

| Predikant | ds. A. van Houdt |
| dsavanhoudt # hetnet . nl | |
| Melden gebruik | Van deze preek mag gebruik gemaakt worden in leesdiensten. Wanneer u dat doet, is het prettig te weten waar en wanneer dat gebeurt. Daarom graag even een bericht naar het emailadres van de predikant. |
| Tekst | Filippenzen 2: 5-7 |
| Schriftlezing | Filippenzen 2: 1-11 |
| Download | |
| Datum | zondag 15 december 2002 |
Snoeihard was de opmerking in Barend en van Dorp, een paar weken geleden.
Christenen staan voor normen en waarden, gebaseerd op de Bijbel.
Maar is de manier waarop twee christelijke partijen zich binnen korte tijd hebben ontdaan van hun politieke leider erg christelijk te noemen? Leert de Bijbel jullie zo met elkaar om te gaan?
Het is natuurlijk niet mijn bedoeling partijpolitieke standpunten te verdedigen of onderuit te halen.
Wel wil ik proberen een pijnpunt bespreekbaar te maken vanuit het Evangelie.
Zowel binnen als buiten de kerk knappen mensen regelmatig af op de manier waarop christenen met elkaar omgaan en elkaar kunnen afserveren.
Zoals die jongen, die tegen mij zei nadat hij iets akeligs met kerkmensen had meegemaakt:
Ik doe geen belijdenis. Het is toch een schijnvertoning om met zulke mensen Avondmaal te vieren?
Je zult voorzichtig moeten zijn met conclusies.
Kritiek op kerkmensen kan gemakkelijk een dekmantel zijn voor eigen onwil om de HERE te dienen. Het is beslist geen dooddoener om te zeggen, dat we niét voor de mensen naar de Kerk gaan, maar voor God.
Wanneer je dat niet ziet, verkijk je je gauw op mensen.
Het spreekt vanzelf, dat er dan héél wat áán te merken valt.
Aan iédereen mankeert wel wát!
En je moet óók wat kunnen incasseren van elkaar.
Toch word je soms óók met schrijnende gevallen geconfronteerd, waarvan je zegt:
Ja, joh, je hebt gelijk! Zó mág het niet toegaan onder Christenen.!
Het is pijnlijk te ervaren, dat de éen een struikelblok vormt voor de ander op de weg naar Christus.
Daar zullen we ons nóóit bij mogen néérleggen.
De vraag is: welke impact heeft de advent van Jezus Christus en Zijn geboorte in de Kerstnacht op de manier waarop christenen omgaan met elkaar en met hun medemensen?
Het punt dat gemaakt wordt in Filippenzen 2 is helder.
Door Christus komst komt Zijn gezindheid aan het licht.
In de navolging van Christus moet zich dezelfde mentaliteit meester maken van mensen die verbonden zijn met Christus. Vandaar het thema voor deze preek:
De komst van Christus op aarde heeft gevolgen voor de omgang met elkaar.
Door de komst van Christus op aarde kwam het weer goed kwam in onze relatie met God.
Paulus typeert dat bijzonder raak in Romeinen 5.
"Wij dan, gerechtvaardigd door het geloof hebben vrede met God door onze HERE Jezus Christus."
Laten we dat de verticale lijn van het Evangelie noemen. De lijn naar boven.
Het is een must, daar aan vást te houden.
Voor velen heeft het Evangelie alléén betekenis in het horizontale vlak.
Het heil speelt zich uitsluitend hier op deze aarde af.
Wil de Kerk geloofwaardig zijn, dan moet zij zich richten op de grote problemen van deze wereld.
Vrede tussen volken. Gerechtigheid in de verdeling van voedsel en water en energiebronnen.
Zorg voor het milieu en de schepping, en je bent er!
Nou gaat het hierbij beslist om belangrijke zaken.
Maar als het daar bij blijft ben je Christus als je Verlosser kwijt.
Die lijn naar boven is er ook. En die kun je gewoon niet missen!
