water.’
Wat bedoelt de Here Jezus met die geheimzinnige woorden?
Wat bedoelt Hij met de gave van God?
Nou, wanneer u mij een neushoorn cadeau zou doen en een nijlpaard, een hijskraan en een helicopter, dan zou ik daar verlegen mee zijn, ik zou al dat mooie moeten weigeren, want ik heb er geen plaats voor, ik kan ze niet bergen.
Nou zo voel ik mij ook verlegen met het aanbod van Jezus.
Ben ik niet te enghartig, te klein om de gave van God te bergen in mijn hart, in mijn leven?
Want het is niet de bedoeling dat ik die gave dump.
Lieve help, wat moet ik er mee, want die gave is zo vorstelijk, het is zo’n omvangrijk geschenk.
Ja, vind je het gek? Zoiets groots kun je verwachten van de grote Schepper van alle dingen.
Maar ben ik daar niet veel te miezerig voor, veel te klein?
Als je wilt uitleggen wat die gave van God is, ja, dat is niet zo eenvoudig.
Laat ik een poging wagen.
De gave van God bestaat uit een grote berg cadeaus die je krijgt, gratis, helemaal voor niks!
En boven op de stapel ligt het mooiste geschenk: de vergeving van de zonden.
Wij mensen brengen het misschien wel eens op om eerlijk gemeend te zeggen:
het is vergeven en vergeten.
Maar kunnen wij dat echt, vergeven en vergeten?
God kan het.
Er staat iets heel moois in de Bijbel: Hij werpt onze zonden achter Zijn rug.
Hij kijkt er niet meer naar om.
Kunt u het aan, dit prachtige cadeau, hebt u het al in geloof aanvaard
en hebt u het een plaats gegeven in uw bestaan?
Dan kunt u verder als blij en verlost mens.
Meer dan op zijn eigen dorst blijkt Jezus bedacht op de dorst van deze vrouw.
Zij smacht van dorst naar het echte geluk.
Hij weet dat die vrouw er in echtelijke en buitenechtelijke relatie hartstochtelijk maar vergeefs naar heeft gezocht. Nu biedt Hij haar het cadeau van God aan.
Bij dat rijke geschenk mag je denken aan de radicale vergeving van de schuld.
Zover het oosten is van het westen, zover doet Hij onze overtredingen van ons.
En je mag ook denken aan het eeuwige leven.
De man in de straat zegt: dood is dood, zo simpel is dat.
Maar wie het cadeau van God ontvangt weet dat hij ten leven opgeschreven is.
Woorden schieten mij tekort om de gave van God te omschrijven.
Misschien kunnen we het grote Godsgeschenk het beste weer geven in één woord:
Dat ene Woord luidt: Christus.
Hij heeft aan het kruis geroepen: mij dorst, om onze dorst voor eeuwig te lessen.
Wie Christus heeft gevonden heeft het leven gevonden.
Als u wist wie Ik ben, dan zou u Mij om water gevraagd hebben, levend water.
Je ziet die vrouw denken.
Hij …en levend water? Waar haalt hij die onzin vandaan?
Hij heeft niet eens een emmer.
Ze slaat haast een ruzietoon aan.
Verbeeldt u zich soms meer te zijn dan onze vader Jacob, die ons de put gegeven heeft?
Maar de Here Jezus blijft dicht bij de vrouw.
Geen mens kan zonder water.
Maar wie van dit water drinkt krijgt toch weer dorst.
Het gaat Christus om de dorst van de mensen, hun zucht naar het leven, al hun verlangens.
Ja, wat willen de mensen eigenlijk?
Carrière maken, geld verdienen, veel geld verdienen, de rest komt vanzelf wel.
Als ik maar gelukkig wordt. Ik wil tot mijn recht komen.
In die bijna niet te lessen levensdorst ligt een geweldige innerlijke onvrede.
Jezus Christus zegt: wanneer je gedronken hebt van het water dat Ik je geven zal, zul je in eeuwigheid geen dorst meer krijgen.
Levend water is stromend water.
Het evangelie is als een klaterende bergbeek.
