

| Predikant | ds. A. van Houdt |
| dsavanhoudt # hetnet . nl | |
| Melden gebruik | Van deze preek mag gebruik gemaakt worden in leesdiensten. Wanneer u dat doet, is het prettig te weten waar en wanneer dat gebeurt. Daarom graag even een bericht naar het emailadres van de predikant. |
| Tekst | Lucas 5:5b |
| Schriftlezing | Lucas 5: 1-11 |
| Download | |
| Datum | zondag 29 oktober 2000 |
Ik heb mij laten vertellen dat de visserij in deze stad in het verleden een fameuze opmars gekend heeft.
Sinds de slag bij Nieuwpoort in het jaar 1600 groeide Vlaardingen uit tot een wereldberoemde vissersstad, met als uitschieter de haringvangst. Tientallen kapitale en duur uitgeruste haringbuizen voeren met het Vlaardingse rood-geel-blauw in top over de wereldzeeën.
Maar de welvaart, die de stad eeuwen heeft gekend dankzij de visserij sloeg zo rond 1800 om, toen de vloot door oorlogen niet meer buitengaats kon varen.
Ondanks nieuwe bloei van de visserij van 1870-1914 veranderde Vlaardingen vanaf die tijd ingrijpend door het industrialisatieproces. De visserij is nu alleen nog aanwezig in de vorm van enkele visverwerkende bedrijven aan de oude havens. Naar men zegt ruik je daar op vochtige dagen nog de pekel. Voor de rest is het afgelopen met de visserij.
Behalve dan die visvangst, waarover het Woord van God ons aanspreekt deze middag.
Het vissen van mensen. Mensen vangen in het sleepnet van het Koninkrijk van God.
Hoe staat het er voor met dat vissersbedrijf? Heeft het toekomstperspectief?
Heeft preken nog zin in een wereld die massaal God en het geloof vaarwel zegt?
Heeft het zin, op pad te gaan voor evangelisatie en zending?
Wij worden ertoe opgeroepen en aangespoord.
Als het goed is, viel gisteren bij alle gemeenteleden een mailing op de mat van het GemeenteNproject.
In de voorinformatie wordt aan ons als predikanten de vraag gesteld:
De wereld vindt levende gemeenschappen van Christus steeds belangrijker. U ook?
Men plaatst de bal recht voor het doel. Kopt u met uw gemeenteleden hem er in?
Je hebt de neiging om te roepen:
Begin er asjeblieft niet aan, want het haalt toch niets uit!
Je komt genoeg mensen in onze wereld tegen, die datzelfde van het geloof zeggen:
Het heeft geen zin. 'Het haalt toch niets uit.'
Misschien slaan ze je er wel mee om de oren, op school, of op je werk:
jij met al dat gedoe rond die kerk - je bent niet goed bij je ver¬stand!
Het is zelfs niet ondenkbaar, dat je dat soms ook bij jezelf zegt:
ik lijk wel niet goed wijs met al dat geloven!
Abraham is er zo een geweest.
Hij hoorde de stem van God en ging door het geloof op weg zonder te weten, waar hij komen zou.
Inderdaad. Ook als je gelooft moet je soms iets doen, wat tegen jezelf en je eigen verstand ingaat.
Er zijn stappen, die je alleen maar zet, omdat Chrístus het zegt.
Dat wordt duidelijk uit het verhaal van de wonderbare visvangst.
Thema: Ga op stap om het visnet uit te zetten, alleen omdat Christus het zegt.
1. Geloof Hem op Zijn Woord
2. Ga met Hem in zee.
3. Verwacht de vangst van Hem.
De Here Jezus heeft geweldig veel mensen op de been ge¬bracht.
Ze hangen aan Zijn lippen, daar aan de zee van Tiberias.
Alleen, het gaat Christus in deze geschiedenis niet om die men¬sen-massa.
Het is de Heiland vooral om Petrus te doen.
Petrus is de baas van die boot, die door Christus in beslag genomen wordt.
De Here Jezus is in deze geschiedenis bezig om Petrus te vangen in zijn net.
Is het u al opgevallen, hoe Petrus zich op dat moment gedraagt?
Christus brengt die mensenmassa het Evangelie van God.
Maar, wat doet Petrus, terwijl de Heiland bezig is met dat be¬langrijke werk?
Luistert Petrus ook gespannen, met rooie oortjes naar Jezus, de Zoon van God?
Welnee, geen sprake van!