God in de hemel verzoent de zonde en schuld van mensen op aarde die tegen Hem in opstand kwamen.
Dat is nota bene de kérn van het Evangelie!
En als men daar schamper om lachen wil, raken wij niet van ons stuk.
Niets zal ons scheiden van de liefde van Christus. Oók de spót niet.
Dat neemt niet wég, dat er volgens het Evangelie óók iets moet gebeuren in het hórizontale vlak.
Naast de verticale lijn tekent zich een horizontale af.
En die twee vinden hun kruispunt in Christus.
Want HIJ is onze vrede.
Dat betekent, dat Hij onze relatie met God goed maakt.
Maar, daar blijft het niet bij.
Christus wil óók de verhoudingen binnen Zijn gemeente rechtgetrokken zien.
Die verhoudingen worden óók gesaneerd door Zijn verlossing.
Het móet gewoon góed zitten onderling!
Het is waar!
Wat de engelen zongen in de velden van Bethlehem, is voor een déél nog toekomstmuziek.
Vrede op aarde. Om dát voor 100 % wáár te maken, zal het laatste oordeel nodig zijn.
Vrede op een nieuwe aarde.
Maar van die nieuwe wereld is de Kerk het voorportaal.
Daar ben je bij elkaar als mensen die mogen delen in het welbehagen van de HERE.
En bij mensen van dát welbehagen zal die vrede in élk geval gevonden moeten worden.
Je kunt een complete bloemlezing van Bijbelteksten geven, die dát onderstrepen.
"We moeten ons inzetten voor de zaak van de vrede en voor wat de onderlinge verbondenheid kan versterken", zegt Paulus in Rom.14:19.
En in II Timotheus 2:22 bindt hij Timotheus op het hart: "streef naar gerechtigheid, trouw, liefde en vrede, samen met allen die oprecht de hulp van de Heer inroepen.’
In het tweede hoofdstuk van de Filippenzen brief wordt het door Paulus wel heel indringend verwoord. Daar brengt de apostel onze mentaliteit ter sprake. Onze gezindheid.
Hoe staan we als Christenen tegenover elkaar? En hóe ga je met elkaar om?
Paulus is bezig de gemeente op te bouwen in het geloof.
Hier is een zeer bewogen zielszorger aan het woord.
Een pastor die het heil zoekt voor zijn zielen.
Hij houdt ontzettend veel van die gemeente. Er is veel, wat hij in hen waardeert.
Persoonlijk heeft hij ook veel aan die gemeente te danken.
Juist dáarom heeft hij zoveel verdriet over gebreken en zonden, die zich daar voordoen.
Men is er n.l. niet eensgezind. Mensen laten zich leiden door eigenbelang en eerzucht.
Daardoor krijgt de één het gevoel dat hij boven de ander staat.
In plaats van náast elkaar te staan, en in liefde op elkaar toe te zien.
Het is een mankement, dat haast standaard is in alle gemeenten van Christus, de eeuwen door.
Moet je daarom je er maar bij neerleggen? We zijn nu eenmaal zo?
Nee, je moet je er van bekeren!
Paulus wijst in dat verband op de mentaliteit van Christus.
Laat die gezindheid bij u zijn, die ook in Christus Jezus was, die in de gestalte van God zijnde het aan God gelijk-zijn niet als een roof heeft geacht, maar zichzelf ontledigd heeft en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden heeft Hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja tot de dood aan het kruis.
Er zijn weinig teksten aan te wijzen, waarin de komst van Christus op aarde en de betekenis daarvan zó gepreekt wordt, als in deze woorden.
Het gaat hier om een van de oudste lofliederen van de vroeg-Christelijke Kerk.
Paulus geeft hier een prachtige samenvatting van het Kerstevangelie.
Bovendien drukt hij ons met de neus op de consequenties die dat heeft voor de omgang met elkaar.
Paulus laat zien, hoe Christus tegenover óns gestaan heeft.
Om ons heeft Hij Zichzelf helemaal weggecijferd.
Niet Zijn eigen belang stond centraal, maar dat van ons.