De Here Jezus heeft vast gedacht bij dit beeld aan psalm 42
“zoals een hert verlangt naar de waterstromen, zo verlangt mijn ziel naar God..”
Je mag het Evangelie indrinken als water.
Je wordt er een ander mens van.
Waar het hart vol van is, daar stroomt de mond van over.
Wat je zelf cadeau gekregen hebt, wil je doorgeven aan anderen, je wordt tot een fontein.
Hé, de Fontein, daar heb je de naam van dit gebouw!
Een fontein is een symbool van blijdschap, van geestdrift.
Het water dat je ontvangen hebt gaat in je borrelen en dan gaat het spuiten en jij gaat het spuien.
Je wilt anderen laten delen in de goede tijding die je hebt gehoord, die je leven heeft veranderd en vernieuwd.
Hoe waar dit woord van Jezus is blijkt uit het slot van de geschiedenis.
Eerst ging deze vrouw alle bewoners van haar stad uit de weg.
Straks klampt ze iedereen aan om te vertellen over Jezus.
Ze vermeldt de bron van haar blijdschap.
Zover is ze niet meteen.
En we zijn daar zelf ook niet zo snel aan toe.
We zeggen: mooi verhaal, wat die man bij de bron daar allemaal zegt.
Die feestelijke fontein, dat klaterende water, prachtig.
Maar ik wil eerst wel eens wat zien.
Als dat mooie verhaal van Jezus waar is, laat Hij dat dan maar eens doen, mijn leven veranderen.
Laat hij dan dat verdriet uit mijn leven wegnemen, mijn ziekte, mijn eenzaamheid, mijn pijn.
De vrouw uit Sichar zegt net zoiets.
Ze denkt aan haar mislukte en zondige leven.
Aan het wrange feit dat ze een uitgestotene is, eenzaam en geminacht.
Cynisch zegt ze tegen Christus: Geef maar gauw op van dat levende water,
dan hoef ik niet elke dag door de brandende zon naar deze put, een kilometer buiten Sichar, om mijn kruik te vullen.
Herkent u dat gevoel?
Een prachtverhaal hoor, wat Jezus ophangt, maar wat heb ik er aan in de harde praktijk van het leven?
Jezus zonder emmer, hoe kom jij aan het water dat op veertig meter diepte lonkt in de put?
Op de schampere vraag van de vrouw uit Sichar antwoordt Christus:
Ga heen, roep uw man en kom hier.
Oei! Dat is zoveel als: jij met je cynische opmerkingen, kom maar eens voor de dag met je verleden,
Laat maar eens zien wie je bent.
Beschaamd antwoord de vrouw: Ik heb geen man.
Christus kijkt dwars door ons heen.
Zij is een vrouw met een verleden.’
En wij zijn allemaal mensen met een verleden.
Er is niets in ons leven dat ons recht geeft op maar één druppel van het levende water.
Wij moeten onze hoge toon maar laten varen.
U hebt vijf mannen gehad en met wie u tegenwoordig leeft is de man van een ander.
Oei, die heldere taal van Christus komt hard aan!
Jezus legt de vinger bij de zere plek.
Het seksuele leven van de vrouw uit Sichar is danig ontspoord.
Niet om haar te verguizen, maar om helderheid te scheppen,
Een zuivere sfeer, waarin gesproken kan worden over vergeving en herstel.
Het zeggen van de waarheid doet zeer.
Dat wordt de vrouw te persoonlijk.
De vrouw tracht de pijnlijke behandeling te ontwijken.
Dus schakelt ze snel over naar een ander onderwerp.
Een theologisch heikel punt aansnijden doet het altijd goed op zo’n pijnlijk moment,
"Heer, de Samaritanen bidden op de berg Gerizim en de joden op de berg Sion.
Wat is volgens u het juiste?"
Een slimme zet van de vrouw, een fraaie afleidingsmanoeuvre!
Zo gaat het nog vaak. Het moet niet te persoonlijk worden.
Je moet niet vragen: "Wie is Jezus Christus voor u?"
“Hoe staat het met uw geloof?”
Dat komt ons te dicht op de huid.
Dat veroorzaakt pijnlijke stiltes tijdens het huisbezoek.
Stel hete en koude hangijzers aan de orde.