Petrus, de visser, staat doodgemoedereerd de netten te spoelen.
Petrus gaat dus gewoon door met zijn lawaaierige werk, terwijl Chris¬tus het Woord van God bedient.
Ze vissen op dat meer altijd 's nachts.
Dan is het water koel, en dan bijten de vissen beter.
Want dan komen ze heel dicht aan het wateroppervlak zwemmen.
Overdag zwemt de vis dieper. Dan kun je maar beter thuisblij¬ven.
Petrus heeft met z'n kameraden de hele nacht gevist, maar 't was niet veel.
En samen maken ze het nachtelijk karwei nog even af.
Nou zou je kunnen denken: Ja, maar kennen die twee elkaar dan al, Petrus en Jezus?
Ja, nou en of ze elkaar kenden!
De Here Jezus had de schoonmoeder van Petrus genezen van een zware koortsaanval.
Dat lees je in Lukas 4:39.
Petrus heeft de machtige uitwerking van Christus' woord gezien.
Maar, Petrus heeft op dit moment blijkbaar geen honger naar het Woord van Christus.
In deze geschiedenis zie je de weg van Christus naar het hart van zijn disci¬pel werkelijk heel mooi getekend.
Stapje voor stapje dringt de Here Jezus tot Petrus door.
Geloof moet groeien. Geloof mág ook groeien! God gunt je de tijd.
Er worden door het wonder van Christus vrachten vis gevan¬gen.
Maar, er vindt een nóg wónderlijker visvangst plaats.
Ook Petrus wordt door Christus gevangen als een vis in zijn net.
Christus gebruikt de hele situatie, om aan Petrus duidelijk te maken, wat Hij met zijn discipel van plan is.
Hij vraagt eerst aan Petrus, om met z'n boot een heel klein stukje te varen, niet ver van de kant.
Dat gebeurt om een heel praktische reden.
De mensen staan zo te dringen, dat Christus op de vaste wal geen plekje meer heeft om te staan.
Petrus moet z'n boot een eindje van de kant leggen.
Zo maakt de Here Jezus de boot van Petrus tot een preekstoel.
Want, vanaf die boot brengt Christus de blijde Boodschap van God.
En, nú zit ook Petrus te luisteren. Ja, nu móet hij wel!
Daarna gaat Christus nóg weer een stapje dichter naar Petrus toe.
Hij zegt: Petrus, vaar naar diep water en zet je netten uit om te vissen.
Uit wat Christus zegt, kan Petrus meteen opmaken, dat het werk niet tevergeefs zal zijn.
Zet uw netten uit voor DE VANGST!'
Petrus wordt daarin wel enorm op de proef gesteld!
Of je geloof nodig hebt om zo'n opdracht uit te voeren!
Want hij druist regelrecht in tegen je gezonde vissersverstand.
Dat laat Petrus dan ook merken.
Hij ziet dat hélemaal niet zitten, die opdracht van Christus.
Meester, we hebben de hele nacht hard gewerkt en niets gevan¬gen!
Zouden we nú wel wat vangen, als de vissen in diep water zwemmen?
Overdag bijt er geen vis. Zéker niet op die plek.
Hij verwacht er niets van, Petrus.
Eigenlijk verwacht je, dat Petrus zegt: Nee, ik vertik het!
Toch hoor je hem positief reageren.
"Maar op Uw Woord zal ik de netten uitzetten."
'Op Uw woord.'
Alsof Petrus wil zeggen: 'Ik zie het zelf helemaal niet zitten, maar vooruit dan maar, ik doe het, omdat U het zegt, Meester!' B Omdat U het zegt!
Petrus wil een onderdanige dienaar van Christus zijn.
Als dát geen geloven is, van Petrus!
Iets doen, waar je met je verstand niet bijkunt,
en wat je ook helemaal niet ziet zitten,
maar je doet het toch, omdat Christus het zegt, en omdat je op God vertrouwt!
Waarom kan een mens geloven in God?
Waarom gaan wij met de Here Jezus in zee?
Omdat dat zo redelijk is, zo aannemelijk? Nee toch!
Geloven ís niet logisch, niet rationeel.
Als je gelooft, doe je een stap buiten je eigen mogelijkheden.
Dan doe je eigenlijk iets, dat tegen je verstand indruist.
En, waarom kun je dan tóch doen wat God van je vraagt?
Omdat je op de Here Jezus vertrouwt! Door dik en door dun!
Dat vertrouwen heeft God in je hart gelegd door de Heilige Geest.