Eerst beschrijft Paulus, hoe hóóg Christus was.
Hij was in de gestalte van God. Hij was aan God gelijk.
De Geloofsbelijdenis van Nicea zegt het raak:
Christus was God uit God en Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God; geboren, niet geschapen, één van wezen met de Vader; door Hem zijn alle dingen geworden.
Paulus heeft het oog op het God-zijn van Christus vóórdat Hij mens werd op aarde.
In het Hogepriesterlijke gebed, Johannes 17, spreekt Christus Zelf over de heerlijkheid, die Hij bij de Vader had voordat de wereld bestond.
Maar, Hij heeft al zijn heerlijkheid en glorie eraan opgeofferd.
Hij heeft zichzelf ontledigd, zegt Paulus. Dat klinkt heel mysterieus. Nou, dat is het ook wel!
Want, wat de Zoon van God gedaan heeft, dat blijft ten diepste altijd een mysterie.
Daar kun je met je pet niet bij en daar staat je verstand bij stil.
Het woord dat Paulus voor ontledigen gebruikt betekent letterlijk: Leegmaken.
Zoals je je zakken binnenstebuiten kunt keren om alles er uit te schudden wat er in zit,
zo heeft Christus- voor wat het uiterlijk betreft- alles wat met zijn God-zijn te maken had afgelegd.
Hoewel Hij de Zoon van God was en bleef, heeft Hij van Zijn goddelijke majesteit op geen enkele manier gebruik gemaakt. Hij heeft zichzelf vernietigd, zegt Paulus.
En Hij is mens geworden. Toen Hij geboren werd als een klein hoopje mens, besmeurd door het bloed van de geboorte, toen zijn navelstreng werd afgebonden en doorgeknipt, toen Hij werd gewassen en in Bethlehems stal in een voerbak voor het vee gelegd, toen was er niets meer te bespeuren van Zijn goddelijke bestaanswijze en van Zijn luister.
En Hij heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen.
Een slaaf. Een mens, die op aarde eigenlijk niet meetelt.
Je krijgt dat met je verstand niet rond. Op een andere plaats schrijft Paulus:
‘U kent de genade van onze HERE, Jezus Christus, dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.’
Wat een evangelie! Wie wil er nu arm worden, terwijl hij rijk is!
Niemand. Christus wél.
Met niéts kwam Hij in de wereld. Met niets is Hij er ook weer uit weggegaan.
Er is een legende, waarin wordt verteld over een zoon van een koning, die slaaf werd.
Maar af en toe ging hij even terug naar het paleis van zijn vader om wat bij te komen.
Om weer even koningszoon te zijn.
Dat is met Christus niét gebeurd! Hij trekt de kleren van een bedelaar aan, om bedelaars te kunnen helpen en hen te maken tot zonen van de Koning.
Paulus zegt, dat Christus het aan-God-gelijk-zijn niet als een roof heeft geacht.
Dat wil zeggen dat Christus, terwijl Hij God was, zich daar niet krampachtig aan heeft vastgehouden. Stel je vóór dat Hij dat wél gedaan had! Dan was Christus in de hemel gebleven!
Dan had het Licht niet geschenen in onze duisternis. Dan waren wij niet verlost. Wat een hel!
Adam en Eva hebben het aan God-gelijk-zijn willen roven. Zij wilden als God zijn.
Dat is de oerzonde van de mens.
We bouwen torens van Babel. We zetten een trap naar de hemel en klimmen naar boven.
We willen omhoog klimmen langs de trap van onze offers en gebeden, van onze eigen prestaties.
Dat lukt ons natuurlijk nooit.
Het Kerstevangelie laat ons precies de omgekéérde beweging zien.
God schuift een ladder uit de hemel en Hij daalt naar beneden.
Wat een Evangelie! De mens kan niet tot God opklimmen.
Christus komt tot die mens naar beneden. Zó diep, dat de grootste zondaar bij Hem terecht kan.
Je kunt voor Hem wél te hoog zijn, maar nóóit te láág!