En je zult zien, het uur vliegt om.
Maar of je bidt en wat er terechtkomt van het bijbellezen
En hoe het er voor staat met de bijbelkennis
En wat je doet met de prediking
en of je troost put uit je geloof
en of je verzoeningsgezind bent
en waar je nu eigenlijk voor leeft
en of je verlangt naar de wederkomst van de Heer en wie de Heilige Geest voor je is.............
al die gevoelige vragen houden we ons liever van het lijf.............
Net als die vrouw uit Sichar!
Maar de grote pastor laat Zich niet om de tuin leiden.
Hij zegt: de Vader zoekt waarachtige aanbidders.
Als je hier goed over nadenkt, wordt het warm om je hart.
Wij meenden dat wij God moesten zoeken.
Wij zingen daar ook liederen over: Heer ik kom tot U!
Maar het is precies omgekeerd.
Jezus maakt ons duidelijk dat de Vader op zoek is naar ons.
Wij mensen vliegen van hot naar her om het grote geluk te vinden.
De vermoeide en dorstige man bij de put, die aan u en mij te drinken vraagt. Hij blijkt Zelf een bron te zijn, een bron van geluk, een onuitputtelijke bron van levend water.
De vreemdeling uit Galilea, Hij is de Messias.
Hij zegt tegen de Samaritaanse vrouw en tegen jou en mij:
Ik die met je spreek, Ik ben het!
Het is een groot wonder, dat Jezus dat tegen deze vrouw zegt, ook tegen haar.
Want tenslotte komt ze van buiten de kerk.
Samaritanen horen niet bij Israël.
Maar Jezus Christus zegt niet: jij hoort niet bij mijn clubje, ik heb geen boodschap aan je.
Hij zegt ook niet: Jij hebt het te bont gemaakt, juf, jij met je door zonde verziekte leven.
Nee. Bij de Jakobsbron toont Jezus Zelf een bron van levend water te zijn.
Ook voor mensen van buiten de kerk.
Zoals in psalm 87 wordt gezongen over mensen van buiten, die er bij mogen horen:
Rahab de hoer, mensen uit Egypte en Babel, ze horen er bij.
Want ze hebben door Christus de HERE leren kennen als hun redder,
En ze hebben leren putten van dat levende water:
Hoor maar wat ze zeggen: al mijn bronnen zijn in U.
De profeet Jesaja doet een voorspelling: De woestijn zal bloeien als een roos.
Als je dorstig drinkt uit de bron word je zelf een fontein van levend water.
En dan zul je wat beleven:
De woestijn om je heen, dor en droog, de woestijn van onverschilligheid en ik-gerichtheid, gaat bloeien als een roos.
Het levende water gaat in je borrelen en spuiten en dan ga je het spuien:
Nee, niet op eigen kracht natuurlijk.
Er zit een motor achter die de fontein aandrijft en zorgt dat hij gaat spuiten.
De Heilige Geest, die maakt ons tot getuigen.
Overal en aan ieder die er van horen wil.
Net als die vrouw uit Sichar: ze vertelt het grote verhaal aan wie het maar horen wil.
De Fontein.
Die naam is een appèl, een oproep aan mensen die hier altijd komen.
Kent u zelf wel die dorst naar het levende water?
En begint er al iets te borrelen? Bent u zelf wel een fontein?
Die naam is ook een uitnodiging aan hen die hier zomaar eens te gast zijn.
Jezus Christus wil zijn grote cadeau ook aan u kwijt!
Wie dorst heeft kome, en wie wil neme het water van het leven, om niet.
De Fontein.
In die naam hoor je ook toekomstmuziek!
Prachtig wordt dat aspect verwoord in het Fonteinlied:
Ïn ’t nieuw Jeruzalem
Stroomt ook die Levensader.
Al wie gelooft in Hem
Komt eenmaal thuis bij vader.
Daar is geen rouw, verdriet of pijn,
Een eind aan al het klagen.
En eeuwig bruist er de Fontein!
’t Is vreugde alle dagen!
Amen.
Disclaimer - Privacy Statement - Copyrights - Powered by Doppy.nl - zaterdag 26 juli 2008 22:44