Je hebt aan het kruis van Christus gezien, dat God Zijn woorden altijd waarmaakt.
Dat vertrouwen is de enige basis waarom je op stap kunt gaan met wat God zegt.
Laten wij ons¬zelf eens beproeven op dat punt.
Wie van ons heeft nooit eens een keer de neiging gehad om te zeggen: "Nee, dat doe ik niet.
Nou vraagt de Here Jezus toch teveel van me!"
Jezus Christus volgen vraagt zelfverloochening.
Kiezen tegen jezelf, en kiezen vóór God.
Doen wat Gód zegt, ook al ben jij het er niet mee eens.
Er op vertrouwen, dat het goed komt met jouw leven,
ook al lijkt het daar soms van geen kant op.
Als je deze verloederde wereld ziet, vertrouwen dat God alle dingen nieuw maakt.
Omdat je de Here Jezus lief hebt, daarom kun je dat.
Als je gelooft, moet je wel eens een stap doen in je leven, waarbij iedereen naar zijn voorhoofd wijst, maar, je dóet het!
Je dóet het, omdat je Christus op Zijn Woord vertrouwt.
Dat is nodig in het leven. Geloof en vertrouwen.
Een stap in den blinde. Een stap in het duister. Zeker.
Dwárs tegen je eigen verstand en gevoelens in.
Je eigen tegenwerpingen, de bezwaren van de familie, de spot van je vrien¬den, je gefrustreerde gevoel, je faalangst,...tóch doen!... Omdat je op Jezus vertrouwt!
Op Uw woord...zei Petrus.
Wanneer hebben wij dat al eens gezegd, en in praktijk gebracht?
Op UW Woord...?
Wij hebben soms zoveel mitsen en maren!
Christus doet er alles aan, om ons te helpen bij dat geloof en vertrouwen in Hem.
Daarvoor diende Zijn komst naar de aarde.
Hij deed het ons helemaal voor: het leven van vertrouwen op God.
Hij overwon de verzoekingen van de satan.
Om ons te redden en te brengen tot vertrouwen op God gaf Hij zelfs Zijn dure leven als offer.
Christus zet álles in opdat wij van dat kruis gaan leven.
Dat we met Hem in zee gaan.
Petrus is uitgevaren.
Het grote sleepnet is uitgezet en na enige tijd weer ingehaald. Dan staan ze voor het wonder.
Bij de vangst dreigt het net te scheuren.
Zonder de hulp van de andere makkers, Jacobus en Johan¬nes, is het niet mogelijk de vangst binnen te halen.
Er blijkt vis voor twee boten vol te zijn.
Toen Simon Petrus dít zag...!
Wat? Wát zag hij dan?
Nee, Petrus zag niet alleen de scheepjes, die dreigen te zinken onder de vracht van de overvloedige visvangst.
Hij ziet vooral de heerlijkheid van Christus.
De goddelijke macht en majesteit van de Zoon van God, die zelfs de baas is over de vissen van de zee.
Hij spreekt Christus nu niet meer aan met dat ietwat afstandelij¬ke 'Meester',
maar hij noemt Jezus zijn Heer.
Petrus kent nu de macht van het woord van Jezus.
En hij beseft zijn eigen gebrek aan ver¬trouwen.
Hij dacht met argumenten sterk te staan tegenover zijn Heer.
Ga weg van mij, want ik ben een zondig mens.
Die belijdenis is heel persoonlijk.
Dat besef breekt door bij Petrus.
Het is van mijzelf uit onmoge¬lijk, dat ik met Christus gemeen¬schap heb. Dat ik Zijn die¬naar ben.
Na het viswonder durft hij niet meer in de nabijheid van Christus te leven.
Laat Jezus afscheid nemen van de mens Simon Petrus!
Sterker nog: Petrus voelt zich niet langer waard, in de dienst van Deze geweldige Heer te staan.
Ga uit van mij.
Dat is het verzoek om ontbinding van de band tussen de leerling en zijn Meester.
Ontsla mij uit Uw dienst!
Petrus hoopt dat natuurlijk niet, want hij valt op zijn knieën.
Hoe komt Petrus zover?
Alleen door het woord en de daad van Jezus
Na dat teken van de overvloed! Die enorme vracht vis.
Met dat teken wil Christus laten blijken:
Je kunt MIJ op mijn woord vertrouwen, Petrus, als ik jou op pad stuur om te vissen.