Maria zóng er van in haar lofzang: "Nederigen heeft Hij verhoogd, hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden."
Let er op, dat Paulus allemaal actieve werkwoorden gebruikt.
Dat betekent, dat de geboorte van Christus Hem niet overkomen is, alsof Hij het niet wist, of zónder dat Hij het wilde.
En dat is ook niet het geval met Zijn lijden en sterven.
De geboorte van Christus is een vrijwillige daad.
Wij kunnen nog zeggen: Ik heb niet om mijn geboorte gevraagd.
Maar Christus deed dat wél. Hij kwam vrijwillig op aarde.
Hij zegt in Johannes 10: Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben, en overvloed.
Nu had Paulus óók kunnen schrijven: Hij is méns geworden.
Maar dat doet hij niet. Er staat: Christus heeft zichzelf ontledigd. Vernietigd.
Terwijl Hij de mensheid had kunnen vernietigen.
Dat zei Hij dan ook in Gethsemane: Of denk je soms, dat ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal mij meer dan twaalf legers engelen sturen om Mij te helpen?
Maar Hij heeft zichzelf ontledigd.
Leeg gemaakt aan heerlijkheid en macht.
Leeg aan goddelijke eer en bijstand.
Hij is niet verschenen met pracht en praal.
Hij bewoonde geen vorstelijk paleis.
Hij had óók de gestalte van een groot Koning aan kunnen nemen. Dat had óók gekund!
Dat de machtige keizer Augustus was gekomen om Hem te aanbidden.
Maar nee, de gestalte van een slaaf.
Net zoals in de Paaszaal. Hij stond op, legde zijn opperkleed af en bekleedde zich met een linnen doek om te knielen aan de voeten van Zijn discipelen om hun voeten te wassen.
Ja, zó heeft Hij óók de Koningsjas van Zijn goddelijke heerlijkheid afgelegd om de wereld te dienen.
Als eenvoudige timmermanszoon diende Hij zijn vader Jozef in de werkplaats.
Hij woonde in Nazareth, waarvan de mensen zeiden: Kan uit Nazareth iets goeds komen?
Veel méér nog heeft Hij Zijn Vader in de hemel gediend.
En hoe! Altijd gehoorzaam aan Zijn wil.
Wat heeft het Hem opgeleverd?
Weinig waardering. Weinig aanhang. Veel spot en hoon.
De vossen hebben holen, de vogels van de hemel nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets, waar Hij z'n hoofd op kan neerleggen, heeft Hij gezegd, in Matth.8:20.
En tenslotte is Hij voor een slavenprijsje verkocht.
En Hij heeft z'n dienst helemaal uitgediend.
Hij is gehoorzaam geweest tot het laatste toe. Tot het kruis. Tot de dood.
Zo heeft Hij zichzelf naar beneden gehaald om ons op te kunnen trekken.
Is me dát een mentaliteit! Wie doet dat nou?
Christus haalt je omhoog, terwijl je het niet verdiend hebt.
Mensen zijn geneigd een ander omlaag te halen, terwijl hij dat niet verdiend heeft.
Paulus zegt: De gezindheid van Christus moet óók die van ons zijn.
Alle nadruk valt daarbij op Christus als voorbeeld.
De 'Imitatio Christi', zou Thomas á Kempis zeggen.
Leven in de navolging van Christus. Naar de stijl van je Heer.
Je kunt het zelfs nog wat scherper vertalen.
"Laat die gezindheid bij u zijn, die óók past bij het-in-Christus zijn."
Onze mentaliteit vloeit direct voort uit Christus.
Je houding tegenover elkaar moet daar mee sporen..
Als je beseft, wat Christus voor je heeft overgehad, is het werkelijk niet teveel gevraagd, als Paulus zegt: "Leef in dezelfde liefde, wees gelijk gezind en streef naar eenheid. Doe niets uit eigen belang of ijdelheid maar wees bescheiden en acht anderen belangrijker dan uzelf. Houdt niet alleen de belangen van uzelf in het oog maar ook die van anderen.”