Om ons tot geloof te brengen en in het geloof sterk te maken geeft Christus ons ook tekenen: tekenen van overvloed:
het water van de doop, brood en wijn aan Zijn tafel.
Daaruit weet je zeker: God staat voor Zijn woord.
Zodat je op stap gaat in het geloof.
God laat ons Zijn macht zien, om ons vertrouwen te winnen.
Zo is de Here Jezus ook bij ons met Zijn tekenen.
Nee, dat zijn heus niet alleen de spektakulaire dingen.
Het heel gewone is juist zo bijzonder:
dat je 't leven krijgt van God, dat Hij je elke dag verzorgt,
dat we lieve mensen om ons heen mogen hebben,
dat Hij ons vast¬houdt in moeilijkheden,
dat je kracht vindt in het leven om ondanks alles verder te gaan,
als je genezing ontvangt, als je studie lukt.
Zo geeft God alles, ook een overvloed van genade, vergeving, kracht, door Zijn Woord.
God geeft ook ons tekenen bij Zijn Woord: de sacramenten, doop en avondmaal.
Zodat je vooral naar Gód kijkt, en er niet aan twijfelt, aan je zelf niet, en ook niet aan de toekomst.
Voortaan vertrouwen wij op Hem!
Het is God, die mijn leven verlost. En niet zo zuinig ook!
Tot een volkomen verzoening van al onze zonden!
Zo komt de Here Jezus nu ook naar ons toe.
Om ook ons geloof sterker te maken. Je kunt op Hem aan!
En die zegen mag via ons verder gaan.
Want, dat is een duidelijke trek in deze won¬derlijke visvangst.
Petrus heeft een overvloed van genade ontvangen van Christus.
Om dat op zijn beurt weer door te geven.
Petrus is gevangen in het net van de Redder.
Nu moet Petrus ook andere mensen gaan vangen.
Want er zij mensen in nood. Er is een wereld in nood.
Wees niet bevreesd, van nu aan zul je mensen vangen, Petrus.
Wat een enorme bemoediging!
Christus, de Gebieder van alle schep¬selen, verdraagt het kleingeloof van zijn leerling.
Hij zal het Petrus niet aanrekenen. Integendeel.
Simon heeft de les, waar het om ging, geleerd.
Je hoeft als ambtsdrager geen ontslag te nemen om eigen tekorten.
Juist als je je als dienaar van het Evangelie leeft in het ootmoedige besef, dat je een zondig mens bent, niet waard om in het gevolg van Jezus te verkeren, ben je in staat om mensen te vangen.
Petrus moet het vissersbedrijf van zijn vader in de steek laten en Jezus volgen, en tóch geloven, dat alles goed komt, ook met het familiebedrijf. Alles verlaten om Jezus' wil.
Alweer zo'n stap waar je verstand bij stilstaat, maar die je in vertrouwen op Christus moet doen, en zo ook kúnt doen.
Dat vertrouwen wordt ook van ons gevraagd.
Hoe dan? Wat verwacht Christus van jou, van u?
Moet je net als Petrus de boel de boel laten en de wereld intrek¬ken?
Moet iedereen van ons dominee of evangelist worden?
Het kan zijn, dat dat inderdaad jouw roeping is, sluit het niet uit, maar dat hóeft niet per sé.
Ieder moet de roeping van God met z'n leven leren ontdekken.
De een moet werken als pastor in een gemeente, de ander gaat op huisbezoek,
er zijn mensen voor de evangelisatie in Rijnmond, er wordt gewerkt onder de Hindustanen,
Om kerkelijk opbouwwerk te verrichten binnen een kerkverband in wording.
Maar een ander moet gewoon als politieagent het verkeer blijven rege¬len.
En weer een ander verzorgt een groot gezin thuis, en brengt z'n kinderen tot Jezus.
Maar iedereen moet op zijn plek bezig zijn met de redding van mensen.
Want allen moeten wij het heil van de ander zoeken.
Ieder met de gaven, die hij van God gekregen heeft.
Want God heeft aan u allemaal - niemand uitgezonderd - het talent gegeven om u voor Zijn werk in te zetten, om zijn Koninkrijk op winst te zetten.
Als er stromen van levend water uit uw binnenste vloeien, zal het de straten van Vlaardingen vochtig maken, zodat het er naar pekel gaat ruiken.
De pekel van het Rijk van God.- Gij zijt het zout der aarde!
Ja, daar heb je geloof voor nodig!
Vertrouwen, dat je het kunt en dat het goed komt.
Ik zeg dat vanmiddag tegen iedereen, maar ik mag het ook mijzelf voorhouden, nu ik hier ben bevestigd in het ambt van dienaar van het Woord.
Visser van mensen. Wat een klus! Wat een kolossaal karwei!
Ook de dienaren van het Woord hebben hun zwakke momenten, momenten dat ze denken:
Waar begin¬nen we aan? Heeft het zin?
Wáár je ook ingezet wordt in Gods Koninkrijk,
je zult altijd worden geconfronteerd niet alleen met de vreugde, maar ook met de moeite van het ambt.
Je hebt soms het idee te vechten tegen de bierkaai en te ploegen op rotsen.
Er is zoveel innerlijke weerstand tegen het evangelie, en dat begint in je eigen hart.
Er is - ook binnen de kerk - soms zoveel kilte, zoveel kou, zo weinig honger naar het Woord.
Daar kun je als gemeente lid op stuk lopen, maar ook als ambtsdrager.
Soms bekruipt je de gedachte: is deze tijd nog wel geschikt om het net van het Evangelie uit te werpen?
Dus: maar afhaken dan, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald?
Nee! Op Uw woord zullen wij het net uitzetten!
Wees niet bevreesd!
Wees niet bevreesd, ouderlingen en dominees, wees niet bevreesd, gemeente
Ga op stap om te vissen, en weet, dat de grote Visser boven wel zal zorgen, dat de netten vol raken.
Na de opstanding gebeurt er iets dergelijks als nu.
Dan zijn de discipelen weer aan 't vissen op de zee van Tiberi¬as.
Maar het loopt uit op een fiasco. Ze vangen bot.
Dat is wat! Ze moeten vissers van mensen worden, straks.
Als het dan net zo gaat als nu, wordt het geen groot succes.
Dan is er weer zo'n vreemd bevel van Christus.
Werp je net uit aan de rechterkant.
Da 's gek! Als er links geen vis zit, valt er rechts toch ook niets te vangen?
Maar, dan luisteren ze naar Zijn instructie, en ze zien zegen op hun arbeid.
Het net stroomt boordevol. Het wordt een grote vang¬st.
En Christus houdt de maaltijd met zijn discipelen.
Wat een enorme bemoediging voor hun toekomstige arbeid als gezan¬ten van de Opgestane Heer.
Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u.
Gaat heen en maak al de volken tot Mijn discipelen!
Zwaar werk is dat!
En als het aan de vissers zelf ligt, vangen zij bot.
Maar als ze de netten nu maar uitwerpen volgens het bevel van Christus, dan stromen de netten vol.
Vissen van mensen, het lijkt een onmogelijke opgaaf.
Zeker in onze tijd van secularisatie, waarin zovelen afhaken.
Maar, Christus bouwt Zijn Kerk van land tot land.
Het Evangelie wil mensen aan de haak slaan en ze bij Christus, hun Redder brengen.
En straks komt er weer een maaltijd. De bruiloft van het Lam.
Dan worden de netten aan wal gesleept in de Thuishaven van het nieuw Jeruzalem.
Ze zitten boordevol. Een schare die niemand tellen kan.
En dan zegt Christus weer: Komt en houdt de maaltijd met Mij.
En de werkers in Zijn Koninkrijk mogen eigenhandig binnenbrengen, de vissen die zij gevangen hebben.
Dat hebben ze niet aan zich¬zelf te danken.
Je bent het niet waard. Ga uit van mij, Here, want ik ben een zondig mens!
Maar de Heer van de vangst eert de vissers, door ze te laten meemaken, wat een overvloedige vangst het wordt.
Zo zendt Hij ons op stap met het sleepnet van het Koninkrijk
Hij die je roept is getrouw, Hij zal het ook doen!
Hij die roept zegt: Ga in vertrouwen in het Woord van Christus.
Ga met Hem in zee!
Vissen van Mensen. Het is een kolossale opdracht.
Maar op Uw Woord zal ik de netten uitzetten.
Het visserijbedrijf is in volle gang in Vlaardingen.
Het is geen eenmansbedrijf. Elk gelovig kind van God doet mee.
Het schip van de Kerk is een vissersboot.
Alle hands aan dek.
Wij bidden tot de Vader om een goede vangst, en een behouden vaart!
Amen op 27 oktober 2000.
Disclaimer - Privacy Statement - Copyrights - Powered by Doppy.nl - zondag 27 juli 2008 11:30