Het gaat dus om de zuivere gezindheid van de gemeente.
Die gezindheid bestaat uit ootmoed. Je klein weten tegenover elkaar.
Niet de grote mond, maar het verloste hart aan elkaar geven.
Voldoen wij met elkaar compleet aan die profielschets?
Je steekt je kop in 't zand, wanneer je dat beweert.
Natuurlijk is er veel, waar je blij mee kunt zijn, en waar je dankbaar voor bent.
Je ontmoet veel offervaardigheid.
In tijden van ziekte en zorg is er veel onderling liefdebetoon. En er zou veel méer te noemen zijn.
Maar, er zitten óók vaak heel veel dingen scheef.
In de gemeente. In een huwelijk. In een gezin. In een familie. In een christelijke politieke partij.
In de klas en op het schoolplein.
We zijn soms zo ik-gericht.
Relaties kunnen stuk lopen op jaloersheid. Geldingsdrang. Eerzucht. Pestgedrag.
Iemand kan zich achteruit gezet voelen. Onderuitgehaald. Afgeserveerd.
Men laat zich zo gemakkelijk leiden door een vooroordeel.
Zo kan iemands geloofsblijdschap een knauw krijgen door allerlei gehakketak en gemiezemuis.
Het kan je de vreugde van de kerkgang ontnemen.
Het kan je er toe brengen uit frustratie af te haken.
Dat is meer dan verdrietig. Het is shockerend.
Daarover moet je als kerk gemeenschap hardop schuld belijden.
Nu zijn we altijd geneigd om naar een ander te kijken.
Daar kom je niet veel verder mee.
Een goed milieu begint bij jezelf, ook in de kerk
Laat ieder de hand in eigen boezem steken. Wat doe je er nu zélf aan?
De komst van Christus op aarde heeft gevolgen voor onze omgang met elkaar.
Wij mogen achter Christus aangaan en elkaar de voeten wassen.
Hij heeft ons er bovenop geholpen. Nu mag niémand er meer onderdoorgaan.
Zoals wij omgaan met elkaar mag voor niemand een drempel vormen om bij Christus te komen.
Wij zijn niet volmaakt. Niemand van ons is dat.
Wie denkt, pas Avondmaal te kunnen vieren als het met ál die mensen daar voor honderd procent in orde is, zal geduld moeten hebben tot in het Nieuwe Jeruzalem.
Aan de tafel van de HERE léér je hoe je met elkaar moet omgaan.
Daar word je door God allemaal náást elkaar gezet.
De één met z'n fratsen en z'n nukken.
De ander met z'n lompe bekrompenheid en kleinzieligheid.
Een derde met z'n praatjes en z'n boze tong.
Daar eten we samen van het éne Levende Brood.
In de Kerstnacht is het uit de Hemel neergedaald.
Próeft u 'm? Dan loop je óók niet meer weg vanwege die ánder.
Maar je blijft vanwege die ENE.
En dóór Hem kun je met al die anderen verder.
Want, aan Zijn tafel leert Christus je in te zien, wat ons ten diepste aan elkaar verbindt.
Je moet allemaal je lege hand ophouden bij Hem.
Zo leer je te leven uit de liefde van Christus' geboorte en dood.
Liefde geven zonder er op uit te zijn, liefde te ontvangen.
Hoe een ander dan tegenover mij staat, is dan niet zo belangrijk meer. Hoe sta ik tegenover die ánder?
Vrede op aarde bij de mensen van het welbehagen.
De wereld heeft die vrede niet. Want zij kent Christus niet. HIJ is onze vrede.
Laat die gezindheid van Christus ónze gezindheid zijn.
Dan is de Kerk het voorportaal van de nieuwe wereld.
Doen we het? Kerstfeestvieren in de omgang met elkaar?
Kyrie Elyson, Heer, erbarm u over ons,
want aan dit Kerstfeest zijn wij nog lang niet toe.
Amen.
Disclaimer - Privacy Statement - Copyrights - Powered by Doppy.nl - zondag 27 juli 2008 11:28